Wat is Cross Compliance en is dat relevant voor decentrale overheden?

februari 2013

In een nieuwsbericht lazen wij dat een aantal milieuorganisatie ervoor pleit om via de hervorming van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) de bescherming van de natuur beter te garanderen. Het randvoorwaardensysteem voor landbouwsubsidies (Cross Compliance) zou worden uitgebreid naar méér Europese richtlijnen. Bijvoorbeeld op het gebied van water, bodem, pesticiden en industriële emissies.

Versie februari 2010

We weten dat Cross Compliance betekent dat landbouwers moeten voldoen aan bestaande Europese richtlijnen zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Nitraat- en Grondwaterrichtlijn, om Europese landbouwsteun te ontvangen. Hoe is dit geregeld en is dit van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen?

Antwoord

Alle decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor een bepaald deel van de controle op naleving van de randvoorwaarden door landbouwers. Zowel door middel van regelmatige controles al dan niet in samenwerking met de Algemene Inspectiedienst (AID) als door toevallige constateringen van niet-naleving.

Cross Compliance randvoorwaardensysteem

Veel landbouwers in Nederland ontvangen inkomensondersteuning op grond van het GLB. Zo zorgt het GLB ervoor dat landbouwers duurzaam voedsel van hoge kwaliteit kunnen produceren. In ruil voor deze inkomensondersteuning moeten landbouwers voldoen aan belangrijke normen op het gebied van diergezondheid, dierenwelzijn en milieu die voortvloeien uit Europese verordeningen en richtlijnen.

Inkomenssubsidie

Landbouwers die niet aan deze regels voldoen, voldoen niet aan de subsidievoorwaarden en krijgen dus minder inkomenssubsidie. De Europese normen zijn voor alle Europese landbouwers hetzelfde en staan internationaal bekend onder de naam Cross Compliance. In Nederland wordt hiervoor meestal de term ‘randvoorwaarden’ gebruikt.

Verordening

Het randvoorwaardensysteem is opgenomen in Verordening 1782/2003. Dit systeem is een essentieel onderdeel van het GLB. Verordening 73/2009 heeft geleid tot intrekking van de oude verordening. Dit is gebeurd op basis van onderzoeken die onder andere in 2007 zijn uitgevoerd naar de toepassing en werking van het Cross Compliance systeem (zie dit verslag van de Commissie).

Gevolgen voor decentrale overheden

Europese verordeningen zijn altijd rechtstreeks geldend voor alle Europese lidstaten. Het hangt van de situatie in een lidstaat af in hoeverre de verplichtingen van de verordening van toepassing zijn op andere overheden dan de Rijksoverheid. In Nederland is het toezicht op Cross Compliance regelgeving een samenwerkingsproces waarin verschillende overheden hun eigen controletaken uitvoeren. De meeste regels worden gecontroleerd door de AID van het ministerie van LNV. De AID is ook het aanspreekpunt voor de controlediensten van de decentrale overheden.

Doorwerking Europese Verordeningen

Bovenstaande taakverdeling wordt mogelijk gemaakt door de bepalingen uit Verordening 73/2009 omtrent de controles op de naleving van de randvoorwaarden:

‘De lidstaten verrichten inspecties ter plaatse, om na te gaan of een landbouwer de in hoofdstuk 1 bedoelde verplichtingen nakomt. De lidstaten kunnen gebruik maken van hun bestaande beheers- en controlesystemen om erop toe te zien dat de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie worden nageleefd.’ (Titel II, art. 22)

Controle

De vertegenwoordigers van de Nederlandse overheden hebben in 2005 besloten dat ze gezamenlijk controleren op de naleving van de randvoorwaarden door landbouwers. Er wordt naar gestreefd om zoveel mogelijk decentraal te doen wat decentraal kan, waardoor de controle van het systeem van randvoorwaarden onder meer belegd is bij de gemeenten, provincies en waterschappen. Zo zien provincies toe op de naleving van natuurregelgeving en controleren gemeenten of er geen schadelijke stoffen in de bodem worden geloosd.

