Kan er bij steun aan luchthaveninfrastructuur sprake zijn van (verboden) staatssteun?

januari 2013

Als gemeente hebben wij een vraag over steunverlening aan een regionale luchthaven. Kan hierbij sprake zijn van een grensoverschrijdend effect en dus mogelijk verboden staatssteun?

Versie augustus 2010

Antwoord

Ja, staatsteun aan luchthavenondernemingen kan leiden tot een verstoring van de marktkrachten en zorgt in beginsel voor een beperking van de intracommunautaire handel. Regionale luchthavens concurreren steeds meer onderling, waardoor een grensoverschrijdend effect niet uit te sluiten is. De Europese Commissie heeft Luchthavenrichtsnoeren opgesteld, waaronder ook het staatssteuntoezicht van toepassing is op kleinere luchthavens.

Deze richtsnoeren sluiten staatssteun voor luchthavens niet bij voorbaat al uit. Wel moet steun aan luchthavens gemeld worden bij de Commissie. Steun mag pas verleend worden als deze is goedgekeurd (art. 108 VWEU).

Nadere uitleg

De Commissie oordeelde in de zaak Groningen Airport Eelde dat er sprake is van een toenemende concurrentie tussen (regionale) luchthavens onderling, waardoor luchthavens niet per definitie meer een publieke doel als toegankelijkheid en territoriale ontwikkeling bevorderen. Ze leven steeds meer commerciële doelstellingen na (punt 41-42 van de beschikking). Daarom vallen subsidies voor de bouw en exploitatie van luchthavens onder het toezicht van de staatssteunregels.

Verstoring marktkrachten

Steun aan luchthavenondernemingen kan leiden tot een verstoring van de marktkrachten en zorgt mogelijk voor een beperking van de intracommunautaire handel (punt 51 en 54). Regionale luchthavens concurreren steeds meer om lagekosten-maatschappijen aan te trekken. Een grensoverschrijdend effect, zeker in de grensstreek, is daarom niet uit te sluiten. Onder de Luchthavenrichtsnoeren is ook het staatssteuntoezicht op kleinere luchthavens van toepassing.

Voorkomen van staatssteun

Wanneer de De-minimisvrijstellingsverordening geen uitkomst kan bieden voor het onrendabele exploitatie gedeelte, kan de gemeente overgaan tot melden. In het geval van de Groninger luchthaven oordeelde de Commissie dat de bouw en exploitatie van de luchthaveninfrastructuur in casu een duidelijk omschreven doel van algemeen belang diende. De Commissie stelde dat, op basis van art. 2 lid 1 Richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet (de TEN-beschikking), het een doelstelling van de EU is om regionale luchthavens te ontwikkelen tot een integrerend onder van het trans-Europese vervoersnet.

Geïsoleerde regio

De Commissie stelde dat de luchthaven Eelde in een geïsoleerde regio van de EU ligt, gezien haar verre ligging van Schiphol en Munster en Bremen als belangrijke Europese verbindingspunten in de regio. Steun voor integratie van deze luchthaveninfrastructuur in het Europese vervoersnet draagt daarom bij aan het bereiken van een duidelijk omschreven doel in het belang van de EU.

Onrendabiliteit

Een andere voorwaarde is dat de infrastructuur noodzakelijk is en in verhouding staat tot het gestelde doel. Er moet sprake zijn van een onrendabilitieit. Bij de Eelde-zaak was er sprake van een aanzienlijk effect op de financiële situatie van de luchthaven omdat de bestaande landingsbaan inadequaat werd beschouwd. De steun dient dus noodzakelijk te zijn om een obstakel tot de toegang van het Europese vervoersnet te overkomen.

Evenredig en noodzakelijk

De Commissie beschouwde de steun evenredig en noodzakelijk omdat de financieringsmogelijkheden voor de luchthaven, afgezien van de financiering van publieke aandeelhouders, zeer beperkt was. Omdat Eelde een kleine regionale luchthaven is, kon de Commissie de staatssteun aanvaarden. Als voorwaarden stelde de Commissie verder dat de infrastructuur op de middellange termijn voldoende groeimogelijkheden biedt voor de luchthaven om op eigen benen te staan en genoeg gebruikers aantrekt.

Toegankelijkheid

Deze infrastructuur dient voor alle potentiële gebruikers onder gelijke en niet discriminerende voorwaarden toegankelijk zijn. Omdat Eelde een kleine regionale luchthaven zal blijven tot 2015 (en D-status heeft op basis van de Luchthavenrichtsnoeren, punt 15) en een beperkt aantal passagiers aan zal trekken, zal het effect op het interne handelsverkeer volgens de Commissie beperkt blijven.

Aan de hand van bovengenoemde voorwaarden dient aangetoond te worden dat er sprake is van een onrendabele exploitatie. Daarnaast dient u aan te tonen dat particulier initiatief ten aanzien van de exploitatie en het gebruik van de luchthaven uitblijft.

Meer informatie:

Regionale luchthavens, Vervoer

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X