Prejudiciële vraag gesteld over inburgeringsexamen als voorwaarde verblijfsvergunning

Mag een inburgeringsexamen als voorwaarde gesteld worden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning? De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vraagt zich af of dit niet in strijd is met de Europese regels omtrent gezinshereniging? Het Hof van Justitie is door middel van een prejudiciële procedure verzocht om uitleg te geven over deze Nederlandse regeling.

Het recht op gezinshereniging

Wanneer vreemdelingen over een verblijfsvergunning beschikken, is het mogelijk gezinsleden over te laten komen door middel van een aanvraag voor gezinshereniging. De voorwaarden voor gezinshereniging zijn vastgesteld door richtlijn 2003/86/EG. De richtlijn bepaalt onder meer dat een vreemdeling die meer dan vijf jaar verblijft in een lidstaat op grond van gezinshereniging, vervolgens het recht heeft op een autonome verblijfstitel. Dit kan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd inhouden, maar ook een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf.

Inburgering als voorwaarde

De gezinsherenigingsrichtlijn geeft aan dat voorwaarden voor het verstrekken van een autonome verblijfstitel door het nationale recht worden vastgesteld. Lidstaten dienen dus zelf de voorwaarden te bepalen voor de verlening van dergelijke verblijfsvergunningen. In Nederland zijn voorwaarden in het Vreemdelingenbesluit 2000 vastgesteld. Hierin wordt bepaald dat een aanvraag van een verblijfsvergunning wordt afgewezen indien het inburgeringsexamen niet is behaald.

Zaken bij de Afdeling bestuursrechtspraak

Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State speelden twee zaken met betrekking tot dit vereiste van inburgering. De vreemdelingen waren beiden in het bezit van een tijdelijke verblijfsvergunning als familie- of gezinslid. Volgens de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie hadden zij echter geen recht op een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, aangezien zij hun inburgeringsexamen niet hadden behaald.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de kwestie voorgelegd bij het Europese Hof van Justitie. Zij wil antwoord op de vraag of de regeling in het Vreemdelingenbesluit in strijd is met de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn. Er is weliswaar bepaald dat lidstaten voorwaarden mogen stellen aan het verlenen van een verblijfsvergunning, de richtlijn specificeert niet wat deze voorwaarden mogen inhouden.

Prejudiciële vragen

Rechters uit alle EU-lidstaten kunnen het Hof vragen uitspraak te doen over de uitleg van het Europees recht en over de geldigheid en de uitleg van de handelingen van de Europese instellingen. Dit doen zij door middel van prejudiciële vragen. Een belangrijke voorwaarde voor het stellen van prejudiciële vragen is dat de nationale rechter het antwoord nodig heeft om tot een vonnis te komen. De behandeling van de zaak wordt geschorst in afwachting van de antwoorden van het Hof in Luxemburg. Dit duurt naar verwachting ongeveer een tot anderhalf jaar. Daarna zal de behandeling voortgezet worden.

Door:

Tiemen Peters en Femke Salverda, Europa decentraal

Bron:

Inburgeringsexamen als voorwaarde voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning, Persbericht Raad van State

Meer informatie:

Asiel, Europa decentraal
Integratie en Inburgering, Europa decentraal
Migratie, Europa decentraal