Minder geld voor ambitieuze EU-agenda

15 februari 2013

Voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie zijn de staats- en regeringsleiders van de 27 lidstaten het eens geworden over een verlaging van de Europese meerjarenbegroting. Het plafond van de begroting is vastgelegd op 959 miljard euro (1 procent van het bruto binnenlands product van de EU) voor de periode 2014-2020. Dat is 85 miljard euro minder dan de Europese Commissie noodzakelijk acht.

Het Europees Parlement (EP) heeft voor het eerst medebeslissingsrecht en moet nog instemmen met deze begroting. De bedoeling is om per 1 januari 2014 te starten met de nieuwe programma’s. Omdat de eigen middelen van de EU – de contributie van de lidstaten, BTW en douaneheffingen samen – lager zijn dan het budget dat nu is begroot voor zeven jaar, moet de Europese Commissie schuiven met budgetten.

De meerjarenbegroting is onderverdeeld in zeven hoofdstukken, waarvan drie relevant voor regionale en lokale overheden:

1 Concurrentiekracht voor groei en banen

Dit onderdeel gaat onder andere over slimme en inclusieve groei, de Europese 2020 strategie, over onderzoek, innovatie en technologie, de sociale agenda, steun aan het MKB, Horizon2020 en het Erasmus programma.

Het budget hiervoor bedraagt 125,6 miljard euro

Ook transport, energie en ICT zijn speerpunten van de EU. Voor de zogenoemde Connecting Europe Facility hebben de lidstaten 29,2 miljard gereserveerd, waarvan 10 miljard afkomstig uit het Cohesiefonds:

Transport/TEN-t   23,1 miljard
Energie               5,1 miljard
ICT                    1,0 miljard

2 Cohesiebeleid

Investeren in regionale economische ontwikkeling blijft een belangrijk onderdeel van het Europees beleid als bijdrage aan meer groei en werkgelegenheid. Voor de drie fondsen EFRO, ESF en CF samen is 325,1 miljard euro beschikbaar, waarvan 49,4 miljard bestemd is voor welvarende regio’s. Het bedrag voor grensoverschrijdende samenwerking (Interreg) is vastgelegd op 8,9 miljard euro. Voor duurzame gemeentelijke initiatieven is een potje van 330 miljoen beschikbaar.

Ter vergelijking, in de huidige periode 2007-2013 bedraagt het budget voor regionaal beleid 347 miljard euro.

Er zijn extra middelen voorzien voor arme regio’s in onder andere Griekenland en Portugal, en regio’s die de gevolgen van de economische crisis ondervinden, zoals Belgisch-Limburg en Luik.  Voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid in Europa wordt 6 miljard euro gereserveerd.

3 Duurzame groei en natuurlijke rijkdommen

Het landbouwbudget, dat bij de mislukte Europese top in november 2012 al op tafel lag, blijft nagenoeg ongewijzigd. Voor de komende jaren is een bedrag van 373,1 miljard euro beschikbaar voor landbouw, plattelandsontwikkeling, visserij en maatregelen op gebied van vergroening in de landbouw. Wel is er sprake van een geleidelijke afbouw van het beschikbare geld, gespreid over zeven jaar.

Het merendeel van het landbouwbudget – 277,2 miljard euro – gaat naar marktmaatregelen en directe betalingen aan boeren. Daarbij geldt wel verduurzaming als uitdrukkelijke voorwaarde.

Belangrijk voor provincies is dat het budget voor plattelandsontwikkeling (pijler 2 van het GLB) 84,9 miljard euro bedraagt. Sommige lidstaten krijgen extra geld voor plattelandsontwikkeling (onder andere België en Italië).

Wortel en stok

Met het akkoord van de Europese leiders worden de veel ambitieuzere plannen van de Europese Commissie bijgesteld. Toch spreekt Raadsvoorzitter Van Rompuy van een evenwichtige begroting, waarmee de EU (die met Kroatië erbij binnenkort 28 leden telt) de crisis effectief kan bestrijden. Onder druk van de Europese Raad wordt de bureaucratie verder aangepakt. Er zullen de komende jaren minder ambtenaren werken bij de Europese instellingen.

Nettobetalers kunnen nog steeds rekenen op substantiële kortingen op hun afdrachten. Nederland heeft zijn jaarlijkse compensatie van 1 miljard euro op de afdracht aan Brussel weten te behouden. Vanaf volgend jaar krijgt Nederland een vaste jaarlijkse korting van 728 miljoen euro. Hiernaast krijgt Nederland ook een andere jaarlijkse korting, gebaseerd op de afdracht van de btw aan Brussel. Volgens Nederlandse berekeningen gaat het hierbij om 359 miljoen euro.

Tot slot, de lidstaten moeten in de nieuwe programmaperiode meer dan ooit hun steentje bijdragen aan de uitvoering van Europese doelstellingen. De programma’s die per regio of landsdeel worden geschreven worden onderdeel van een partnerschapsovereenkomst tussen lidstaat en Europese Commissie. De EU heeft een stok achter de deur: wie goed presteert wordt beloond met extra geld, wie door eigen schuld afspraken niet nakomt wordt gekort op de middelen.

Door:

Bert Schampers, Huis van de Nederlandse Provincies, Brussel

Bron:

ANP