Provincies wijzen op noodzaak regionaal overleg over hernieuwbare energie

Het Europees Parlement behandelde eerder deze maand het onlangs door de Europese Commissie gepubliceerde kader voor energie- en klimaatbeleid 2030. In grote lijnen stelt de Commissie voor dat in 2030 de broeikasgasemissies op europees niveau met 40% moeten zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990. Hiernaast moet minimaal 27% van de energie productie op EU niveau uit hernieuwbare bronnen komen. Voorlopig bevat het kader geen verplichting tot meer energiebesparing na 2020. Eerst wil de Commissie de resultaten van de huidige EU besparingsrichtlijn evalueren, die pas kort geleden is aangenomen en doorloopt tot 2020.

Het pakket bestaat verder uit:

– Nieuwe ambities voor het beleid inzake energie-efficiëntie.

– Een aanpassing van het emissiehandelstelsel waarbij een reserve aan rechten wordt aangelegd voor markststabiliteit. In dit systeem betalen bedrijven voor het recht om CO2 te mogen uitstoten. Ook bestaan plannen om een stabiliteitsreserve op te bouwen, waarin overschotten van emissierechten worden opgeslagen. Doordat de prijs op deze manier constant hoog gehouden wordt, ontstaat voor bedrijven een prikkel te blijven investeren in het verminderen van hun uitstoot.

– Een nieuw governancesysteem, gebaseerd op nationale plannen voor concurrerende, zekere en duurzame energieën.

– Nieuwe indicatoren om te zorgen voor een concurrerend en zeker energiesysteem.

Oordeel Europees Parlement

In de aangenomen (niet-bindende) resolutie eist het Europees Parlement strengere regels dan door de Europese Commissie zijn voorgesteld. Het Parlement eist onder andere dat niet 27% maar 30% van de energie afkomstig zou moeten zijn van hernieuwbare bronnen. Die 3% extra levert volgens het impact assessment ongeveer een half miljoen banen op binnen de EU. Daarnaast eist het Parlement een bindend doel van 40% op het gebied van energiebesparing. Bovendien zouden alle doelen volgens het parlement per lidstaat bindend moeten zijn.

Europees besluitvormingstraject in maart

De eerstvolgende behandeling van dit Klimaat- en Energiepakket 2030 is op 3 maart in de Milieuraad en op 4 maart in de Energieraad. Tijdens de Europese top op 20 en 21 maart buigen de regeringsleiders zich over dit voorstel. Het streven is dat de regeringsleiders zich uitspreken over de richting van dit nieuwe beleidskader en dat de nieuwe Europese Commissie het verder uitwerkt.

Acht landen waaronder Duitsland, Frankrijk en Italië hebben zich uitgesproken voor een bindend doel op nationaal niveau voor hernieuwbare energie. Verenigd Koninkrijk, Finland en Tsjechië willen alleen een bindende doelstelling over de terugdringing van de uitstoot van CO2.

Lidstaat Nederland stemt in met voorstel Commissie

Het kabinet stuurde haar reactie op de plannen naar de Tweede Kamer. Met name de ambitie om de CO2-uitstoot met 40% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990 wordt door Nederland toegejuicht. De Nederlandse inzet is om te komen tot conclusies op hoofdlijnen met als elementen het door de Commissie voorgestelde CO2 doel van -40% in 2030 en een beter afgestemd energiebeleid (onder andere verdere uitwerking van de gevolgen voor het Emissions Trading System). Het kabinet kan instemmen met het vaststellen van doelen voor de EU als geheel conform het commissievoorstel. De Commissie heeft besloten de reductiedoelstelling van de uitstoot van fossiele brandstoffen in de transportsector los te laten. Het kabinet zal zich echter hard blijven maken voor verminderde uitstoot in deze sector.

Provincies ambitieuzer

Ook de provincies (IPO) hebben een standpunt ingenomen. De provincies zijn het in grote lijnen eens met het Nederlandse standpunt, wijzen op de noodzaak van overleg tussen partijen van het Energieakkoord en regionaal overleg tussen lidstaten over hernieuwbare energie en verwelkomen bovendien de discussie over doelen op het gebied van energiebesparing (zie extra doel dat geëist wordt door het Europees Parlement). De provincies hebben hun IPO-standpunt op de kabinetsreactie inmiddels doorgestuurd naar het kabinet.

Schaliegas

De Europese Commissie heeft eind januari ook een aantal minimumeisen voor schaliegas aanbevolen aan de lidstaten. Deze moeten zorgen voor goede milieu- en klimaatgaranties bij de winning van het gas. Het gaat hier om niet-bindende richtlijnen die lidstaten ook kunnen helpen om transparanter over het onderwerp te communiceren naar burgers. Het uitgangspunt is dat veel mag, zolang het niet in strijd is met bestaande milieu wet- en regelgeving.

Internationale afspraken

Als de EU het voorstel dit jaar nog aanneemt, dan is dat een goede impuls voor de internationale onderhandelingen over een nieuw mondiaal klimaatakkoord, de opvolger van het Kyotoprotocol. Dat stelden staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu en minister Kamp van Economische Zaken in een reactie aan de Tweede Kamer. Om in te kunnen schatten wat het voorstel van de Commissie voor Nederland betekent, vraagt het kabinet aan het Planbureau voor de Leefomgeving en Energieonderzoek Centrum Nederland om de effecten ervan in kaart te brengen.

Door:

Vivian Stribos, Huis van de Nederlandse Provincies, Brussel

Arlette van den Berg en Lisanne Boer, Europa decentraal

Bron:

Rijksoverheid, Nederland wil ambitieus Europees klimaatbeleid, 07-02-2014

Meer informatie:

Europese Commissie, 2030 climate and energy goals for a competitive, secure and low-carbon EU economy, 22-01-2014

Dossier Milieu en Klimaat > Europees milieubeleid en decentrale overheden, Europa decentraal

MiliEUverkenner, Europa decentraal

IPO, ‘Standpunt provincies “Europees Klimaat en Energie 2030” – voorstellen’, 11-2-2014