Kan een onderwijsinstelling verplicht zijn een energie-audit uit te voeren?

maart 2018

Als Omgevingsdienst houden wij in het kader van de Energie-Efficiency Richtlijn toezicht op de energie-auditplicht van zogenaamde grote ondernemingen. Kan in dit kader ook een onderwijsinstelling ingevolge deze richtlijn verplicht zijn om een energie-audit uit te voeren?

Antwoord in het kort:

Ja, in sommige gevallen hebben onderwijsinstellingen een energie-auditplicht. Hiervoor moet worden nagegaan of de onderwijsinstelling naast de publiekrechtelijke onderwijstaak ook economische activiteiten verricht, zoals de verhuur van (sport)zalen, het aanbieden van cursussen en kinderopvang. De energie-auditverplichting hangt af van de omvang van deze economische activiteiten.

Energie-audit: een verplichting vanuit de Europese Unie

In 2012 is de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED) in werking getreden. Het doel van de EED (richtlijn 2012/27/EU) is het behalen van het Europees streefdoel van 20% besparing op het energieverbruik in 2020. De richtlijn schrijft maatregelen voor om het energieverbruik van overheid, burgers en bedrijven terug te dringen. Deze maatregelen moeten een impuls geven aan energie-efficiëntie in de hele Europese Unie. De EU-lidstaten zien energie-efficiëntie als een belangrijk element om het duurzame gebruik van energiehulpbronnen te waarborgen.

Vierjaarlijkse auditverplichting

Artikel 8 van de Energie-Efficiency Richtlijn (EED) bepaalt dat grote ondernemingen om de vier jaar een energie-audit moeten uitvoeren. Deze verplichting is in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd met de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie. Deze regeling is in juli 2015 in werking getreden.

Wat is de energie-audit?

De energie-audit (artikel 2, lid 25 EED) is een systematische procedure die tot doel heeft toereikende informatie te verzamelen over het actuele energieverbruikersprofiel van een onderneming. Hiermee worden vervolgens mogelijkheden voor kosteneffectieve energiebesparing gesignaleerd en gekwantificeerd. De vereisten waaraan een energie-audit moet voldoen, staan omschreven in bijlage VI van de EED. Energie-audits dienen gedetailleerde berekeningen voor potentiële energiebesparingsmaatregelen te bevatten. Over de resultaten van energie-audits moet vanuit lidstaten worden gerapporteerd aan de Europese Unie. Over de voortgang en de kwaliteit van energie-audits wordt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gerapporteerd aan de Europese Commissie.

Welke ondernemingen hebben een energie-auditplicht?

Het uitvoeren van een energie-audit is verplicht voor de volgende grote ondernemingen:

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is een stappenplan ontwikkeld om na te gaan of een energie-audit voor een organisatie verplicht is. Hieruit blijkt dat sommige ondernemingen zijn uitgezonderd van de plicht om een energie-audit op te stellen.

Energie-auditplicht voor onderwijsinstellingen

In sommige gevallen kunnen onderwijsinstellingen als grote onderneming (in de zin van de voorgaande omschrijving) worden aangemerkt en dus audit-plichtig zijn. Om te bepalen of een school of universiteit een grote onderneming is, zal moeten worden gekeken naar de activiteiten die de school uitvoert.

Onderwijs als economische activiteit?

Het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat onderwijs in beginsel geen economische activiteit is wanneer dit onderwijs deel uitmaakt van een nationaal onderwijsstelsel. Het uitgangspunt is dat publiek onderwijs doorgaans niet als economische activiteit wordt gezien omdat het in de regel wordt verricht ter uitoefening van een publieke taak zonder dat daar een vergoeding voor de prestatie tegenover staat. Onderwijsinstellingen kunnen echter naast de reguliere onderwijstaak ook andere activiteiten verrichten die wel economisch van aard zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan activiteiten als het verhuren van (sport)zalen, het aanbieden van bedrijfsopleidingen en horeca-activiteiten.

Voor de beantwoording van de vraag of een onderwijsinstelling energie-auditplichtig is, dient uitsluitend te worden gekeken naar de omvang van de economische activiteiten die door de onderwijsinstelling wordt verricht. De omvang van deze activiteiten wordt voor de energie-auditplicht bepaald aan de hand van (1) het aantal werknemers dat de economische activiteit(en) uitvoert en (2) de omzet en het balanstotaal dat betrekking heeft op de economische activiteit.

Een onderwijsinstelling is op grond van het bovenstaande energie-auditplichtig, indien:

Handhaving energie audit-plicht

Het toezicht op de energie-auditplicht berust in Nederland bij het bevoegd gezag op grond van de Wet milieubeheer. Dit is doorgaans het college van burgemeesters en wethouders en soms gedeputeerde staten. De bevoegdheid om toezicht te houden kan bij mandaat worden neergelegd bij een Omgevingsdienst.

Het bevoegd gezag beoordeelt of een onderneming aan de verplichting tot het uitvoeren van de energie-audit heeft voldaan. Ook bekijkt het bevoegd gezag de kwaliteit van het verslag. De handhavingsinstrumenten uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn toepasbaar als niet aan de wettelijke energie-auditplichten wordt voldaan. Het is bijvoorbeeld mogelijk een last onder dwangsom op te leggen. Voor een Omgevingsdienst is het slechts mogelijk om handhavend op te treden als deze daartoe een mandaat heeft van het betreffende bevoegd gezag.

Meer informatie:

Is een school een onderneming?, praktijkvraag Europa decentraal
Energie-efficiëntie, Europa decentraal
Stappenplan EED energie-auditplicht, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Veel gestelde vragen en antwoorden bij de auditverplichting van de EED, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Werkinstructie ‘’Aan de slag met de EED’’, , Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Lijst met voorbeelden van economische activiteiten, Autoriteit Consument en Markt (ACM)

 

 

X