Hoe netto-inkomsten museum berekenen conform vrijstelling cultuursteun in nieuwe AGVV?

mei 2014

Onze provincie wil een subsidie geven voor de restauratie van een museum. Het gaat om een groot bedrag investeringssteun en om een museum met internationale uitstraling. Om deze subsidie staatssteunproof te maken, wil de provincie de cultuurvrijstelling (artikel 53) in de nieuwe Algemene groepsvrijstellingsverordening gebruiken. Lid 6 stelt echter als voorwaarde dat netto-inkomsten moeten worden terugbetaald. Onze subsidie wordt alleen verleend voor de restauratie van monumentale onderdelen en niet voor de kunstcollectie. Moeten wij bij het berekenen van netto-inkomsten nu de inkomsten van het hele museum meenemen? En welke termijn moet de provincie aanhouden: de looptijd van de subsidie of de afschrijvingsperiode van de investering?

Antwoord in het kort

Nee, de provincie kan in principe de netto-inkomsten die op projectniveau worden gegenereerd als uitgangspunt nemen, niet de inkomsten van het hele museum. De AGVV staat in artikel 4 lid 1 onder (z) namelijk investeringssteun toe voor cultuur op projectniveau. De provincie moet wel kunnen aantonen dat de restauratie van het museum een apart, te onderscheiden project is. Als het museum deel uitmaakt van een project, moeten wel alle inkomsten mee worden genomen, ook die van het museum zelf.

Bij het berekenen van de netto-inkomsten kan de afschrijvingsperiode in acht worden genomen (niet de looptijd van de subsidie).

Hieronder gaan we in op de achtergrond van de nieuwe vrijstelling voor cultuur.

Cultuur en staatssteun

In art. 167 lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) staat dat de Unie bijdraagt tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten. Maar omdat culturele activiteiten vaak niet winstgevend zijn, kan de kwaliteit en kwantiteit van het culturele aanbod in een lidstaat in de praktijk vaak niet verzekerd worden zonder overheidssteun.

Art. 107 lid 3d VWEU

Om hieraan tegemoet te komen, heeft de Commissie art. 107 lid 3d VWEU geïntroduceerd. In dit artikel is een uitzondering op het verbod op staatssteun neergelegd voor activiteiten op het gebied van cultuur en de instandhouding van cultureel erfgoed.

Voorheen: aanmelden bij de Commissie

Voorheen ging de Europese Commissie eerst na of een steunmaatregel ter bevordering van cultuur staatssteun zou opleveren en, zo ja, of de maatregel voldeed aan de vereisten uit art. 107 lid 3d VWEU. Decentrale overheden moesten zulke steunmaatregelen dus altijd eerst ter beoordeling bij de Commissie aanmelden.

Nu: vrijstelling voor cultuur in nieuwe AGVV

Woensdag 21 mei heeft de Europese Commissie de nieuwe Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) aangenomen. De AGVV is herzien in het kader van de modernisering van de staatssteunregels. De nieuwe AGVV treedt in werking op 1 juli 2014.

Zoals u al heeft kunnen lezen in onze reeks In 10 stappen op de hoogte, is in de nieuwe AGVV nu een vrijstelling opgenomen voor cultuur en instandhouding van cultureel erfgoed (artikel 53). Als er sprake is van staatssteun en de activiteiten die worden gesteund zijn niet alleen lokaal, is deze nu verenigbaar met de interne markt. De steun hoeft niet meer bij te Commissie te worden aangemeld. Net als voor andere categorieën onder de AGVV, kunnen decentrale overheden volstaan met een kennisgeving en rapportage.

Investerings- en exploitatiesteun

De nieuwe AGVV staat zowel investerings- als exploitatiesteun voor cultuur en cultureel erfgoed toe (artikel 53). Onder investeringssteun vallen bijvoorbeeld de kosten voor de bouw of modernisering van cultuurvoorzieningen. Onder exploitatiesteun vallen onder ander de kosten voor tentoonstellingen, uitvoeringen en evenementen en voor personeel dat in de culturele instelling werkzaam is.

Steunplafond en steunintensiteit

Het aanmeldingsplafond voor investeringssteun is € 100 miljoen per project; voor exploitatiesteun geldt een drempel van € 50 miljoen per onderneming per jaar (artikel 4, lid 1 onder (z)). Behalve voor de publicatie van muziek en literatuur (artikel 53, lid 9), geldt er geen maximale steunintensiteit. Van belang is wel dat decentrale overheden culturele instellingen niet overcompenseren. Daarom moeten de netto-inkomsten van de in aanmerking komende kosten worden afgetrokken (artikel 53, lid 6 en 7).

Meer informatie

Tekst nieuwe AGVV (C(2014) 3292/3)
Artikel In 10 stappen op de hoogte: AGVV en cultuur
Staatssteun, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X