Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Risicoverdeling belangrijk bij aanbesteding van jeugdhulp

17 oktober 2016Aanbestedingen

De rechtbank Den Haag heeft op 5 oktober 2016  een uitspraak gedaan in een zaak omtrent de aanbesteding van contracten voor jeugdhulp. De rechter oordeelde dat beide gemeenten de aanbesteding voor jeugdhulp voor de contracten per 1 januari 2017 moeten overdoen.

De feiten

De huidige contracten jeugdhulp van twee gemeenten in Zuid-Holland lopen binnenkort af. Om deze reden hebben deze gemeenten een opdracht in de markt gezet voor het aanbieden van jeugdhulp aan jeugdigen in hun gemeenten vanaf 1 januari 2017. Via een aanbestedingsprocedure hebben de gemeenten hiervoor een aanbieder geselecteerd. Echter, andere inschrijvers hebben bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop de gemeente de aanbesteding heeft georganiseerd en zijn in beroep gegaan.

Informatieverschaffing

Volgens de inschrijvers die bezwaar maken, hebben de gemeenten gehandeld in strijd met de beginselen van transparantie, gelijkheid en proportionaliteit, door de wijze waarop zij de aanbesteding hebben georganiseerd. De gemeenten zouden inschrijvers van onvoldoende informatie hebben voorzien om een reële inschatting van de situatie en de risico’s te maken. Als gevolg daarvan hebben inschrijvers die op dit moment de jeugdhulp voor de gemeenten verzorgen een onrechtmatige kennisvoorsprong. De gemeenten reageren op dit verweer van de inschrijvers dat zij niet over de gevraagde informatie beschikken, en dat ook op inschrijvers de plicht rust om benodigde informatie te verzamelen en verder dat de wel verstrekte informatie voldoende was om een verantwoorde inschrijving te doen.

Risicoverdeling

De inschrijvers betogen verder dat de gemeenten in feite alle risico’s met betrekking tot de uitvoering van de opdracht naar de opdrachtnemer overgeheveld hebben. De gemeenten reageren dat de plafondbudgetten na een zorgvuldige afweging zijn vastgesteld en dat de plafondbudgetten voldoende zijn om de opdracht uit te voeren. Verder geven de inschrijvers aan dat in de aanbestedingsstukken geen ontspannings- of ontluchtingsmogelijkheid is opgenomen. Ook zouden de gemeenten de aansprakelijkheid voor schade die bij de uitvoering van de opdracht ontstaat ten onrechte volledig bij de opdrachtnemer hebben gelegd. Volgens de gemeente is overleg mogelijk in geval van een tekortkoming aan de zijde van de opdrachtnemer.

Duidelijkheid aanbestedingsdocumenten

Daarnaast zouden de aanbestedingsdocumentatie onduidelijk zijn en voor meerderlei uitleg vatbaar, aldus de inschrijvers. De gemeenten gaan ook hiertegen in verweer.

Uitspraak

De rechtbank komt tot de conclusie dat de inschrijvers zonder de door hen gevraagde informatie niet of nauwelijks kunnen inschatten of zij in staat zijn de opdracht uit te voeren. Op basis hiervan kan niet worden uitgesloten dat die inschrijvers de aard en omvang van de te verlenen zorg verkeerd hebben ingeschat en in de problemen zullen komen bij uitvoering van de opdracht. Verder is de risicoverdeling in deze aanbesteding disproportioneel, aldus de rechtbank. Opdrachtnemers moeten namelijk alle passende zorg aan jeugdigen in de gemeenten bieden. Daarnaast mogen ze geen wachtlijsten laten ontstaan en dragen ze alle financiële risico’s. Terwijl ten minste vraagtekens kunnen worden geplaatst bij het realiteitsgehalte van de plafondbudgetten (vaste bedragen) en niet is voorzien in een concrete ontsnappingsmogelijkheid.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de gemeenten voor bepaalde gevallen van haar opdrachtnemer een, wat de hoogte betreft, ongelimiteerde schadevergoedingsverbintenis verlangt. Dat is in strijd met voorschrift 3.9D van de Gids Proportionaliteit.
De rechter gaat niet mee in de argumentatie van de inschrijvers. De rechter stelt dat de beoordelingswijze en de subgunningscriteria niet tot de vereiste objectiviteit leiden. Het is inherent aan aanbestedingen als deze en passend bij het onderwerp van de opdracht (jeugdzorg) dat aan inschrijvers de ruimte wordt geboden om zelf aan te geven op welke wijze zij de gewenste kwaliteit zullen invullen. Naar het oordeel van de rechter is voldoende duidelijk wat er van de inschrijvers wordt verlangd.

Concluderend, de rechtbank Den Haag veroordeelt de gemeenten tot het heraanbesteden van de contracten voor jeugdhulp. De twee gemeenten zijn het niet eens met de uitspraak en hebben aangegeven in hoger beroep te gaan.

Door:

Madeleine Heitmeijer-Broersen, Europa decentraal

Bronnen:

Uitspraak 5 oktober 2016, Rechtbank Den haag

Meer informatie:

Aanbestedingen, Europa decentraal
Decentralisaties en aanbesteden, Europa decentraal

X