Provincies bezorgd over Basisregistratie Ondergrond (BRO)

24 maart 2014Milieu

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) uit namens de Nederlandse provincies zorgen over de inwerkingtreding van de Wet Basisregistratie Ondergrond (BRO). Deze zorgen betreffen vooral de Europese verplichtingen.

De BRO moet de informatiehuishouding rond de Nederlandse ondergrond verbeteren door uiteenlopende gegevens centraal te registreren. De BRO regelt dat relevante bodem- en ondergrondgegevens op een centraal punt beheerd en beschikbaar gesteld worden. Hiermee wordt hergebruik van data vergemakkelijkt en wordt dubbel onderzoek voorkomen. Overheden, waaronder de provincies, zullen zowel bronhouder zijn (verantwoordelijk voor het aanleveren van datasets) als afnemer. Provincies zijn zowel bronhouder als afnemer van de BRO. Bronhouder van bodemgerelateerde datasets, bijvoorbeeld voor het Landelijk Grondwater Register (LGR). Provincies zijn afnemer van de BRO als zij gegevens uit de registratie gebruiken in de eigen werkprocessen.

Europese eisen

Onlangs stuurde minister van Infrastructuur en Milieu Schultz van Haegen het wetsvoorstel BRO naar de Kamer. De BRO is opgezet met als doel de informatiehuishouding rond de Nederlandse ondergrond (exclusief kabels en leidingen) te verbeteren: vollediger, sneller beschikbaar en eenvoudiger. Met de BRO geeft Nederland als gunstig bijeffect ook invulling aan de eisen van INSPIRE, de Europese richtlijn op het gebied van milieugerelateerde geo-informatie. Europese wetgeving schrijft voor dat de datasets beschikbaar gesteld moeten worden volgens (uniforme Europese) INSPIRE standaarden. Verwacht werd dat de BRO deze verplichting zou kunnen vervullen voor de provincies. Met de zorgen omtrent de tijdige inwerkingtreding van de wet groeien ook de zorgen om de Europese verplichtingen van de provincies in deze. De vraag is of provincies niet alsnog door Europa gevraagd kunnen worden op zeer korte termijn de data volgens INSPIRE standaarden beschikbaar te stellen, zo mogelijk onder aanzegging van een boete.

“Met de zorgen omtrent de tijdige inwerkingtreding van de wet groeien ook de zorgen om de Europese verplichtingen van de provincies in deze. De vraag is of provincies niet alsnog door Europa gevraagd kunnen worden op zeer korte termijn de data volgens INSPIRE-standaarden beschikbaar te stellen, zo mogelijk onder aanzegging van een boete” aldus het IPO. Kortom, er dreigt dubbel werk.

Onduidelijkheid

De Wet BRO treedt officieel op 1 januari 2015 in werking, maar het wetsvoorstel geeft volgens het IPO “geen nadere duiding over de start van de feitelijke implementatie, het praktisch beschikbaar komen van de verschillende datasets en de daaraan gekoppelde gebruiks- en aanleververplichtingen.” Ook over de totstandkoming van speciale BRO-standaarden ziet IPO te weinig helderheid.

Door:

Marloes van Nistelrooij, Huis van de Nederlandse Provincies, Brussel

Bron:

IPO, ‘Wet Basisregistratie Ondergrond: Kamer stelt vragen over zorgen provincies’, 13-3-‘14
Binnenlands Bestuur, ‘Provincies bezorgd over Basisregistratie Ondergrond (BRO)’, 18-3-‘14

Meer informatie:

Wet Basisregistratie Ondergrond (BRO)
Landelijk Grondwater Register (LGR)
INSPIRE