Welke aanbestedingsverplichtingen vloeien voort uit de gewijzigde Richtlijn schone wegvoertuigen?

februari 2020

Wij als gemeente begrijpen dat wij bij een aanbestedingsprocedure voor de aanschaf van wegvoertuigen de Richtlijn inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (richtlijn 2009/33/EG) in acht moeten nemen. Deze richtlijn is in 2019 gewijzigd. Welke verplichtingen voor decentrale overheden vloeien uit de wijziging voort?

Antwoord in het kort

De wijziging van de Richtlijn schone wegvoertuigen (Richtlijn 2009/33/EG) in 2019 moet uiterlijk 2 augustus 2021 doorgevoerd zijn in nationale wetgeving. Met de wijziging van de richtlijn is het toepassingsgebied uitgebreid, is de definitie van schone wegvoertuigen toegevoegd en zijn minimumstreefcijfers voor de aanbesteding van schone wegvoertuigen toegevoegd.

Richtlijn schone wegvoertuigen

De Richtlijn inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit (Richtlijn 2009/33/EG) is er voornamelijk op gericht om de markt voor schone en energiezuinige wegvoertuigen te stimuleren en de emissies van broeikasgassen en verontreinigende stoffen te verminderen. Om dit te bereiken moeten aanbestedende diensten en instanties, bij de aanschaf en aanbesteding van bepaalde wegvoertuigen, rekening houden met energie- en milieueffecten tijdens de volledige levensduur van de voertuigen (artikel 1). Hierbij wordt onder andere gekeken naar het energieverbruik, de CO2-uitstoot en de uitstoot van bepaalde verontreinigende stoffen.

Wijzigingsrichtlijn 2019/1161/EU

In juli 2019 is de richtlijn gewijzigd naar aanleiding van een evaluatie die in 2015 plaatsvond. Hieruit kwam wijzigingsrichtlijn 2019/1161/EU voort. Uit de evaluatie bleek dat er serieuze tekortkomingen waren. Zo miste de richtlijn uit 2009 een duidelijke definitie van schone wegvoertuigen en was het toepassingsgebied beperkt. Naast een naamswijziging van de richtlijn hebben er drie andere grote wijzigingen plaatsgevonden. Zo zijn er minimumstreefcijfers voor schone voertuigen bij  overheidsopdrachten toegevoegd, is het toepassingsgebied van de richtlijn vergroot en is de definitie van schone wegvoertuigen verduidelijkt.

Uitbreiding van het toepassingsgebied

Waar de richtlijn eerder alleen van toepassing was op de aankoop van wegvoertuigen door aanbestedende diensten en instanties, is dit nu expliciet uitgebreid naar de huur, huurkoop of lease van wegvoertuigen (gewijzigd artikel 3(1)a rl 2009/33/EG). De richtlijn uit 2009 was al van toepassing op de aanbestedingscontracten voor het vervoer van passagiers. Door de wijziging in 2019 is de richtlijn voortaan ook van toepassing op dienstencontracten voor openbaar vervoer, speciaal personenvervoer, het ophalen van vuilnis en post- en pakketvervoer (gewijzigde Bijlage tabel I rl 2009/33/EG). Daarnaast vallen bussen en vrachtwagens voortaan ook expliciet binnen de reikwijdte van de richtlijn (gewijzigd artikel 4(3) rl 2009/33/EG).

De richtlijn is niet van toepassing op voertuigen die gebouwd zijn voor werkzaamheden en niet geschikt zijn voor het vervoer van passagiers of goederen (preambule 17 rl 2019/1161/EU). Het gaat dan bijvoorbeeld om voertuigen die bestemd zijn voor wegenonderhoud, zoals sneeuwschuivers. Lidstaten mogen zelf bepalen of ze een aantal andere voertuigcategorieën willen uitsluiten van toepassing van de bepalingen van de richtlijn. Het gaat om onder meer pantservoertuigen, ziekenwagens en mobiele kranen. Doel van deze uitzonderingsmogelijkheid is om onevenredige lasten voor overheden en exploitanten te vermijden (preambule 17 rl 2019/1161/EU).

