Wat zijn de bestaande Europese verplichtingen op het gebied van luchtkwaliteit?

november 2019

Binnen onze gemeente vinden we goede luchtkwaliteit belangrijk. Wat is de status van de huidige Europese regels en hoe vloeien deze door in onze praktijk?

Antwoord in het kort

De Europese regels op het gebied van luchtkwaliteit is voornamelijk vastgelegd in twee richtlijnen: de Luchtkwaliteitsrichtlijn en de Richtlijn betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht. Deze richtlijnen worden op dit moment geëvalueerd, het resultaat wordt voor het einde van dit jaar verwacht. Daarnaast verwacht het kabinet dat het Schone Lucht Akkoord einde dit jaar wordt ondertekend door alle overheden. Hierin ligt de focus op het verbeteren van de luchtkwaliteit voor de volksgezondheid.

Luchtkwaliteit

Slechte luchtkwaliteit zorgde in 2018 in Europa voor meer dan 400.000 gevallen van vroegtijdig overlijden, aldus de Europese Commissie. Omdat luchtverontreiniging zich over landsgrenzen heen verplaatst, is er door de lidstaten gekozen voor een coördinatie op EU-niveau om luchtverontreiniging aan te pakken. Dit betekent dat er Europese doelstellingen zijn aangenomen die er voor moeten zorgen dat voor alle Europese burgers schone lucht beschikbaar is. Deze doelstellingen dienen op nationaal, maar zeker ook op decentraal niveau gehandhaafd te worden.

Europese regels

Het EU-beleidskader ten aanzien van de kwaliteit van lucht beslaat drie pijlers. De eerste beslaat normen voor luchtkwaliteit, de tweede nationale emissiereductiedoelstellingen en de derde emissienormen voor bronnen van verontreiniging.

Normen voor luchtkwaliteit in Europa

Deze normen zijn hoofdzakelijk vastgelegd in de Richtlijn betreft luchtkwaliteit (Richtlijn 2008/50/EG) en de Richtlijn betreft arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (Richtlijn 2004/107/EG). Deze richtlijnen gelden momenteel en zijn in Nederland geïmplementeerd via hoofdstuk vijf van de Wet Milieubeheer.

Overigens is in het kader van de huidige Europese regelgeving relevant op te merken dat de Europese Commissie in de tweede helft van 2017 is begonnen met een Fitness check voor deze luchtkwaliteitsrichtlijnen. Met een Fitness check wordt een set van bestaande Europese wet- en regelgeving geëvalueerd en wordt nagegaan of deze wetgeving nog voldoet aan de doelstellingen die met de oorspronkelijke wetgeving beoogd werd te behalen. De afronding van de betreffende Fitness Check staat gepland in het laatste kwartaal van 2019, dus binnenkort. Het is goed mogelijk dat op basis van deze Fitness Check een wetgevingsvoorstel van de Europese Commissie volgt dat de huidige richtlijnen wijzigt. Op dit moment is daarover echter nog niets bekend.

Nationale emissiereductiedoelstellingen

Met de publicatie van het Programma ‘Schone lucht voor Europa’ van de Europese Commissie in 2013 werd ook de richtlijn nationale emissieplafonds (National Emission Ceilings Directive – NEC-richtlijn) gepresenteerd. Deze richtlijn is in 2016 in werking getreden en stelt grenswaarden waarin moet worden voldaan in 2020 en 2030. Deze grenswaarden gelden voor de belangrijkste grensoverschrijdende luchtverontreinigende stoffen: zwaveloxiden, stikstofoxiden, ammoniak, vluchtige organische stoffen, stofdeeltjes en fijnstof.

Emissienormen voor bronnen van verontreiniging

Deze pijler beslaat een breed terrein, van uitstoot van voertuigen tot de industriële sector. De Commissie heeft verschillende normen vastgelegd in wetgeving gericht op dit gebied. Zo wordt er bijvoorbeeld ingezet op emissievrije stadsbussen door middel van Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit. De provincies en de Rijksoverheid zijn hierover al in 2016 tot overeenstemming gekomen dat er in 2025 wordt overgestapt op 100 procent uitstootvrije bussen. In november 2019 werd bekend dat er vijftig nieuwe waterstofbussen worden aangeschaft, die per 2021 moeten rijden.