Afspraken

In 2008 en 2009 zijn, in navolging van de overeenkomst uit 2005, afspraken met provincies en waterschappen op schrift gesteld. Deze afspraken dienen ter uitvoering van de Verordening 1122/2009 waarin de bepalingen ter uitvoering van Verordening 73/2009 wat betreft de randvoorwaarden staan opgenomen:

‘De gespecialiseerde controle-instanties zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de controles op de naleving van de eisen en normen door landbouwers (Artikel 48).’

Controletaken decentrale overheden

In de verordening worden gespecialiseerde controle-instanties gedefinieerd als ‘nationale bevoegde controleautoriteiten’. Het ministerie van LNV is van mening dat uit de decentrale organisatie van controleactiviteiten in Nederland voortvloeit dat gespecialiseerde controle-instanties ook de gemeenten, provincies en waterschappen betreffen, en daarmee verantwoordelijkheid voor de controle op het naleven van randvoorwaarden door landbouwers dragen Op verzoek van gemeenten wordt een wetswijziging opgesteld ter verduidelijking van deze verplichtingen. Hieronder zijn de verantwoordelijkheden per medeoverheid opgesomd:

Gemeenten

Gemeenten controleren op twee cross compliance normen. Op de eerste plaats controleren zij of landbouwers geen stoffen in de bodem lozen (Art. 25 Lozingenbesluit bodembescherming). Daarnaast controleren zij of landbouwers geen gewasresten op landbouwgrond verbranden na de oogst (verschillende bepalingenAlgemene Plaatselijke Verordening). Deze handelingen zijn wel toegestaan als de landbouwer in het bezit is van een vergunning van het college van B&W.

Waterschappen

Waterschappen controleren op het verbod om pesticiden of nitraat te lozen in de bufferstroken, de mestvrije zone (art. 16 juncto 13 Lozingenbesluit open teelt en veehouderij). Daarnaast moeten landbouwers de vergunningvoorschriften voor het bevloeien van landbouwgrond in acht nemen als deze door waterschappen zijn gesteld (bijlage II Regeling GLB-inkomenssteun).

Provincies

Provincies controleren op de verplichting om de gebruiksvoorschriften in vogel- en habitatgebieden in acht te nemen (art. 19d Natuurbeschermingswet en art. 8 t/m 12 en 14 Flora- en Faunawet). Daarnaast moeten landbouwers de vergunningvoorschriften voor het bevloeien van landbouwgrond in acht nemen als deze door provincies zijn gesteld.

Uitvoering controle in samenwerking met de AID

De Europese regelgeving bepaalt de twee resultaten die met de controles bereikt moeten worden:

– Jaarlijks moet 1% van alle Europese landbouwers worden gecontroleerd op de naleving van de randvoorwaarden. Hiervoor maakt de AID in overleg met decentrale overheden risicoanalyses van de te controleren ondernemingen. De AID neemt op tijd contact op voor het verrichten van een controle en maakt afspraken over de manier van aanleveren van de controlegegevens. Decentrale overheden kunnen dan beslissen of zij ‘hun’ normen al dan niet gezamenlijk met de AID bij hetzelfde bedrijfsbezoek willen controleren. Een gemeente kan bijvoorbeeld ook zelf besluiten om de controle op een ander moment in het jaar te verrichten.

– De Europese regelgeving heeft tot gevolg ook dat (decentrale) overheden alle andere geconstateerde niet-nalevingen van randvoorwaarden uit hun reguliere controles maar ook toevallige constateringen moeten doormelden aan de AID, ongeacht de wijze waarop deze overtredingen bij de betreffende overheid bekend zijn geworden.

Meer informatie:

Milieu en klimaat
Randvoorwaarden GLB, Rijksoverheid
Folder Dienst Regelingen, Rijksoverheid
Factsheet rechtstreekse werking richtlijnen

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG 

X