Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Raad van State wil uitleg over Dienstenrichtlijn

25 januari 2016Dienstenrichtlijn

De Raad van State heeft het Europees Hof van Justitie gevraagd om verduidelijking van de Europese Dienstenrichtlijn. In een zaak van de gemeente Appingedam tegen een vastgoedbedrijf vraagt de Raad van State zich namelijk af of de Dienstenrichtlijn in deze zaak van toepassing is, en indien dit het geval is, hoe de Dienstenrichtlijn moet worden uitgelegd. 

De zaak

Door de gemeenteraad van Appingedam is een bestemmingsplan vastgesteld voor het Woonplein dat in Appingedam ligt. Het Woonplein is bedoeld als winkelgebied voor grote detailhandelszaken, zoals meubels, keukens en bouwmaterialen. De gemeenteraad stelt dat op het Woonplein geen schoenen- en kledingwinkels gevestigd mogen worden, om het centrum te beschermen tegen leegstand en de leefbaarheid van de binnenstad te beschermen. Een vastgoedbedrijf is het hier niet mee eens en vindt dat de gemeenteraad in strijd handelt met de Europese Dienstenrichtlijn.

Vragen aan het Hof van Justitie

De Raad van State vraagt zich in een drietal vragen aan het Hof van Justitie af of de Dienstenrichtlijn in casu van toepassing is. De vragen gaan over de definitie van een dienst, het toepassingsgebied van de Dienstenrichtlijn en het begrip ‘zuiver interne situatie’. Hieronder zullen ze nader toegelicht worden. De Raad van State wil daarnaast weten of de regels omtrent het vrij verkeer gelden, wanneer de Dienstenrichtlijn niet van toepassing en of die aan de voorschriften van het bestemmingsplan in de weg staan.

Dienst

De eerste vraag die de Raad van State stelt aan het Hof van Justitie is of detailhandel, die bestaat uit de verkoop van goederen aan consumenten, een dienst is. Het gaat hier om goederen zoals schoenen en kleding. De Raad van State is voorlopig van oordeel dat detailhandelsactiviteiten met betrekking tot goederen geen dienst zijn, omdat diensten betrekking zouden hebben op zeer diverse voortdurend veranderende activiteiten aan bedrijven en particulieren. Dit zou de verkoop van goederen niet zijn.

Ruimtelijke-ordeningsvoorschriften

De tweede vraag die de Raad van State stelt aan het Hof van Justitie is of de Dienstenrichtlijn van toepassing op ruimtelijke-ordeningsvoorschriften die ertoe strekken de leefbaarheid van het stadscentrum te behouden en leegstand tegen te gaan. De Raad van State vraagt dit zich af, omdat in dit soort voorschriften over ruimtelijke ordening dienstenactiviteiten niet specifiek geregeld zijn.

Zuiver interne situatie

De laatste vraag die de Raad van State stelt is of in deze zaak sprake is van een ‘zuiver interne situatie’ en of de Dienstenrichtlijn dan op zo’n situatie van toepassing is. Bij een zuiver interne situatie is namelijk geen sprake van grensoverschrijdende dienstverlening. De Raad van State stelt deze vraag omdat het bestemmingsplan niet alleen bedrijven in Nederland raakt, maar ook die uit andere lidstaten. Er bestaat volgens de Raad van State een kans dat een bedrijf uit een andere lidstaat zich vestigt in Appingedam, maar uit het voorgelegde dossier blijkt niet dat bedrijven uit andere lidstaten daadwerkelijk interesse hebben voor vestiging ter plaatse. De Raad van State vraagt zich daarom af of hiervoor duidelijke aanwijzingen dienen te bestaan.

Prejudiciële vragen

Rechters uit alle EU-lidstaten kunnen en/of moeten het Hof vragen uitspraak te doen over de uitleg van het Europees recht en over de geldigheid en de uitleg van de handelingen van de Europese instellingen. Dit doen zij door middel van prejudiciële vragen. Een belangrijke voorwaarde voor het stellen van prejudiciële vragen is dat de nationale rechter het antwoord nodig heeft om tot een vonnis te komen. De behandeling van de zaken bij de Raad van State wordt geschorst in afwachting van de antwoorden van het Hof in Luxemburg. Dit duurt naar verwachting ongeveer een tot anderhalf jaar. Daarna zal de Raad van State de behandeling voortzetten en uiteindelijk definitieve uitspraken doen in deze zaken.

Door:

Rosanne Witteveen en Madeleine Broersen, Europa decentraal

Bron:

ABRvS 13 januari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:75), Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn, Europa decentraal
Eerdere prejudiciële vragen Raad van State en uitspraak Hof van Justitie, Europa decentraal
Prejudiciële vragen Hoge Raad over dienstenrichtlijn, Europa decentraal

X