Vallen Europese subsidies onder staatssteunregels?

januari 2013

Onze provincie vraagt zich af wat de relatie is tussen het 7e Europese Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische ontwikkeling (KP7) en de staatssteunregels. Zijn de regels voor staatssteun inzake onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) ook van toepassing op subsidies die verstrekt worden aan ondernemingen in het kader van KP7?

Versie mei 2011

Antwoord

Ja, de staatssteunregels inzake O&O&I zijn ook van toepassing op subsidie onder KP7. KP7 heeft geen eigen staatssteunkader. Maar als een provincie een onderneming wil subsidiëren met gelden die voortkomen uit het KP7, moet één van de instrumenten uit het O&O&I staatssteunkader in acht genomen worden om de financiering staatssteunproof te maken. Het KP7 is een onderdeel van de EU-2020 doelstellingen. De staatssteunregels bieden hier een instrument om deze doelstellingen te behalen.

Verordening

In overweging 3 van Verordening 1906/2006 staat: ‘Het zevende kaderprogramma wordt eveneens uitgevoerd in overeenstemming met de staatssteunregels, met name de regels inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling, thans de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling.’

Besluiten Europese Commissie

De besluiten 1982/2006 en C(2011)174 stellen tevens vast dat subsidiëring in het kader van onderzoek conform de kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling en andere staatssteunregels dient te geschieden. Binnen het KP7 zelf is dus geen apart steunkader gecreëerd. De staatssteunregels over O&O&I dragen bij aan het staatssteunproof inkleden van de financiering van O&O&I projecten.

Steunkaders O&O&I

Voor O&O&I kan van meerdere staatssteunkaders gebruik gemaakt worden. Dit zijn:

– De Kaderregeling O&O&I en staatssteun;
– De Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV);
– De Omnibus decentraal regeling inzake O&O&I (alleen voor Nederlandse gemeenten en provincies).

Europese subsidies en staatssteun

Europese subsidies zijn gezien geen staatsmiddelen in de zin van art. 107 lid 1 VWEU. Zij komen immers niet ten laste van de staat. Als decentrale overheden bij de besteding van gemeenschapsmiddelen op basis van bijvoorbeeld het Europees Sociaal Fonds (ESF) of het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) zelf kunnen beoordelen aan welke partijen de middelen worden toegekend, dan kan er sprake zijn van een selectief voordeel dat aan bepaalde ondernemingen toegekend wordt. Daardoor kan er sprake zijn van staatssteun.

Staatssteunregels van toepassing

Art. 54 lid 4 Structuurfondsenverordening bepaalt dan ook dat bij staatssteun aan bedrijven de regels en drempels van de staatssteunregels in acht genomen moet worden. Ook bij het toekennen van Europese subsidies zijn de staatssteunregels van toepassing.

Meer informatie:

Informatiewijzer Staatssteun, voor decentrale overheden
1001 vragen over staatssteun, boek Europa decentraal
Omnibus decentraal regeling en O&O&I, Staatssteun
Algemene Groepsvrijstellingsverordening, Publicatieblad EU

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X