Welke mogelijkheden en regels zijn er voor het stimuleren van volwasseneneducatie?

juli 2013

Om de gevolgen van de economische crisis te verzachten en ons voor te bereiden op vergrijzing, wil onze gemeente meer aandacht besteden aan het stimuleren van scholing van (ontslagen) volwassen werknemers. Welke mogelijkheden biedt de EU ons en met welke regels moeten we rekening houden?

Versie maart 2009

Antwoord in het kort

Op het gebied van volwasseneneducatie kunnen gemeenten gebruik maken van het Grundtvig Programma. Dit Europese programma voor volwasseneneducatie richt zich op algemeen vormend onderwijs aan volwassenen en is bedoeld ter ondersteuning van activiteiten die innovatie, beschikbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van onderwijsmogelijkheden voor volwassenen vergroten. Het programma maakt onderdeel uit van het Leven Lang Leren Programma (LLL-programma).

Europese staatssteunregels

Als gemeenten gebruik maken van het geld uit Europese programma’s dient altijd rekening te worden gehouden met de Europese staatssteunregels. Staatssteun is in de regel verboden omdat het de markt verstoort, maar de Europese Commissie heeft in 2008 een verordening gepubliceerd die duidelijk maakt wanneer steun op het gebied van opleidingen wel mogelijk is.

Verantwoordelijk aanbod volwasseneducatie

Individuele gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanbod van volwasseneneducatie binnen de gemeente, waarvoor zij budget krijgen van de rijksoverheid. Gemeenten kunnen zelf bepalen of er daarnaast ook cursussen en opleidingen met een vrijblijvender karakter worden aangeboden.

1. Mogelijkheden

Gemeenten kunnen vanuit deze positie een stimulerende rol spelen bij het versterken van Europese samenwerking binnen de volwasseneneducatie. Alle Europese programma’s zijn hierop gericht door middel van financiering voor transnationale projecten, bijvoorbeeld op het gebied van (multicultureel) onderwijs en beroepsonderwijs. Decentrale overheden kunnen daarnaast als partner deelnemen aan de programma’s, in samenwerking met onderwijsinstellingen, beroepsopleidingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Ondersteunen mobiliteit volwasseneducatie

Het Grundtvig-programma is een Europees actieprogramma met als doelstelling het ondersteunen van mobiliteit van 7.000 mensen die betrokken zijn bij volwasseneneducatie tegen 2013. Het Europese kader voor dit programma is het LLL-programma, wat tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de kenniseconomie via duurzame economische groei, betere en meer banen en grotere sociale samenhang in de EU.

Dit is gerelateerd aan de Lissabondoelstellingen, die in 2000 zijn geformuleerd om Europa de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld te maken. Deze strategische doelstellingen zijn sinds 2005 volledige geconcentreerd op het vergroten van duurzame economische groei en werkgelegenheid.

Lissabonstrategie

De Lissabonstrategie is een overkoepelende strategische doelstelling van de EU die moet zorgen voor duurzame economische groei en werkgelegenheid. Ook het regionaal beleid van de EU wordt in de periode 2007-2013 voornamelijk ingezet om de doelstellingen van deze groeistrategie te bereiken. Onderwijs en opleiding spelen vanuit Europees oogpunt een belangrijke rol voor de toekomst van Europa op sociaal en economisch gebied.

Decentrale overheden hebben in veel lidstaten directe taken en verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijs en training en via hun activiteiten op onderwijs- en opleidingsgebied kunnen decentrale overheden bijdragen aan de Lissabondoelstellingen.

Nationaal Hervormingsplan

In het Nationaal Hervormingsprogramma Nederland 2008-2010 wordt beschreven hoe Nederland de Lissabondoelstellingen deze jaren nastreeft. Onderdeel daarvan is het stimuleren van ondernemerschap en onderwijs. Om Nederland zowel in de publieke sector als in het bedrijfsleven innovatiever maken, zijn ondernemende werknemers en zelfstandig ondernemers onontbeerlijk, die onder meer moeten worden geleverd door onderwijsinstellingen voor volwassenen.

Bij de ministeries van EZ en OCW zijn de afgelopen jaren programma’s ontwikkeld om ondernemerschap in het onderwijs te stimuleren waarvan één gericht op beroeps- en volwasseneneducatie (BVE). Door het (financieel) ondersteunen van projecten worden onderwijsinstellingen enthousiast gemaakt voor het aanleren van ondernemen.

Mededeling

Op 21 februari 2007 heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd met een samenhangend kader van indicatoren en benchmarks om de vorderingen met de Lissabondoelstellingen op onderwijs- en opleidingsgebied te kunnen toetsen.

Leven Lang Leren Programma

Vanaf 2007 is een integraal actieprogramma voor onderwijs en opleiding in de EU gestart, genaamd Leven Lang Leren Programma (LLL-programma). Het doel van dit programma is een bijdrage te leveren aan de kenniseconomie via duurzame economische groei, betere en meer banen en grotere sociale samenhang in de EU. Het LLL-programma richt zich verder op interactie, samenwerking en mobiliteit tussen onderwijs- en opleidingsstelsels in de EU.

Onder het LLL-programma vallen onder meer de onderdelen Comenius (gericht op schoolonderwijs), Erasmus (gericht op hoger onderwijs en opleiding), Leonardo da Vinci (gericht op  eroepsonderwijs en -opleiding) en Grundtvig (gericht op volwasseneneducatie). Het totale budget voor de periode 2007-2013 is ongeveer 7 miljard euro.

