Ontwikkelingen dienstenrichtlijn: Raad van State spreekt zich uit

1 februari 2016Dienstenrichtlijn

Herinnert u zich de uitspraak van het Hof van Justitie over taaleisen en raamprostitutie nog? Of over exploitatievergunningen voor rondvaartboten? Is bijvoorbeeld het stellen van een taaleis in strijd met de dienstenrichtlijn? Na de beantwoording van het Hof oordeelde de Raad van State over deze twee zaken. Ook heeft het Hof van Justitie zich weer uitgesproken over een zaak met betrekking tot de dienstenrichtlijn: de richtlijn is van toepassing op het beroep dat een schoorsteenveger uitoefent.

Zaak 1: Raamprostitutie en het stellen van een taaleis

De feiten van deze zaak zijn als volgt: De burgemeester van Amsterdam weigerde om exploitatievergunningen te verlenen voor twee raamprostitutiebedrijven. De exploitant die de kamer aan prostituees zou verhuren, hield zich namelijk niet aan de gestelde taaleis. Deze eis stelt dat alleen kamers verhuurd mogen worden aan prostituees met wie de exploitant in een voor hem begrijpelijke taal kan communiceren. De taaleis zou helpen bij het tegengaan van gedwongen prostitutie en mensenhandel. De Raad van State heeft het Hof gevraagd of deze taaleis in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn is.

Naar aanleiding van deze prejudiciële vragen oordeelde het Hof van Justitie dat de taaleis niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn (specifiek artikel 10, lid 2, onder c). Deze wordt namelijk gesteld op grond van dwingende redenen van algemeen belang: het verhogen van toezicht op de criminele activiteiten die gepaard gaan met prostitutie. Het is volgens het Hof van Justitie echter aan de nationale rechter om over de feiten te beslissen.

Uitspraak

De Raad van State volgt de redenering van het Hof van Justitie. Zij oordeelde dat de Dienstenrichtlijn zich niet verzet tegen de gestelde taaleis. Het is niet vereist dat de prostituee Nederlands spreekt. Een andere taal waardoor de exploitant de prostituee kan verstaan is ook toegestaan.

Zaak 2: Weigeren van een exploitatievergunning

De feiten van deze zaak zijn als volgt: het Amsterdamse gemeentebestuur weigerde om een exploitatievergunning te verlenen voor bootvervoer door de Amsterdamse grachten. Dit omdat het maximaal aantal vergunningen voor bootvervoer was bereikt. Volgens het Amsterdamse College van Burgemeester en Wethouders is er volgens het volumebeleid namelijk maar een beperkt aantal vergunningen te verstrekken. De aanvraag van de betreffende rederij was gedaan buiten de uitgifteronde van de beschikbare exploitatievergunningen. Is dit in strijd met de dienstenrichtlijn?

Naar aanleiding van prejudiciële vragen oordeelde het Hof van Justitie dat de vergunningen niet voor onbepaalde tijd kunnen worden verleend wanneer het aantal beschikbare vergunningen beperkt is. Deze beperking van het aantal vergunningen is legitiem door dwingende reden van algemeen belang, namelijk de bescherming van het milieu en de openbare veiligheid.

Uitspraak

Ook in deze zaak volgt de Raad van State het Hof. Er wordt geoordeeld dat het volumebeleid in strijd is met de Dienstenrichtlijn op twee punten. De vergunningen worden door het gemeentebestuur alleen voor onbepaalde tijd verleend. De Dienstenrichtlijn staat hieraan in de weg, de vergunningen mogen alleen voor een beperkte duur worden verleend. Daarnaast is de Raad van State van mening dat het beleid met betrekking tot de uitgifterondes in strijd is met de Dienstenrichtlijn, omdat daarin vereist is dat vergunningsvoorwaarden duidelijk, ondubbelzinnig, transparant en toegankelijk moeten zijn.

Zaak 3: Het Hof spreekt zich uit over het beroep schoorsteenvegers

De zaak over de schoorsteenvegers is geen Nederlandse zaak. Deze zaak gaat over een geschil tussen twee Oostenrijkse schoorsteenvegers. De ene veger is actief in het werkgebied van de andere, en dit is in strijd met de overheidsvergunning afgegeven. De Oostenrijkse rechter vraagt dan zich af of het beroep van een schoorsteenveger onder de Dienstenrichtlijn valt, en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Daarnaast vraagt de rechter zich af of een dergelijke territoriale afbakening wel gerechtvaardigd is onder de Dienstenrichtlijn.

Uitspraak

Het Hof van Justitie oordeelt dat het beroep van schoorsteenveger, in de situatie als in deze zaak, binnen de werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn valt. Daarnaast oordeelde het Hof dat de vrijheid van vestiging beperkt mag worden door een territoriale afbakening, mits er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het gaat om de volgende voorwaarden:
– Er mag geen beperking zijn op grond van nationaliteit.
– Het is alleen gerechtvaardigd als het gaat om dwingende redenen van algemeen belang.
– Het doel wat men wil bereiken met de afbakening mag niet verder gaan dan nodig is om het doel te bereiken.

Door:

Femke Salverda en Rosanne Witteveen, Europa decentraal

Bronnen:

Oordeel Hof van Justitie schoorsteenvegers, Curia
Uitspraak Raad van State taaleis, Raad van State
Uitspraak Raad van State vergunningen, Raad van State

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn, Europa decentraal
Raad van State over Dienstenrichtlijn, Minbuza
Hof van Justitie over Dienstenrichtlijn, Minbuza
Uitspraak Hof van Justitie over prejudiciële vragen Dienstenrichtlijn, Europa decentraal