Definitie schone wegvoertuigen

In de gewijzigde richtlijn worden schone voertuigen gedefinieerd aan de hand van drempelwaarden voor de uitstoot van bepaalde verontreinigende stoffen en het gebruik van alternatieve brandstoffen. Dit is afhankelijk van wat voor wegvoertuig het betreft.

Auto’s en busjes

Voor auto’s en busjes (die minder wegen dan 3,5 ton) geldt tot 2025 dat maximaal 50 gram CO2 per kilometer uitgestoten mag worden. Daarnaast mag er maximaal 80% van de RDE-emissies van luchtverontreinigende stoffen (stofdeeltjes en stikstofoxiden NOx) worden uitgestoten. RDE staat voor real driving emissions. Dit gaat om de uitstoot van een voertuig wanneer deze op de openbare weg rijdt. Dit houdt in dat alleen zeer schone hybride auto’s aangemerkt kunnen worden als schone wegvoertuigen. Vanaf 2026 worden de drempels verder aangescherpt en komen alleen nog nul-emissiewegvoertuigen in aanmerking (gewijzigde bijlage tabel 2 rl 2009/33/EG).

Bussen en vrachtwagens

Voor bussen en vrachtwagens geldt dat deze wegvoertuigen als schoon gekenmerkt worden als zij op alternatieve brandstoffen rijden (gewijzigd artikel 4(4)b rl 2009/33/EG). Hierbij is het wel van belang dat er niet bijgemengd wordt met fossiele brandstoffen en dat brandstoffen die geproduceerd zijn van grondstoffen met een hoog risico op indirecte veranderingen in landgebruik zijn uitgesloten (ILUC-risico). Daarnaast wordt ook de definitie van een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig gegeven: dit betreft een schoon voertuig zonder interne verbrandingsmotor of met een interne verbrandingsmotor met emissies van minder dan 1 kilogram CO2 per kilometer (gewijzigd artikel 4(5) rl 2009/33/EG).

Minimumstreefcijfers aanbesteden

Wellicht de meest ingrijpende wijziging in de nieuwe richtlijn is dat er minimumstreefcijfers zijn opgesteld die bij de aanbesteding van de hierboven genoemde wegvoertuigen (gewijzigde bijlage tabel 2 en 3 rl 2009/33/EG) in acht moeten worden genomen:

Type voertuig

 

Minimum aantal schone voertuigen in de periode  2021-2025

Minimum aantal schone voertuigen in de periode  2026-2030

Auto’s en bestelbussen38,5%38,5% (alleen zero emissie voertuigen)
Bussen45%65%
Vrachtwagens10%15%

Hierbij is het van belang te vermelden dat de helft van het minimumstreefcijfer voor bussen (zowel over 2021-2025 als 2026-2030) moet worden gehaald via de aanbesteding van emissievrije bussen en de andere helft door middel van bussen rijdend op alternatieve brandstoffen.

Implementatie in Nederlandse wetgeving

De (nog ongewijzigde) richtlijn schone en energiezuinige wegvoertuigen is geïmplementeerd in de Wet Milieubeheer, de Wet op de economische delicten en de Elektriciteitswet 1998. Daarnaast is de nationale regeling bevordering aankoop schone en energiezuinige wegvoertuigen aangenomen. Meer informatie over de huidige regeling vindt u hier. De gewijzigde richtlijn zal uiterlijk 2 augustus 2021 doorgevoerd moeten worden in nationale wetgeving.

Door:

Jos Pees, Kenniscentrum Europa decentraal

Bron:

Richtlijn 2009/33/eg inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit, EUR-Lex
Richtlijn 2019/1161/EU tot wijziging van Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen, EUR-Lex

Meer info:

Welke verplichtingen vloeien voort uit de richtlijn schone en energiezuinige wegvoertuigen?, Kenniscentrum Europa decentraal
Vervoer en aanbesteden, Kenniscentrum Europa decentraal