Prejudiciële vragen: hoe moet er worden omgegaan met persoonsgegevens van asielzoekers?

12 februari 2018Informatiemaatschappij, Overige onderwerpen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof). De Afdeling stelde deze vragen naar aanleiding van twee gevoegde zaken over twee Turkse burgers die bij hun aanvraag van een voorlopige verblijfsvergunning in Nederland verplicht werden om vingerafdrukken en een digitale gezichtsafdruk af te geven. Deze zogeheten biometrische gegevens worden bewaard in de vreemdelingenadministratie.

Opslaan en verwerken van persoonsgegevens

De prejudiciële vragen zijn gesteld om te toetsen of de Nederlandse regel – die de Turkse asielzoekers verplicht om biometrische gegevens te verstrekken – overeenstemt met Europese regelgeving en de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Turkije. Daarbij wil de Afdeling voornamelijk weten of het opslaan en verwerken van deze gegevens verder gaat dan nodig is om identiteits- en documentfraude te voorkomen en tegen te gaan. Er wordt bij de beantwoording van de vragen ook beoordeeld of de bewaartermijn van de persoonsgegevens van belang is.

De persoonsgegevens uit deze zaken kunnen vanwege strafrechtelijke doeleinden aan derden worden verstrekt. De Afdeling wil weten of de Turkse burgers hierdoor beperkt worden bij het zoeken van een baan. Indien de verplichting tot het afgeven van persoonsgegevens leidt tot een beperkte toegang tot de arbeidsmarkt, wil de Afdeling weten of het verstrekken van persoonsgegevens noodzakelijk is om misdrijven te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken. In dat geval is er namelijk sprake van een beperking van de grondrechten van vergunningaanvragers.

Seksuele geaardheid asielaanvragers

In januari 2018 gaf het Hof van Justitie antwoord op prejudiciële vragen die waren gesteld over de verwerking en opslag van persoonsgegevens afkomstig van een psychologische test van een asielaanvrager. De Nigeriaanse burger diende een asielverzoek in bij de Hongaarse overheid en gaf daarbij aan dat hij vreesde voor vervolging in zijn thuisland wegens zijn homoseksualiteit. De Hongaarse autoriteiten wezen de asielaanvraag af, omdat de seksuele geaardheid van de man niet uit een psychologische test bleek. De Nigeriaanse man ging tegen de afwijzing van zijn asielverzoek in beroep.

Het Hof van Justitie oordeelde dat overheden wel een deskundigenonderzoek kunnen inschakelen om te bepalen welke bescherming een asielzoeker nodig heeft, mits het recht op de menselijke waardigheid, het privéleven en het familie- en gezinsleven wordt gerespecteerd. Het Hof ziet een onderzoek naar de seksuele geaardheid van een asielaanvrager als een onevenredige ernstige aantasting van het privéleven.

Deze uitspraak is verwant aan eerdere gevoegde zaken van het Hof van Justitie uit 2014. Het Hof bepaalde destijds echter dat het toegestaan was om de seksuele geaardheid van een asielzoeker te testen, maar dat hier wel grenzen aan verbonden zijn. Een dergelijke test mocht niet te intiem zijn en video-opnamen van homoseksuele handelingen konden niet toegelaten worden als bewijs.

Door:

Matthijs Binnema en Marieke Merkus, Europa decentraal

Bronnen:

Afdeling bestuursrechtspraak wil uitleg over verwerken en bewaren van biometrische gegevens in vreemdelingenadministratie, persbericht Raad van State
Gevoegde zaken Vreemdelingenkamer 31 januari 2018, Raad van State
Zaak C‑473/16, Hof van Justitie
Gevoegde zaken C‑148/13 tot en met C‑150/13, Hof van Justitie

Meer informatie:

Asiel, Europa decentraal
Fundamentele rechten, Europa decentraal
Justitie, vrijheid en veiligheid, Europa decentraal
Migratie, Europa decentraal
Rechtmatigheid en transparantie, Europa decentraal
Verwerken van persoonsgegevens, Europa decentraal

 

 

X