Steun aan een landbouwbedrijf: toepassing van de reguliere de-minimisverordening of de landbouw de-minimisverordening?

november 2019

De gemeente wil een subsidie verlenen aan een fruitteler die onderhoudswerkzaamheden aan de gevel van een monumentaal pand wil verrichten. De gemeente wil een bijdrage van € 12.500 euro verlenen. Wij begrepen dat er sprake kan zijn van staatssteun, maar dat wij deze subsidie – gezien het geringe bedrag – kunnen verlenen zonder in strijd te zijn met de staatssteunregels. Van welke regeling kunnen wij gebruikmaken?

Antwoord in het kort:

Wanneer de waarde van een steunmaatregel onder een bepaald bedrag blijft, kan er gebruik worden gemaakt van de de-minimisverordening. Met relatief geringe administratieve lasten kan de steun dan ‘staatssteunproof’ worden verleend. Of steun verleend kan worden op basis van de reguliere de-minimisverordening of de speciale landbouw de-minimisverordening hangt af van de sector waar de ontvangende onderneming zich in bevindt en de aard van de activiteiten die worden ondersteund.

Wanneer is er sprake van staatssteun?

Wanneer een decentrale overheid zoals een gemeente steun verleent aan een onderneming, kan het zijn dat zij daarbij met de staatssteunregels te maken krijgt. Mocht de gemeente overwegen steun te verlenen, is het daarom altijd raadzaam een staatssteun-toets te doen. Er moet dan gekeken worden of de steunmaatregel de volgende vijf criteria bevat:

– De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;
– De steun wordt met staatsmiddelen bekostigd;
– Deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via de normale commerciële weg zou zijn verkregen (het voordeel is niet marktconform);
– De maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen of bijvoorbeeld een specifieke sector/regio;
– De maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en leidt tot een (mogelijke) ongunstige beïnvloeding van het interstatelijk handelsverkeer (er is sprake van een grensoverschrijdend effect).

Deze criteria staan in artikel 107 van het Verdrag van de Werking van de Europese Unie (VWEU). Een subsidie aan een fruitteler voor onderhoudswerkzaamheden aan een van hun monumentale panden kan inderdaad staatssteun opleveren. De basisregel is dat staatssteun verboden is, tenzij er kan worden aangesloten bij een uitzonderingsmogelijkheid. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gebruik wordt gemaakt van de de-minimisverordening.

De de-minimisverordening

Op grond van de de-minimisverordening kunnen ondernemingen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000 aan steun ontvangen, zonder dat dit wordt aangemerkt als staatssteun. Dit komt omdat het bedrag van de steun als zo minimaal wordt gezien, dat de Europese Commissie ervan uitgaat dat er weinig tot geen impact op de interne markt is. Wanneer er in beginsel sprake is van staatssteun, maar er een laag steunbedrag wordt verstrekt, is er door toepassing van de de-minimisverordening alsnog niet voldaan aan de laatste voorwaarde van artikel 107 lid 1 VWEU (grensoverschrijdend effect). Zo wordt de subsidie ‘staatssteunproof’ verleend.

Gebruik van de de-minimisverordening

Om de subsidie te verlenen op basis van de de-minimisverordening moet de gemeente twee dingen regelen.
1. Bij het verstrekken van de subsidie moet worden aangegeven dat de steun verleend wordt op basis van de de-minimisverordening (VERORDENING (EU) Nr. 1407/2013 VAN DE COMMISSIE).
2. Tevens moet de onderneming een de-minimisverklaring tekenen, waaruit blijkt dat het drempelbedrag niet wordt overschreden.

Landbouw de-minimis

Voor bepaalde sectoren gelden andere de-minimisverordeningen. Zo ook voor de landbouwsector, namelijk VERORDENING (EU) Nr. 1408/2013. Belangrijk daarbij is dat de drempelwaarden tussen de verordeningen verschillen. De landbouw de-minimisverordening staat slechts een lager bedrag van € 20.000 aan steun per drie belastingjaren toe.

Onder de landbouw de-minimisverordening vallen ondernemingen uit de sector die zich bezighouden met de primaire productie van landbouwproducten. Wat onder landbouwproducten valt staat in artikel 38 en bijlage I van het VWEU.

De landbouw de-minimisverordening is níet van toepassing wanneer:

Een fruitteler houdt zich bezig met de primaire productie van landbouwproducten. De-minimissteun aan deze onderneming zou daarmee in beginsel onder de landbouw de-minimis verordening vallen.

Reguliere de-minimis: de verwerking en afzet van landbouwproducten

In de reguliere de-minimisverordening is opgenomen dat deze niet gebruikt mag worden voor steun die wordt verleend aan ondernemingen die zich bezighouden met primaire productie van landbouwproducten.

Wanneer het gaat om de verwerking en afzet van landbouwproducten, mag de reguliere de-minimisverordening wél toegepast worden, behalve:

Welke de-minimisverordening is van toepassing?

Het bedrag aan subsidie dat de gemeente wil verlenen bedraagt € 12.500. Gelet op het bedrag zou de steunmaatregel onder beide de-minimisverordeningen verleend kunnen worden.

Vervolgens moet gekeken worden onder welke sector de begunstigde onderneming valt. De fruitteler houdt zich bezig met de primaire productie van landbouwproducten. Daardoor moet in beginsel gebruik worden gemaakt van de landbouw de-minimisverordening.

Het is echter mogelijk om een verschil te maken in de keuze tussen de landbouw- en reguliere de-minimis op basis van de aard van de activiteiten die worden gesubsidieerd. In artikel 1 lid 2 van de reguliere de-minimisverordening staat namelijk dat een onderneming die onder de landbouw de-minimisverordening valt, voor bepaalde activiteiten ook van de reguliere de-minimisverordening gebruik mag maken. Het moet dan gaan om activiteiten die geen verband houden met de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten. Daarbij moet gezorgd worden dat de subsidie die verleend wordt op basis van de reguliere de-minimisverordening niet wordt gebruikt voor activiteiten die expliciet wel onder de landbouw de-minimis vallen.

Als de fruitteler een subsidie ontvangt voor een activiteit die te maken heeft met het produceren van primaire landbouwproducten, zal alleen van de landbouw de-minimisverordening gebruik kunnen worden gemaakt. Steun die te maken heeft met de verwerking en afzet van landbouwproducten valt in sommige gevallen onder de reguliere de-minimisverordening, en in sommige gevallen onder de landbouw de-minimisverordening. Het onderhouden van een monumentale boerderijgevel heeft niets te maken met het produceren, de verwerking of afzet van landbouwgoederen. Daarom zou in dit geval eerder de reguliere de-minimisverordening van toepassing zijn.

Door:

Juliëtte Fredriksz, kenniscentrum Europa decentraal

MEER INFORMATIE:

Staatssteun, Kenniscentrum Europa decentraal
Criteria staatssteun, Kenniscentrum Europa decentraal
Vrijstellingen staatssteun, Kenniscentrum Europa decentraal
Waar moet u op letten bij het gebruik van de de-minimisverordening als u steun wilt verlenen?, Kenniscentrum Europa decentraal
Verhoogd plafond de-minimisverordening landbouw geldt vanaf 14 maart, Kenniscentrum Europa decentraal

 

 

X