Grundtvig-programma voor volwasseneneducatie

Het Grundtvig-programma wil de kwaliteit van de volwasseneneducatie in de EU verbeteren. Het programma richt zich op algemeen vormend onderwijs aan volwassenen, in zowel formele, non-formele als informele leeromgevingen. De actie ondersteunt activiteiten die innovatie, beschikbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van onderwijsmogelijkheden voor volwassenen door Europese samenwerking.

Aanbieders volwasseneneducatie

In Nederland komen alle aanbieders van volwasseneneducatie in aanmerking, waaronder ROC’s, volksuniversiteiten, musea, bibliotheken, gevangenissen en welzijnsorganisaties. Individuele mobiliteit is meestal bedoeld voor educatiepersoneel in brede zin (docenten, managers en ondersteunend personeel) en voor onderwijsondersteunende functies als inspecteur of beleidsmedewerkers educatie bij de overheid. In 2009 zijn er de volgende Grundtvig-acties mogelijk:

Grundtvig Nascholing van werknemers uit de educatiesector. Deze na- of bijscholingscursussen zijn trainingen voor Europees samengestelde groepen voor een periode van 5 dagen tot 6 weken. De deadline voor trainingsactiviteiten die starten op of na 1 september 2009 is 30 april 2009;

Grundtvig Bezoeken en Uitwisselingen van werknemers uit de educatiesector. Dit betreft informele scholing door een ‘jobshadowing’, studiebezoek of vakconferentie tot 12 weken. Beurzen dienen minimaal 6 weken van tevoren te worden aangevraagd;

Grundtvig Workshops voor alle organisaties die volwasseneneducatie aanbieden. Een Grundtvig Workshop is een Europese ‘leerkring’ met volwassen deelnemers uit ten minste 3 LLP-landen, bestaande uit 10 tot 20 deelnemers. Volwassenen melden zich aan bij de organiserende volwasseneneducatieaanbieder die zorg draagt voor reis en verblijf;

Grundtvig Senior Vrijwilligersprojecten gaan in 2009 van start. Twee organisaties op het gebied van vrijwilligerswerk uit twee Europese landen, met gelijkwaardige of complementaire activiteiten spreken af om binnen twee jaar een totaal van 2 tot 6 vrijwilligers per organisatie uit te zenden en te ontvangen. De senior vrijwilliger (50+) zet zijn of haar kennis en ervaring in voor een activiteit zonder winstoogmerk, gedurende 3 tot 8 weken in het buitenland;

Grundtvig Lerende Partnerschappen, voor organisaties uit de volwasseneneducatie. Deze werken gedurende twee jaar aan een thema van gedeeld belang, en wisselen kennis, ervaring en deelnemers uit. Dit is voornamelijk geschikt voor kleinere educatieve organisaties, zoals lokale verenigingen, welzijnsinstellingen en vrijwilligersorganisaties.

2. Europese regels

Als gemeenten gebruik maken van het geld uit Europese programma’s, dient altijd rekening te worden gehouden met de Europese regels voor overheidssteun. Controle op overheidssteun – waaronder steun door decentrale overheden – aan ondernemingen is één van de belangrijkste onderdelen van het mededingingsbeleid binnen de Europese Gemeenschap. Eén van de doelen van de Europese wet- en regelgeving is het scheppen van gelijke concurrentievoorwaarden voor alle ondernemingen op de gemeenschappelijke markt. De maatregelen van de overheid die concurrentievervalsend uitpakken door onterecht voordelen te scheppen voor ondernemingen of bepaalde producties daarvan, zijn daarom niet toegestaan.

Opleidingssteun

De Commissie wil ondernemingen in de Gemeenschap stimuleren in de opleiding van hun werknemers te investeren. Staatssteun aan opleidingen kan daarom onder bepaalde voorwaarden worden beschouwd als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt. Vanaf augustus 2008 geldt een nieuwe Vrijstellingsverordening Opleidingssteun die van toepassing is op alle sectoren.

In deze verordening staan de voorwaarden waaraan opleidingssteun moet voldoen om goedgekeurd te worden, bijvoorbeeld de kosten die mogen worden gesteund (onder meer materiaalkosten, personeelskosten van de leerlingen en van de opleiders, uitgaven voor begeleiding en advisering) en het maximale budget per project (€ 1 miljoen).

Crisissteun

De Commissie heeft op 17 december 2008 een Mededeling ‘Tijdelijk raamwerk voor steunmaatregelen om toegang tot financiën in de huidige financiële en economische crisis te ondersteunen’ gepresenteerd. Hierin worden onder meer nieuwe goedkeuringscriteria vastgesteld voor relatief kleine steunbedragen tot € 500.000,= die in verband met de crisis worden ingezet. Deze criteria worden in ieder geval tot 31 december 2010 gehanteerd. Het melden van crisissteunregelingen is naar verwachting minder tijdrovend dan het melden van ‘gewone’ staatssteun.

Melding bij ECT

Beperkte steun die in het kader van het Raamwerk wordt verleend, moet worden gemeld bij het Economic Crisis Team (ECT) van de Commissie, dat streeft naar een snelle beoordeling van een aantal weken. Nederlandse decentrale overheden moeten hun crisissteunmaatregelen melden via het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van het ministerie van BZK. Op basis van rapportage door lidstaten zal de Commissie nader evalueren of de maatregelen na 2010 worden gehandhaafd, afhankelijk van het feit of de crisis voortduurt.

Meer informatie:

VNG Servicebureau Europa, over het Grundtvig-programma
Europees Platform, over het Grundtvig-programma
Opleidingssteun, Staatssteun
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over volwasseneneducatie

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X