Zijn Europese regels en subsidies toepasbaar op de overzeese Koninkrijksdelen?

januari 2014

Onze gemeente heeft banden met de voormalige Nederlandse Antillen en wil op één van die eilanden een project steunen voor de aanleg van rioolbuizen. Kan dit eiland, als bijzondere Nederlandse gemeente, aanspraak doen op Europees subsidiegeld? En zijn de Europese regels bijvoorbeeld over staatssteun en aanbesteden op deze eilanden van toepassing?

Antwoord in het kort

Ja, er zijn op het moment van het stellen van deze vraag voorbeelden bekend van projecten op en met de overzeese Koninkrijksdelen (Curaçao, Sint Maarten, Aruba en de BES-eilanden) waarbij gebruik is gemaakt van Europese gelden.

STATUS VAN lANDEN EN GEBIEDEN OVERZEE (LGO)

Formeel gezien geldt het zogenoemde acquis communautaire van de Europese Unie niet en daarom zijn de Europese regels voor staatssteun en aanbesteden niet automatisch van toepassing op de overzeese Koninkrijksdelen. Dit volg uit de LGO-status die de overzeese Koninkrijksdelen naar Europees recht hebben.

Europese middelen

Er zijn voorbeelden waarin eilanden participeerden in projecten – al dan niet met Nederlandse decentrale overheden- en waarin gebruik werd gemaakt van het Europees Zevende Kaderprogramma (KP7). Ook waren er in de periode 2007-2013 middelen beschikbaar uit het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Hieruit zouden praktische zaken kunnen worden betaald als aanleg van riolering, sociale huisvesting en (bijvoorbeeld in het geval van Aruba) verbetering van het onderwijs. Een lijst van fondsen waar aanspraak op kon worden gemaakt is te vinden in Annex II E van het zogenoemde OCT-besluit (het Besluit van de Raad betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Economische Gemeenschap, COM 2000/0732 def).

EOF

Het EOF is het voornaamste instrument voor het verstrekken van steun van de Unie in het kader van de ontwikkelingssamenwerking aan de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS (of in het Engels ACP)-staten) en de LGO (Landelijke Gebieden Overzee, zie hierna). Het EOF wordt niet gefinancierd met middelen uit de begroting van de Europese Unie. Het wordt door de lidstaten gefinancierd, is aan eigen financiële regels onderworpen en wordt door een eigen comité geleid.

Subsidieperiode

Voor zowel het KP7 als het EOF geldt dat voor de nieuwe subsidieperiode 2014-2020 momenteel ook weer vanuit de Europese Commissie en lidstaten wordt bekeken wat financieringsmogelijkheden zijn. Op 30 oktober 2013 stuurde de minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking een brief naar de Eerste Kamer over de verdere invulling van deze 11e periode van het EOF. Het KP7 is gesloten en wordt in de nieuwe periode opgevolgd door het onderzoeksprogramma Horizon 2020. De verwachting is dat medio 2014 meer duidelijkheid bestaat om ook op de Antillen gelden uit deze bronnen te kunnen inzetten voor de realisering van projecten. Via onder meer het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) of de VNG kunt u zich hierover dan ook nader laten informeren.

Structuurfondsen

Op het moment van vraagstelling waren bij Europa decentraal nog geen voorbeelden bekend waarbij de overzeese Landen en de overzeese Nederlandse (bijzondere) gemeenten, voor de uitvoering van een vergelijkbaar project, een beroep hebben gedaan op de Europese Structuurfondsen. De Europese Structuurfondsen zijn toegeschreven naar de Europese doelstellingen op het grondgebied van de Europese regio’s. De mogelijkheid van eventuele toepassing van middelen, ook uit de Structuurfondsen, ten behoeve van projecten op en met de overzeese Koninkrijksdelen wordt wel zorgvuldig bestudeerd door diverse betrokken partijen. De verwachting is dat hier meer concrete informatie over in de toekomst zal volgen.

Informatievoorziening

Wij raden u aan informatievoorziening via bijvoorbeeld het ministerie van Binnenlandse Zaken, het coördinatiepunt Europese fondsen bij Economische Zaken, het servicepunt subsidies van de VNG en onze nieuwsbrief de Europese Ster te volgen. U kunt deze bronnen ook raadplegen voor wat betreft de mogelijke inzet van de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESIF) in de nieuwe periode 2014-2020 voor projecten op de Nederlandse Antillen.