Rol van decentrale overheden

Decentrale overheden zijn logischerwijs betrokken bij plannen om luchtverontreiniging aan te pakken. Luchtverontreiniging wordt immers veroorzaakt door onder andere (openbaar) vervoer, bouwprojecten en industrie. Zij spelen daarom een belangrijke rol in het verminderen van luchtverontreiniging en het behalen van Europese doelstellingen. Daarnaast is er een rol voor decentrale overheden als bevoegd gezag onder de Wet Milieubeheer. Uit artikel 5.6 lid 1 van deze wet kan een project (bijvoorbeeld een bouwproject) dat luchtverontreiniging veroorzaakt alleen doorgang vinden als het aan een of meerdere van onderstaande voorwaarden voldoet:

Daarnaast werken decentrale overheden samen met de Rijksoverheid onder het NSL om ervoor te zorgen dat de uitstoot van onder andere fijn stof en stikstofoxide onder de Europese drempelwaarden blijft.

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en Schone Lucht Akkoord

Toen in 2009 bleek dat de doelstellingen onder de luchtkwaliteitsrichtlijn niet gehaald zouden worden door Nederland, is er een aanvraag tot uitstel ingediend bij de Europese Commissie. Voorwaarde hiervoor was dat Nederland met een luchtkwaliteitsplan zou komen. De presentatie van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) heeft ertoe geleid dat de Commissie Nederland derogatie van de doelstellingen heeft verleend. Het NSL ziet grofweg toe op twee dingen:

Om deze doelstellingen te behalen werken overheden samen, door het inzetten van bijvoorbeeld schone bussen of andere maatregelen. De verbetering van de luchtkwaliteit die door middel van het NSL wordt gerealiseerd is dusdanig groot, dat deze ook nog genoeg ‘ruimte’ oplevert voor nieuwe bouwwerkzaamheden of andere ontwikkelingen die de luchtkwaliteit verslechteren.

Onlangs heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) Stientje van Veldhoven de beleidsdoorlichting van het NSL aangeboden aan de tweede kamer. Ze schrijft dat het Nationaal Samenwerkingsplan Luchtkwaliteit (NSL) lijkt te hebben bijgedragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland. In deze doorlichting zijn ook aanbevelingen meegenomen voor het nieuwe luchtkwaliteitsplan, het Schone Lucht Akkoord (SLA) dat eind 2019 ondertekend wordt door de rijksoverheid en decentrale overheden. De minister neemt de aanbevelingen mee. De focus van dit beleid verschuift van het behalen van Europese normen naar het verbeteren van de luchtkwaliteit ten behoeve van de volksgezondheid. Voor meer informatie, zie dit artikel van Kenniscentrum Europa decentraal.

Stedelijk partnerschap luchtkwaliteit

Onder de noemer de Stedelijke Agenda voor de EU zijn er twaalf thematische partnerschappen opgericht. Hierin komen steden, lokale en regionale overheden, de Europese Commissie, lidstaten en experts samen om te werken aan oplossingen voor stedelijke problematiek. Een van deze partnerschappen is het partnerschap Luchtkwaliteit. Binnen deze partnerschappen wordt gewerkt aan acties die kunnen bijdragen aan een van de volgende doelen:

Binnen het partnerschap luchtkwaliteit was de gemeente Utrecht een van de coördinatoren.

Als decentrale overheid makkelijk de luchtkwaliteit berekenen

Een van de uitkomsten van het partnerschap luchtkwaliteit was, naast een position paper over de luchtkwaliteitsrichtlijnen, een tool waarmee gemakkelijk de gezondheidsvoordelen van betere luchtkwaliteit en kosten van ruimtelijke ordening kunnen worden gemeten. Daarnaast kan men met de Air Quality Tool alternatieve luchtkwaliteitsoplossingen aandragen.

Door:

Fabian Wondergem, Kenniscentrum Europa decentraal

Meer informatie:

Praktijkvraag: Wat houdt het partnerschap luchtkwaliteit in?, Kenniscentrum Europa decentraal
Lucht, Kenniscentrum Europa decentraal
Air Quality Tool, Stedelijk Partnerschap Luchtkwaliteit

X