Onderwijs zonder grenzen. Wat staat gemeenten te wachten in 2025?

februari 2018

De afdeling Onderwijs is verantwoordelijk voor het opstellen van het onderwijsbeleid binnen de gemeente. Wij hebben vernomen dat de Europese Unie van plan is om in 2025 een zogenaamde ‘Europese onderwijsruimte’ op te richten. Wat houdt deze onderwijsruimte precies in? En is al bekend of vanuit deze plannen van de EU ook relevante zaken spelen waarmee wij rekening moeten houden in verband met ons toekomstig gemeentelijk onderwijsbeleid?

Antwoord in het kort:

Een Europese onderwijsruimte betreft een voorstel van de Europese Commissie om ‘leren, studeren en onderzoek doen zonder grenzen’ mogelijk te maken. Het voorstel omvat een aantal maatregelen waarover de EU-lidstaten en de Europese Unie de aankomende jaren verder zullen onderhandelen. De EU heeft formeel gezien geen regelgevende bevoegdheid op het gebied van onderwijs. De voorgestelde maatregelen zijn daarom (nog) niet bindend voor (decentrale) overheden en zullen de komende jaren naar verwachting verder tot uiting komen in Europees beleid. Decentrale overheden hebben de mogelijkheid om aan te sluiten bij Europese beleidsdoelen.  Voor wat betreft de verdere uitwerking van de Europese onderwijsbeleidsdoelstellingen doen gemeenten er dus goed aan het verloop van de voorstellen te blijven volgen.

Leren, studeren en onderzoek doen zonder grenzen

In vervolg op het Witboek ‘De toekomst van Europa’ uit maart 2017 denkt de Europese Commissie na over de Europese identiteit en hoe deze kan worden overgedragen via onderwijs en cultuur. Daartoe heeft de Europese Commissie vorig jaar de mededeling ‘De Europese identiteit versterken via onderwijs en cultuur’ (COM(2017) 673) uitgevaardigd. In deze mededeling geeft de Commissie aan dat leren, studeren en onderzoek doen in 2025 niet door grenzen moeten worden belemmerd in Europa.  Om dit te bereiken zal door EU-lidstaten samengewerkt moeten worden aan een gemeenschappelijke agenda, in volledige overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

Een gemeenschappelijke (onderwijs)agenda

De gemeenschappelijke agenda beoogt om in 2025 een Europese onderwijsruimte tot stand te brengen. In de mededeling van de Commissie worden een aantal concrete voorstellen gedaan om in deze agenda op te nemen, waaronder voor wat betreft onderwijs:

1. Het bevorderen van mobiliteit en het vergemakkelijken van grensoverschrijdende samenwerking

De Commissie stelt voor om de erkenning van diploma’s te vergemakkelijken, zodat jongeren gemakkelijker in het buitenland kunnen studeren.  Tevens wil de Commissie het aantal deelnemers aan het Erasmus+-programma verdubbelen. Ook wordt voorgesteld een Europese Studentenkaart (ESC) aan te bieden aan alle studenten, om grensoverschrijdende mobiliteit te bevorderen en om informatie over de academische achtergrond op te slaan. Daarnaast stelt de Commissie voor om een twintigtal ‘Europese universiteiten’ op te richten, bestaande uit vrijwillige netwerken van universiteiten van de Europese Unie.

2. Meer investeren in mensen en onderwijs

De Europese Commissie constateert dat de onderwijsstelsels in Europa in  het algemeen van goede kwaliteit zijn, maar dat 20% van de leerlingen slecht presteert op rekenen en taal.  Het taal- en wiskundeonderwijs in Europa moet daarom sterk verbeteren. Een ander doel van de Commissie is dat alle Europese jongeren na het hoger middelbaar onderwijs kennis hebben van minstens twee andere talen dan de moedertaal. Ook stelt de Commissie een nieuw actieplan voor digitaal onderwijs en nieuwe connectiviteitseisdoelstellingen voor, zodat alle scholen in 2025 toegang hebben tot een (snel) breedbandnetwerk. Dit moet de digitale vaardigheden van leerlingen verbeteren. Daarnaast wil de Commissie begin 2018 de bestaande Aanbeveling over sleutelcompetenties actualiseren.

Vooruitzicht

Met de gemeenschappelijke agenda hoopt de Europese Unie tegen 2025 een Europese onderwijsruimte tot stand te brengen. De visie voor 2025 richt zich op het bestrijden van onderwijsachterstand en het verbeteren van het competentieniveau van leerlingen op het gebied van rekenen, taal en digitale vaardigheden. Onderdelen van de voorgestelde maatregelen van de Commissie kunnen het onderwijsbeleid van gemeenten mogelijk ondersteunen. Vooropgesteld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor onderwijs in de eerste plaats ligt bij de lidstaten op nationaal, regionaal en lokaal niveau.

Bevoegdheden van de EU op onderwijs

Op grond van het EU-Werkingsverdrag (VWEU) is de Unie bevoegd de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen op het gebied van onderwijs (artikel 6, sub c en e VWEU). Meer specifiek is deze bevoegdheid uitgewerkt in artikel 165 VWEU (onderwijs algemeen) en artikel 166 VWEU (beroepsonderwijs).
De EU kan onderwijsactiviteiten van de lidstaten  alleen ondersteunen of aanvullen onder volledige eerbiediging van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de inhoud van het onderwijs en de opzet van het onderwijsstelsel en van de culturele en taalkundige verscheidenheid van lidstaten.  De Europese Unie heeft daardoor slechts beperkte bevoegdheden op het gebied van onderwijs. De Unie heeft ook de mogelijkheid om onderwijsprogramma’s te financieren. Erasmus+ is hier een voorbeeld van.

Subsidiariteitsbeginsel

In de mededeling (COM (2017) 673) geeft de Commissie aan de verantwoordelijkheid voor onderwijs van de lidstaten op nationaal, regionaal en lokaal niveau te willen waarborgen en dit te doen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Het subsidiariteitsbeginsel moet garanderen dat de EU alleen optreedt als dat noodzakelijk is en waarborgt dat beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen. De Europese Unie treedt ingevolge het subsidiariteitsbeginsel alleen op wanneer dat doeltreffender is dan het nemen van een maatregel op nationaal of decentraal niveau.

Lokaal onderwijsbeleid

Gemeenten hebben verschillende bevoegdheden op het gebied van het primair onderwijs. Zo heeft het gemeentebestuur de regie ter zake van extra taalonderwijs in het primair onderwijs (artikel 165 Wet op het primair onderwijs). Ook maakt het gemeentebestuur afspraken met schoolbesturen over het voorkomen van segregatie, onderwijsachterstandenbestrijding en de bevordering van integratie (artikel 167a Wet op het primair onderwijs).  Gemeenten kunnen voor de invulling  van het gemeentelijk onderwijsbeleid ervoor kiezen aan te sluiten bij de bovengenoemde, toekomstige Europese beleidsonderwijsdoeleinden. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de Europese sleutelcompetenties en het aanleren van digitale vaardigheden. Het is daarom raadzaam dat gemeenten de ontwikkelingen op het gebied van de Europese onderwijsruimte in de gaten houden, waaronder via de website van Europa decentraal.

Meer informatie:

De Europese identiteit versterken door onderwijs en cultuur, mededeling van de Europese Commissie
Nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa, mededeling van de Europese Commissie
Cultuur, Onderwijs en Jeugd, Europa decentraal

 

 

 

X