Prejudiciële verwijzing: Hoe ziet de rechtspositie van Britse burgers eruit na de Brexit?

12 februari 2018Brexit

De Amsterdamse kortgedingrechter is van plan prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie over het Unieburgerschap van Britten na de Brexit. Volgens de rechter moet er namelijk meer duidelijkheid komen over de rechtspositie van Britse burgers. Dit volgt uit een kort geding dat een groep in Nederland wonende Britten heeft aangespannen tegen de Nederlandse Staat en de gemeente Amsterdam.

Kort geding

In het kort geding van 7 februari jl. (ECLI:NL:RBAMS:2018:605) hebben de in Nederland woonachtige Britten betoogd dat ze hun fundamentele vrijheden zouden kunnen verliezen door de Brexit. Ondanks dat de zaak een politieke dimensie heeft, blijft het volgens de Amsterdamse kortgedingrechter bij uitstek een rechterlijke taak om bescherming te bieden bij een dreiging van aantasting van fundamentele rechten. Voor de beoordeling van de vordering in het kort geding wenst de rechter daarom verduidelijking betreffende het Unieburgerschap van Britten na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU.

Prejudiciële vragen

De Amsterdamse kortgedingrechter stelt onder voorbehoud (wegens de gelegenheid voor partijen om voordrachten te doen) de volgende twee prejudiciële vragen aan het Hof. Ten eerste: vervalt door de Brexit het Unieburgerschap van Britten en leidt dat tot een verval van de daaraan gekoppelde rechten en vrijheden indien de EU en het Verenigd Koninkrijk hierover niet tot een akkoord komen? Ten tweede: indien dit niet het geval is, moeten er dan voorwaarden of beperkingen worden gesteld aan het behoud van de aan het Unieburgerschap ontleende rechten en vrijheden?

Brexit-onderhandelingen

Zoals Europa decentraal eerder berichtte, is op 15 december 2017 is door de Europese regeringsleiders vastgesteld dat er voldoende vooruitgang is geboekt ten aanzien van een aantal cruciale uittredingsonderwerpen in de Brexit-onderhandelingen. Naast de Noord-Ierse grenskwestie en de financiële afwikkeling van Brexit, waren de rechten van burgers één van de drie grote discussiepunten.

Er is onder meer een overeenkomst gesloten voor alle burgers die sinds vóór de uittredingsdatum legaal verblijven in een gastland. Voor deze burgers geldt dat de bestaande rechten gehandhaafd blijven op basis van de betreffende EU-wetgeving. Dit houdt in dat dat alle EU-burgers in het VK en Britse burgers in de EU, die onder deze overeenkomst vallen, door kunnen leven, werken of studeren onder de bestaande voorwaarden. Bijvoorbeeld voor Britten die sinds voor de uittredingsdatum legaal verblijven in Nederland zullen dezelfde rechten gelden als voorheen. Burgers die op het moment van uittreding nog geen permanente verblijfsrechten in het gastland hebben, krijgen de mogelijkheid om deze verblijfsrechten alsnog te verkrijgen.

Brexit-loket voor decentrale overheden

Bent u een medewerker van een gemeente, provincie, waterschap, de koepelorganisaties Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) of een ministerie? En heeft u een vraag over de Brexit? Dan kunt u gratis terecht bij het Brexit-loket.

Door:

Mirthe Mulders en Chris Koedooder, Europa decentraal

Bron:

Rechter: “Laat Europese Hof zich buigen over gevolgen Brexit voor Britten in EU”, nieuwsbericht De Rechtspraak

Meer informatie:

Brexit, Europa decentraal
Brexit-loket voor decentrale overheden, Europa decentraal
Brexit: kan de Britse nationaliteit worden aangenomen zonder de Nederlandse nationaliteit te verliezen? Praktijkvraag Europa decentraal

X