Wat is de rol van het Benelux-Verdrag bij grensoverschrijdende samenwerking?

maart 2014

Klopt het dat er onlangs een nieuw Benelux-Verdrag is vastgesteld en wat is de invloed daarvan op de grensoverschrijdende samenwerking?

Antwoord in het kort

Ja, de ministers van de drie Beneluxlanden en de bevoegde regionale Belgische autoriteiten hebben inderdaad op 20 februari 2014 een nieuw Benelux-Verdrag voor grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking ondertekend. Dat Verdrag is een vernieuwing ten opzichte van de bestaande Benelux overeenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking uit 1986.

Benelux Unie Verdrag

Maar dat is niet hetzelfde als het Benelux-Unie-Verdrag dat op 17 juni 2008 is ondertekend en daarna een ratificatieproces doorliep in de parlementen van de partnerlanden (België, Nederland en Luxemburg). Het Benelux Unie Verdrag trad na de ratificatie in 2012 in werking en voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid voor de Benelux landen om samen te werken met buurlanden. Het stimuleren van de grensoverschrijdende samenwerking is één van de hoofddoelstellingen van dat Benelux Unie verdrag.

Voorloper Unie Verdrag

Het allereerste Benelux-Economische Unie Verdrag werd in 1958 ondertekend voor vijftig jaar. Omdat er noodzaak was tot vernieuwing en verbreding is het Benelux Unie Verdrag uit 2012 meer pragmatisch ingericht en beter afgestemd op de veranderende internationale en maatschappelijke context.

Doelen

De twee hoofddoelstellingen van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie uit 2012 zijn de Benelux-samenwerking als proeftuin voor Europa voortzetten en de grensoverschrijdende samenwerking uitbreiden. Op het moment van inwerkingtreding van dit verdrag werd vastgesteld dat op dat moment deze Benelux-samenwerking zich richtte op drie hoofdthema’s:

1. Interne markt en economische unie;
2. Duurzaamheid;
3. Justitie en binnenlandse zaken.

Werkwijze

Meer concreet werd hierbij afgesproken:

– De hoofdthema’s worden uitgewerkt in een vierjarig gemeenschappelijk werkprogramma (op dat moment het werkprogramma 2009-2012) dat nadere invulling krijgt in jaarlijkse werkplannen van het Secretariaat-Generaal van de Benelux in Brussel;
– Dit door het Benelux Comité van Ministers goedgekeurde gemeenschappelijk werkprogramma staat borg voor een sterkere politieke aansturing vanuit de drie landen;
– In het Verdrag uit 2012 is het aantal structuren verminderd en dus vereenvoudigd. Er blijven nog vijf Benelux-instellingen over namelijk het Benelux- Comité van Ministers, Raad, Parlement, Gerechtshof en Secretariaat Generaal;
– Het Verdrag voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid voor de Benelux-landen om samen te werken met andere Europese lidstaten of regionale samenwerkingsverbanden van die landen;
– De uitbreiding van de samenwerking naar meer terreinen dan louter het economische brengt met zich mee dat de officiële benaming van de Benelux verandert van Benelux Economische Unie in Benelux Unie;
– Het Verdrag uit 2012 is voor onbepaalde tijd gesloten. Elk land kan het Verdrag na een eerste periode van tien jaar opzeggen met een termijn van drie jaar.

Werkprogramma 2013-2016

Het nieuw vastgestelde gemeenschappelijk werkprogramma van de Benelux over de periode 2013-2016 werkt op een zevental beleidsterreinen acties uit bijvoorbeeld op het terrein van energie, leefmilieu en ruimte, sociale cohesie, economie en kennis, mobiliteit, veiligheid en fraudepreventie. Voor dit jaar zijn de projecten benoemd in het Actieplan 2014 dat ook op 20 februari 2014 werd vastgesteld.

