Valt het coffeeshopbeleid onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn?

februari 2013

Voor het exploiteren van een coffeeshop in onze gemeente is een vergunning nodig. Er is bovendien een beleidsnota die eist dat er maximaal drie coffeeshops zijn. Valt het coffeeshopbeleid onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn? En is het mogelijk om een dergelijk vergunningstelsel te rechtvaardigen?

Versie juni 2009

Antwoord

Ja, het exploiteren van een coffeeshop is een dienst die valt onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn. Een dienst (art. 4 Dienstenrichtlijn) is elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt. Coffeeshophouders worden, evenals andere horecaondernemers, gerekend tot dienstverleners omdat ze voornamelijk service verlenen. Deze service kan onder meer bestaan uit het aanbieden van ruimte, sanitair, muziek, etc.

Dat een coffeeshop softdrugs verkoopt doet geen afbreuk aan de conclusie dat het bij de exploitatie van een coffeeshop gaat om een vergunning voor het aanbieden van diensten.

Vergunningsstel

Bij de vraag of het mogelijk is om het huidige vergunningstelsel, inclusief de eis dat er maximaal drie coffeeshops mogen zijn, te handhaven, dient allereerst te worden getoetst aan art. 9 Dienstenrichtlijn. Bij deze toets moet worden beoordeeld of het vergunningstelsel non-discriminatoir, noodzakelijk wegens een dringende reden van algemeen belang en evenredig is. Zie hiervoor ook stap 5 van het rapportageformulier.

Gelimiteerd aantal vergunningen

Omdat er in dit geval voor de exploitatie van een coffeeshop slechts een gelimiteerd aantal vergunningen beschikbaar is, kent dit vergunningstelsel een kwantitatieve beperking. Kwantitatieve beperkingen moeten worden getoetst op non-discriminatie, noodzakelijkheid om een dwingende reden van algemeen belang en evenredigheid (art. 15 Dienstenrichtlijn). Zie hiervoor ook stap 4 van het rapportageformulier.

Overwegingen motiveren

Het is bij de toetsing van zowel een vergunningstelsel als van een kwantitatieve beperking bij een vergunningstelsel van groot belang dat de gemeente haar overwegingen duidelijk motiveert. Met name bij de toets op evenredigheid is een goede motivatie essentieel. Bij de toets op evenredigheid moet de gemeente beargumenteren waarom de eis geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken, waarom deze niet verder gaat dan nodig is en niet met minder beperkende maatregelen kan worden bereikt.

Voorbeeld motivatie

Dit betekent concreet dat de gemeente niet met de volgende motivatie kan volstaan: ‘De vergunning is noodzakelijk vanwege een dwingende reden van algemeen belang. Tevens is de vergunningseis evenredig, omdat het doel niet door een minder beperkende maatregel bereikt kan worden. Toetsing vooraf is noodzakelijk, omdat toetsing achteraf bezwaarlijk is.’

Kwantitatieve beperking

Een gemeente die een kwantitatieve beperking in een vergunningstelsel wil handhaven moet nadrukkelijk ingaan op de vraag waarom deze beperking evenredig is. Een voorbeeld van een degelijke motivering zou kunnen zijn:

‘Juist in (de omgeving van) een coffeeshop waar (soft)drugs wordt gebruikt, is het heel goed denkbaar dat er criminaliteit of geweld voorkomt. Ook is het denkbaar dat in deze branche uitwassen of malafide praktijken voorkomen. Daarnaast heeft het druggebruik gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers, alsmede voor passanten of omwonenden die ongevraagd ‘meeroken’. Tevens kan worden gedacht aan de bescherming van minderjarigen. Omwille van de openbare orde en volksgezondheid is het daarom verdedigbaar dat er een maximum aantal coffeeshops mogen worden geëxploiteerd op basis van een voorafgaande toets via een vergunningsprocedure.

D.m.v. vergunningverlening kan voorafgaande in de hand gehouden worden of en hoeveel coffeeshops er in een gemeente mogen zijn. Zo worden de consequenties voor de openbare orde en de volksgezondheid die (excessief) gebruik van drugs met zich meebrengen (zoals gezegd: criminaliteit, geweld, uitwassen of malafide praktijken), voorkomen of verminderd. Een minder beperkende maatregel dan een vergunning volstaat hier niet: controle achteraf voldoet niet. Immers, de criminaliteit en/of geweldpleging, verstoring van de openbare orde en gevaren voor de volksgezondheid hebben dan al plaatsgevonden, met onomkeerbare gevolgen die via controle achteraf niet of onvoldoende gemitigeerd kunnen worden.’

Motivatie keuzes

Het is dus mogelijk om een vergunningstelsel voor het exploiteren van een coffeeshop te rechtvaardigen. Ook is het mogelijk om een kwantitatieve beperking te stellen. Belangrijk is echter wel dat deze keuzes goed worden gemotiveerd. Bij de verslaglegging aan de Projectgroep Implementatie Dienstenrichtlijn is het bovendien nodig om twee rapportageformulieren in te vullen. Eén rapportageformulier om het vergunningstelsel te verantwoorden (art. 9) en een tweede vanwege de kwantitatieve beperking die moet worden getoetst aan art. 15 Dienstenrichtlijn.

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn
Ministerie van Economische Zaken, over de Dienstenrichtlijn

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X