Is steun aan kleine onderneming in moeilijkheden mogelijk?

september 2017

Een klein bedrijf binnen onze gemeente geeft aan in financiële problemen te zitten die mogelijk op korte termijn zouden kunnen leiden tot beëindiging van de onderneming. Is het mogelijk deze onderneming te helpen met een steunmaatregel binnen de Algemene Groepsvrijstellingsverordening?

Antwoord in het kort:

Nee, het is in principe niet mogelijk een onderneming in moeilijkheden te steunen binnen de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Wel zijn er uitzonderingen op deze uitsluiting binnen de AGVV en kan de gemeente nagaan of het betreffende kleine bedrijf in de gemeente voldoet aan het criterium ‘onderneming in moeilijkheden’ in de AGVV. Hieronder gaan wij hier nader op in.

De Algemene groepsvrijstellingsverordening

Voor kleine of middelgrote ondernemingen (KMO’s) biedt de AGVV verschillende vrijstellingen, bijvoorbeeld:

Aan deze vrijstellingen zijn specifieke voorwaarden verbonden waaraan moet worden voldaan, wanneer de gemeente voornemens is hier gebruik van te maken. Daarnaast zal rekening moeten worden gehouden met de algemene bepalingen uit de AGVV zoals met name ten aanzien van ‘ondernemingen in moeilijkheden’.

Onderneming in moeilijkheden uitgesloten van de AGVV

In art. 1 lid 4c is de categorie ‘ondernemingen in moeilijkheden’ in principe uitgesloten van toepassing van de AGVV. Dit betekent dat in principe geen gebruik gemaakt kan worden van vrijstellingen van de AGVV ten behoeve van het verlenen van geoorloofde staatssteun aan ondernemingen in moeilijkheden.

Wat een ’onderneming in moeilijkheden’ binnen de AGVV exact betekent, wordt gedefinieerd in art. 2 lid 18. Volgens dit lid van de AGVV is er ten aanzien van kleine of middelgrote ondernemingen sprake van een ‘onderneming in moeilijkheden’ wanneer er zich één van onderstaande situaties voordoet:

  1. en vennootschap of  onderneming waarbij meer dan de helft van haar (aandelen)kapitaal door de opgebouwde verliezen is verdwenen. (art. 2 lid 18a en 18b AGVV). Uitzondering hierop zijn: KMO’s die niet ouder zijn dan drie jaar en KMO’s die ten aanzien van risicofinancieringssteun binnen zeven jaar na haar eerste commerciële verkoop in aanmerking komen voor risicofinancieringsinvestering;
  2. wanneer tegen de onderneming een collectieve insolventieprocedure loopt of volgens het nationale recht aan de criteria voldoet om aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen (art. 2 lid 18c AGVV);
  3. wanneer de onderneming reddingssteun heeft ontvangen en de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft beëindigd, dan wel herstructureringssteun heeft ontvangen en nog steeds in een herstructureringsplan zit (art. 2 lid 18d AGVV).

Om te bepalen in hoeverre een gemeente voor financiële steun aan een kleine onderneming  een beroep zou kunnen doen op mogelijke vrijstellingen binnen de AGVV, zal de onderneming in kwestie niet moeten kwalificeren als een ‘onderneming in moeilijkheden’ in bovenbedoelde zin.

Collectieve insolventie procedure

Ten aanzien van het criterium ‘collectieve insolventieprocedure’ onder bovengenoemde definitie van ‘onderneming in moeilijkheden’ is soms onduidelijk of een onderneming hier wel of niet aan voldoet. Bijvoorbeeld wanneer een onderneming al wel een aanvraag tot faillissement heeft gedaan, maar de nationale rechter nog geen faillissement heeft uitgesproken. Is er op dat moment dan wel sprake dat de onderneming onderhevig is aan een collectieve insolventieprocedure?

Het Hof van Justitie van de EU heeft in een recente uitspraak (zaak C‑245/16) meer duidelijkheid verschaft in de vraag wat onder collectieve insolventieprocedure moet worden verstaan. Het Hof stelt dat binnen de context van de AGVV het begrip collectieve insolventie procedure “ziet op alle in het nationale recht voorziene collectieve insolventieprocedures van ondernemingen, ongeacht of die procedures ambtshalve door de administratieve of rechterlijke instanties van de lidstaten dan wel op initiatief van de betrokken onderneming worden ingeleid” (overweging 29). Dit betekent dat wanneer een onderneming op eigen initiatief een faillissement heeft aangevraagd, en een rechter dit faillissement nog niet heeft uitgesproken, er desalniettemin sprake zal zijn van een ‘onderneming in moeilijkheden’ in de zin van de AGVV.

In deze uitspraak stelt het Hof van Justitie van de EU bovendien dat de beoordeling of aan dit insolventie criterium is voldaan dient te geschieden op het moment van steunverlening (overweging 32-33). Dit betekent dat wanneer er op het moment van steunverlening geen sprake is van een ‘onderneming in moeilijkheden’ in de zin van de AGVV en de steun rechtmatig is vrijgesteld onder de AGVV, dan is het niet noodzakelijk om op een later moment na steunverlening te controleren of de begunstigde onderneming niet alsnog onderhevig is of aan de criteria voldoet van een collectieve insolventie procedure.

Uitzonderingen voor ondernemingen in moeilijkheden

Mocht de gemeente in dit praktijkgeval tot de conclusie komen dat er sprake is van een ‘onderneming in moeilijkheden’ in de zin van de AGVV dan zijn er voor speciale situaties toch nog enkele uitzonderingen denkbaar, waardoor voorgenomen steun door de gemeente mogelijk toch nog onder een AGVV vrijstelling gebracht kan worden.

Deze mogelijkheden zijn nader gedefinieerd in art. 1 lid 4c van de AGVV. Let op: de AGVV is recentelijk gewijzigd en heeft enkele nieuwe uitzonderingen toegevoegd aan dit lid:

Dit betekent dat een onderneming die voldoet aan de definitie ‘onderneming in moeilijkheden’ binnen de AGVV toch geoorloofd steun mag ontvangen via een vrijstelling binnen de AGVV wanneer de steun deel uitmaakt van een regeling zoals hierboven benoemd.  Hierbij gaat het om steunregelingen die zijn vrijgesteld binnen de AGVV in art. 50 (natuurrampen), art. 22 (starterssteun) en art. 15 (regionale exploitatiesteun). Het is dan wel van belang dat betreffende ‘ondernemingen in moeilijkheden’ die gebruik maken van een dergelijke regeling geen gunstigere behandeling krijgen binnen deze regeling dan andere ondernemingen die niet in moeilijkheden zijn.

Alternatief: de-minimisverordening

Wanneer het steunbedrag van de voorgenomen steunmaatregel van de gemeente aan het kleine bedrijf gering is, dan zou wellicht de de-minimisverordening nog uitkomst kunnen bieden wanneer de AGVV niet kan worden gebruikt. Het is wel belangrijk dat rekening gehouden wordt met de voorwaarden die aan de de-minimisverordening zijn verbonden.

Door:

David Schutrups, Europa decentraal

Meer informatie:

Staatssteun, Europa decentraal
Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), Europa decentraal
Steun voor het MKB, Europa decentraal
Arrest van het hof in zaak C-245/16, Hof van Justitie van de Europese Unie
Verordening 2017/1084 tot wijziging van verordening 651/2014
Reddings- en herstructureringssteun, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X