Regio’s en steden drijvende kracht in Europese energie transitie

2016 is hét jaar voor de Energie Unie, daar maakt Eurocommissaris Maros Šefčovič zich hard voor. Nieuwe voorstellen ter bevordering van de energietransitie en in lijn met de COP21 afspraken worden nog dit najaar gepresenteerd. Regio’s en steden vormen de drijvende kracht voor een succesvolle transitie. Tijdens het HNP seminar op 15 juni jl. stond een aantal kritieke succesfactoren op weg naar meer duurzaamheid en energie efficiëntie centraal.

Tjisse Stelpstra, gastheer van het evenement, HNP bestuurder en gedeputeerde van Drenthe, opent de middag. Hij geeft eerlijk aan dat Nederland op het gebied van de energie transitie geen koploper is. Dit seminar is dan ook bedoeld om van andere Europese projecten te leren.

Consument centraal

Namens de Europese Commissie is Marie Donnelly, directeur binnen DG Energie, de keynote spreker. “Een belangrijk thema is de verschuiving van een aanbodzijde structuur, waar de consument simpelweg betaald voor energie zonder te weten waar het vandaan komt, naar een structuur waarin de wensen en behoeften van de consumenten centraal staan.” De aandacht binnen zowel de Europese Commissie als bij lokaal en regionaal bestuur moet gericht zijn op hoe deze verschuiving het beste gefaciliteerd kan worden.

De EU is volgens Donnelly goed op weg om de 20-20-20 doelen voor energie uit de Europa 2020 strategie te behalen. Vooral op het gebied van apparatuur en de energie labels is voortgang geboekt. Donnelly noemt dit als een voorbeeld waarin beleid instrumenteel is in de gewenste energie transitie.

Investeringen mobiliseren

Donnelly stelt dat de energie efficiëntie van gebouwen nog een kritiek punt is. De bouwsector is de afgelopen jaren zwaar getroffen door de crisis, hierdoor is niet zo veel vooruitgang geboekt als gehoopt. Het aanpassen van gebouwen is prijzig en bleek de laatste jaren geen prioriteit. “Hoe kunnen op dit moment private investeringen gemobiliseerd worden om juist die energie transitie te helpen?”, vraagt Marie Donnelly.

Volgens haar is artikel 7 van de Energie efficiëntie richtlijn hiervoor een goed voorbeeld. Wetgeving wordt in deze gebruikt als een mechanisme om de energie efficiëntie te verbeteren. Er is inmiddels al voor 14 miljard euro aan investeringen gemobiliseerd, 42% hiervan voor de bouwsector. Naar verwachting komt de Commissie in het najaar met nieuwe EU wetsvoorstellen voor energie efficiëntie, o.a. in  gebouwen.

Publieke bewustwording

Het verbeteren van publieke bewustwording, ervoor zorgen dat burgers de noodzaak van de Energie Unie en transitie inzien, is cruciaal. Hierin is lokaal en regionaal bestuur een bepalende speler die de burgers bereikt. Europese steden en regio’s kunnen hun burgers beïnvloeden en mobiliseren. Vanuit de Europese Commissie is het van belang dat de voordelen van duurzaamheid en efficiëntere energiegebruik goed worden gecommuniceerd.  “De Commissie moet als het ware meer kruit aanleveren, zodat lokaal en regionaal overheid dit kunnen afvuren”, aldus Donnelly.

Europese koplopers

Twee EU regio’s, uit Schotland en Spanje, vertellen tijdens het seminar over hun projecten. In Schotland is goed beleid de voornaamste motor bij het bereiken van energiedoelen. Het doel van de Highlands en Island enterprise (HIE) is om in 2020 volledig (100%) gebruik te maken van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze ambitie creëert een nieuwe economische sector. Calum Davidson, directeur energie voor deze Schotse regio, geeft toe dat het een lang proces is, zij zijn al minstens 20 jaar bezig. Over de rol van de publieke sector in de omslag van onderzoek naar commercialisering zegt hij: “het is de taak van de overheid om de juiste beleidsomgeving te creëren, goede kaders uit te zetten. Een politieke lange termijn focus en lef om te investeren in goede projecten is essentieel.”

Het Spaanse project ‘Meshartility’ is gespecialiseerd in het verzamelen van data. Carolina Grau spreekt namens het Extremadura energie cluster over de verzameling van data over het energieverbruik door consumenten. Problemen met privacy maar ook met het aanleveren van vergelijkbare data op EU niveau komen hier aan de orde. De data worden gebruikt bij het opstellen van duurzame energie actieplannen.

Reflectie op projecten

Volgens Izabela Kielichowska, senior consultant bij Ecofys, zijn het de consumenten en bedrijven die de energie transitie stimuleren. Ook Kielichowska stelt dat een gedurfde, lange termijn visie binnen de publieke sector cruciaal is. Het is aan (mede)overheden om een gevoel van stabiliteit en zekerheid te creëren voor projectontwikkelaars. De recent ondertekende Noordzeeverklaring is hier een goed voorbeeld van.

Ook gedeputeerde Stelpstra reageert op beide projecten en bijbehorende succesfactoren. Volgens hem mag wetgeving geen excuus zijn om vervolgens niet met elkaar in discussie te gaan. Continue communicatie en samenwerking is belangrijk.

Rapport AER

Tijdens het seminar krijgt Mathieu Mori van de koepelorganisatie Assembly of European Regions (AER) de gelegenheid om het AER rapport over energiezekerheid te presenteren. Het rapport kan volgens Mori gezien worden als aanmoediging van een actieve rol voor Europese regio’s en steden. Het rapport onderstreept het belang van een bottom-up aanpak en de principes van subsidiariteit. De AER is van plan om initiatieven te lanceren die helpen bij de financiering van groene projecten en transities in Europese regio’s.

EU energy battle – EnTranCe

Na het inhoudelijke gedeelte met presentaties volgt een interactief simulatiespel voor alle deelnemers dat is ontwikkeld door de Hanzehogeschool Groningen in samenwerking met EnTranCe. Met dit spel worden de mogelijkheden voor de energietransitie in een stad in kaart gebracht. De deelnemers kunnen verschillende vormen van duurzame energie inzetten om de transitie te realiseren, aan iedere vorm van energie zijn punten verbonden. Doel van het spel is om op de productie van energie zo hoog mogelijk te scoren, tegelijkertijd moeten ook de effecten op de aarde in balans zijn en de inwoners van Groningen tevreden zijn. Het puntenaantal aan het einde geeft uiteindelijk aan wie de winnaar is.

Door:

Ilse Buijs, Huis van de Nederlandse provincies