Jaarplan 2014

In het vastgestelde werkprogramma 2013-2016 is het bredere werkkader voor deze betreffende periode beschreven. Uit het vastgestelde Jaarplan 2014 blijkt dat in 2014 de focus wordt gelegd op drie thema’s:

– grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit,
– transport en logistiek, en tot slot
– fraudepreventie.

In verband met het faciliteren van grensoverschrijdende mobiliteit wordt ook gedacht aan het uitbreiden van een webportaal voor grensarbeiders en aan maatregelen voor een beter wegverkeer en gezamenlijke bestijding van vormen van fraude en sociale dumping.

Nieuw Verdrag 2014

Het in februari 2014 door de betrokken Benelux Ministers ondertekende nieuwe Verdrag specifiek over grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking is een actualisering van de bestaande Benelux Overeenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten van 12 september 1986 (inwerking getreden op 1 april 1991). Het werkt versterkend ten opzichte van deze Overeenkomst.

Grenzeloos samenwerken

Het Verdrag wil overheden en publieke instellingen, vooral in de grensstreken de mogelijkheid bieden om grenzeloos in alle rechtszekerheid samen te werken. De Benelux landen willen met dit verdrag grensoverschrijdende samenwerking meer promoten. De Verdragsbepalingen zijn daarom soepeler en werken meer uit dan de Europese regelgeving op dit moment doet. Hierdoor kunnen overheden en andere instanties in de Benelux bijvoorbeeld op meer terreinen grensoverschrijdende projecten, die ook dichter bij de burger liggen, starten dan voorheen. Bijvoorbeeld op het gebied van cultuur, gezondheidszorg of veiligheid.

Rechtsvorm

Ook kunnen zij zelf de rechtsvorm van hun samenwerking kiezen. De drie bestaande vormen worden voortgezet: de Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking (BGTS), het gemeenschappelijke orgaan en de administratieve afspraak. Daarnaast kan met Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk worden samengewerkt.

Verschillen oud-nieuw

Het nieuwe verdrag combineert de voordelen die de Europese EGTS verordening biedt met de voordelen die de oude Benelux Overeenkomst al langer bood aan organisaties zoals gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden.

Op basis van de oude Overeenkomst:
– hoefden organisaties die willen samenwerken geen verplichte directeur in dienst te nemen;
– konden ze samenwerken zonder voorafgaande goedkeuring van de centrale overheid; en
– konden ze indien gewenst bevoegdheden overdragen aan het samenwerkingsverband.

Voordelen

Op basis van het nieuwe Verdrag kunnen organisaties over de grens heen samenwerken in een BGTS die ook de voordelen heeft die de EGTS verordening aanreikte. Zo kunnen nu ook centrale overheden en publiekrechtelijke instellingen deelnemen aan een grensoverschrijdend samenwerkingsverband. Het gaat daarbij om overheden en instellingen in de zin van artikel 1, negende lid, tweede alinea van de Richtlijn overheidsopdrachten. Daarnaast werd voor een deel vereenvoudigd welk recht van toepassing is, namelijk dat van het land van de zetel.

Zetelverplaatsing

Een laatste innovatie van het nieuwe Benelux Verdrag is de mogelijkheid tot grensoverschrijdende zetelverplaatsing van een grensoverschrijdend samenwerkingsverband zonder ontbinding. Met dit nieuwe Verdrag beogen de Benelux-landen, net als in 1986, opnieuw de voorhoede te vormen in de bevordering van grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking van overheden en van publiekrechtelijke instellingen. Ze willen daarbij ook uitdrukkelijk hun buurlanden in die voorhoedepositie betrekken, t.w. de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk.

Meer informatie:

Grensoverschrijdende samenwerking, Europa decentraal
Tekst van het nieuwe Benelux-Verdrag over gros van 20 februari 2014
Informatiefiche Benelux over nieuw Verdrag
Nieuwsbrief GROS van Ministerie van BZK, maart 2014
Website Benelux, met onder andere het Jaarplan 2014

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X