Toepassing van Europees recht op LGO

De overzeese Koninkrijksdelen hebben de zogenoemde LGO-status (Landen en Gebieden Overzee). Meer informatie over deze OCT’s (Overseas Countries and Territories, waaronder de voormalige zes Nederlands Antilliaanse eilanden) en hun verhouding met het EU recht vindt u hier.

Status Nederlandse Antillen

Het land ‘de Nederlandse Antillen’ is per oktober 2010 opgeheven en sindsdien bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit de vier landen Nederland (inclusief Bonaire, St. Eustatius en Saba, ook wel de BES-eilanden of Caribisch Nederland genoemd), Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben elk een eigen regering en zijn bevoegd eigen wetgeving te maken op het gebied van eigen aangelegenheden. De BES-eilanden zijn openbare lichamen van Nederland, met elk een eigen lokaal bestuur en een lokale volksvertegenwoordiging. Voorlopig geldt de Nederlands-Antilliaanse wetgeving op deze eilanden nog. Geleidelijk aan wordt de huidige wetgeving vervangen door Nederlandse wetgeving.

Herziening staatkundige structuur

In 2008 is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken een onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen verricht naar de herziening van de staatkundige structuur van het Koninkrijk en de veranderingen als gevolg hiervan voor de relatie van de Caribische eilanden ten opzichte van de Europese Unie. Daarin wordt ook onderzocht wat de eventuele voor- en nadelen zouden zijn van een mogelijke keuze om de diverse eilanden een UPG-status (Ultraperifeer Gebied) te laten verkrijgen.

UPG-status

Op dit moment geldt, afgezien van bepaalde uitzonderingen, het Europees recht niet op de eilandgebieden. Een mogelijke keuze voor de UPG-status zou kunnen inhouden dat het Europees recht wel van toepassing wordt, onder aanvaarding van beperkte uitzonderingen die met de verafgelegen ligging en aantal bijzondere kenmerken van de eilandgebieden te maken hebben. De keuze voor een eventuele UPG-status is overigens niet alleen aan het Koninkrijk en de betreffende landen, maar gaat alle lidstaten van de Unie aan.

Wenselijkheid UPG-status

Het Groningse onderzoek geeft zelf geen antwoord op de vraag of een UPG- status wenselijk is, maar suggereert wel dat op basis van vrijwilligheid onderdelen van het Europees recht kunnen worden overgenomen. Als mogelijk voordeel van het verkrijgen van de status werd overigens in het onderzoek wel genoemd dat de eilanden dan in aanmerking zouden kunnen komen voor geld uit de EU-structuurfondsen.

Voor meer inhoudelijke informatie en vragen over beschikbaarheid van Europese subsidies voor decentrale overheden kunt u terecht bij VNG Directie Europa.

Meer informatie:

Europees recht en beleid decentraal, Europa decentraal
Regionaal beleid en structuurfondsen, Europa decentraal
Brief Minister BZK aan Eerste Kamer, 10 september 2013, over mogelijkheden Europese fondsen in Caribisch Nederland
Informatie over het Caribisch deel van Nederland, website Rijksoverheid
Rijksoverheid, over ontwikkelingssamenwerking
Rijksoverheid, over Europese subsidies
VNG, servicepunt subsidies
Informatie over het EOF 2007-2013 via de site van europa.eu en via de‘Jaarrekeningen van het 8e t/m 10e EOF, begrotingsjaar 2009’, Europese Commissie 2010/C 310/01
Informatie over ACS en LG O ’s via de site van europa.eu
Vragen en antwoorden ‘Het koninkrijk der Nederlanden; nieuwe staatkundige verhoudingen’, via voorlichtingsdocument in samenwerking tussen BZK en Buza, oktober 2010
Artikel ’10-10-10’ van H.E. Bröring in Ars Aequi, september 2010, p. 560-562
Europees Zevende Kaderprogramma: De Nederlandse Antillen kunnen deelnemen aan KP7

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X