Regio’s en steden komen samen tijdens Open Days

19 oktober 2015

De Europese Week van regio’s en steden vond van 12 tot 15 oktober voor de dertiende keer plaats in Brussel. De vele workshops en bijeenkomsten zorgden voor uitwisselingen van kennis en ervaringen tussen verschillende regio’s. De focus lag op MKB ontwikkeling, innovatie en het samenspel tussen steden en platteland.

Vanuit het Huis van de Nederlandse Provincies zijn verschillende workshops en bijeenkomsten georganiseerd. Een impressie:

Innovatieve oplossingen voor regionale ondersteuning van het MKB

Noord-Nederland, Noord-Brabant en Limburg hebben op 13 oktober de workshop ‘Innovative Solutions to SME Support’ georganiseerd samen met Nedersaksen, Noord-Jutland, Rogaland, Värmland, Zuid-Engeland en Zuid-Noorwegen. Acht sprekers hebben hun ervaringen toegelicht tijdens een korte pitch.

Investeringscomité

Tom Schulpen, directeur Europese programma’s bij de provincie Noord-Brabant, presenteerde de nieuwe aanpak van Zuid-Nederland om de kansen op EU-subsidie van ingediende MKB-projecten te verbeteren en het innovatieve economische systeem in de regio te ondersteunen.

Dit doet Zuid-Nederland onder meer door het vragen om cross-overs tussen de verschillende topsectoren, het betrekken van de zeven triple helix organisaties, en het gebruik maken van een investeringscomité waar aanvragers hun voorstellen mondeling toelichten. Vooral het investeringscomité wekte bij de aanwezigen veel interesse.

Ondernemersfabriek

Vervolgens presenteerde de Drentse gedeputeerde Ard van der Tuuk de Ondernemersfabriek, een plek die de ontwikkeling van ambitieuze starters in Drenthe ondersteunt. Van der Tuuk noemde het MKB de ruggengraat van Drenthe’s economie, en de Ondernemersfabriek een stimulans voor jonge ondernemers. De fabriek komt voort uit quadruple helix samenwerking.

Circulaire economie en innovatie: een vicieuze cirkel?

Oost-Nederland organiseerde op 14 oktober een workshop over de circulaire economie. Overijsselse gedeputeerde Erik Lievers noemde de voorbeeldfunctie van de provincie, bijvoorbeeld bij inkoop, om de circulaire economie te promoten. Daarnaast benadrukte hij het belang van een stabiel beleidskader. Momenteel zijn in Brussel de voorbereidingen begonnen voor een nieuwe richtlijn op het gebied van circulaire economie.

Robert Schröder, beleidsmedewerker bij de Europese Commissie, schetste de huidige stand van zaken: “Op 2 december komt de Europese Commissie met een nieuw voorstel. DG Onderzoek en Innovatie is hierbij nauw betrokken. Wij zetten hier in op onder meer de recycleerbaarheid van producten en een focusverlegging van producten naar diensten. Bijvoorbeeld het huren van een boormachine in plaats van het kopen.”

Europarlementariër Bas Eickhout was kritisch over het schrappen van het vorige circulaire economie voorstel en twijfelt sterk of het nieuwe voorstel ambitieuzer zal zijn: “Het spanningsveld in Brussel tussen minder regelgeving en milieu is groot, maar systemische veranderingen kunnen niet zonder beleid. Daar is nieuwe wetgeving voor nodig.”

Regio’s dragen bij aan de Energy Unie

Flevoland was samen met Nicosia (Cyprus), Cambridge (UK), Sardinie (Italie), Nord-Trondelag (Noorwegen), Silezie (Polen) en West Noorwegen verenigd in een partnerschap Smart Energy.

De acht regio’s toonden aan de hand van concrete voorbeelden aan dat de Energie-uniedoelen niet gehaald kunnen worden zonder innovatieve projecten op lokaal niveau. Flevoland presenteerde haar succesvolle aanpak voor windenergie. Na afloop van de workshop volgde  een brokerage event om projectpartners met elkaar in contact te brengen.

Het belang van peri-urbane gebieden

Regio Randstad organiseerde als onderdeel van het PURPLE-netwerk op 14 oktober de workshop  “Urban Agenda & ESIF 2014-2020: Involving peri-urban territories in order to boost urban-rural links”. Nadruk lag op het concept peri-urbane gebieden. De aanwezige sprekers waren het eens dat de urban agenda niet alleen over steden gaat, maar ook rekening moet houden met het complexe web van verbindingen tussen de stedelijke en plattelandsgebieden, of beter gezegd: de peri-urbane gebieden. Gedeputeerde Cees Loggen (Noord-Holland/Randstad) opende de workshop. Hij noemde als voorbeeld de 7 miljoen mensen die in de Randstad wonen, waarvan 4,5 miljoen mensen in kleine steden leeft.

De nieuwe Urban Envoy Nicolaas Beets van het Ministerie  van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties lichtte de prioriteit van de Urban agenda tijdens het Nederlands voorzitterschap van de EU toe. De Sloveense Europarlementariër Franc Bogovic vatte de workshop als volgt samen: “Stedelijke en plattelandsgebieden vormen twee zijden van dezelfde medaille. Je kan niet zonder elkaar als je een gebied aantrekkelijk wilt houden voor de inwoners. Dat benadrukt het belang van een peri-urbane gebieden.”

De rol van de regio in het Raadsproces

Tijdens het HNP-seminar ‘Role of regional and local authorities in EU Council decision making process’ op 14 oktober wisselden de Nederlandse provincies ervaringen uit met Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en de regio Salzburg over de rol van de regio in het Raadsproces. De Nederlandse provincies hebben sinds kort een nieuwe rol als medeoverheid in het Raadsproces vanuit de lidstaat Nederland.

Commissaris van de Koning en HNP-voorzitter Wim van de Donk noemde dit tijdens zijn speech een logische stap in de nieuwe realiteit van multilevel governance: “Regio’s en steden krijgen steeds meer verantwoordelijkheid bij het uitvoeren van beleid; daarbij hoort meer betrokkenheid bij het maken van dit beleid.”

In overleg met de Rijksoverheid kunnen de provincies via het Raadsproces meer invloed uitoefenen op het besluitvormingsproces in de EU. Dit geldt echter alleen voor onderwerpen waar de provincies leidend zijn, zoals bijvoorbeeld bij biodiversiteitsbeleid.

Voorbeelden uit andere regio’s

In Oostenrijk en Duitsland zijn regio’s bevoegd om hun experts ter observatie naar de werkgroepen van de Raad te sturen. In Oostenrijk werken ze daarnaast met bindende en niet-bindende opinies. Als alle Oostenrijkse deelstaten zich vinden in hetzelfde standpunt, dan is dit standpunt bindend voor de nationale minister in de Raad van Ministers. Wanneer de negen Länder niet tot een uniform standpunt komen, stellen ze een zogeheten common position paper op. Dit is een niet-bindende opinie voor de minister.

Volgens voormalig Minister-President van Vlaanderen Luc van den Brande is deze samenwerking een goed voorbeeld van multilevel governance. “Het is een kwestie van partnership en ownership, het draait om samenwerking tussen regio’s en om een gevoel van verantwoordelijkheid.”

De eerste vice-voorzitter van het Comité van de Regio’s Karl-Heinz Lambertz gaf aan dat het Comité werkt aan het verkrijgen van een waarnemersstatus in de trilogen tussen de Europese instellingen.

Door:

Sidony Venema & Roxanne Koenis, Huis van de Nederlandse Provincies

Meer informatie:

Website Open days