Is het mogelijk om meer de-minimissteun te verlenen dan het drempelbedrag door de betaling te spreiden?

maart 2021

Onze gemeente wil een ondernemer financieel steunen en maakt daarbij gebruik van de de-minimissteun. De de-minimisdrempel is € 200.000,- per drie jaar. Is het mogelijk om te besluiten om meer steun te verlenen dan de de-minimisdrempel door de betaling uit te spreiden over een langere tijd dan drie jaar?

antwoord in het kort

Nee, een overheid mag op geen moment aanspraak verlenen op meer de-minimissteun dan het drempelbedrag. Het moment waarop een onderneming aanspraak kan maken op steun wordt beschouwd als de steunverlening. Het tijdstip van feitelijke uitbetaling is juridisch niet relevant. Dit heeft gevolgen voor het berekenen van de toegestane steunintensiteit. Hieronder wordt nader uitgelegd waar u rekening mee moet houden.

Steunbesluit en steunbetaling

De de-minimisverordening 1407/2013 stelt drempelbedragen vast waaronder steun door de Europese Commissie niet als staatssteun wordt gezien. Deze drempel bedraagt € 200.000,- per drie belastingjaren. Om na te gaan binnen welke termijn de-minimissteun mag worden verleend, is het belangrijk om het verschil tussen het steunbesluit en de steunbetaling goed in de gaten te houden.

Steunverlening in de zin van de de-minimisverordening is het geven van een wettelijke aanspraak van de onderneming op steun. In de Nederlandse context gebeurt dat doorgaans door het besluit van een overheid in de zin van de Algemene wet bestuursrecht om de steun toe te kennen. Het is voor de berekening van het drempelbedrag niet van belang wanneer de steun wordt uitbetaald.

Als een overheid besluit om meer dan € 200.000 de-minimissteun toe te kennen, dan is de de-minimisdrempel overschreden ongeacht eventuele spreiding over meer dan drie jaar. Er mag dus op geen enkel moment een juridische aanspraak bestaan op een totaalbedrag dat hoger ligt dan het drempelbedrag.

Doorlopende termijn

Voor de volledigheid staan we ook stil bij hoe het subsidieplafond berekend moet worden door te rekenen met het tijdstip van steunverlening en de termijn van drie (fiscale) jaren. Het jaar waarin het steunbesluit wordt genomen geldt als het jaar van de steunverlening.

Als er bijvoorbeeld wordt besloten om € 200.000,- toe te kennen over een periode van drie jaar, dan moet de steun als verleend in het eerste jaar worden beschouwd. De termijn van drie jaar is doorlopend. Er moet worden uitgegaan van de verleende steun in het jaar waarvan men het subsidieplafond wil berekenen plus de verleende steun in de voorgaande twee jaren.

Dat betekent dat er in het vierde jaar weer € 200.000,- mag worden toegekend, aangezien in het tweede, derde en vierde jaar nul euro aan steun is verleend. Het steunbesluit moet wel worden genomen na afloop van de eerste termijn van drie jaar.

Cumulatie

Voor het berekenen van het subsidieplafond moet alle steun, die de onderneming van welke overheid dan ook ontvangt, worden betrokken. Het gaat om alle steun aan de zelfstandige onderneming of aan het geheel waarmee zij een enkele economische eenheid vormt, bijvoorbeeld een moedermaatschappij. Om cumulatie te voorkomen of te beheersen moet de onderneming een de-minimisverklaring tekenen waarin de onderneming aangeeft of zij al steun ontvangt. In de Handreiking Staatssteun voor de Overheid kunt u een een voorbeeldverklaring vinden.

Meer informatie

De-minimissteun, staatssteun, Kenniscentrum Europa decentraal
Handreiking Staatssteun voor de Overheid, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG