Is de winkeltijdenwet in strijd met vrij verkeer?

mei 2011

Onze gemeente wordt niet beschouwd als een gemeente met toeristische aantrekkingskracht. Conform de nieuwe Winkeltijdenwet mogen de winkels dan niet meer dan 12 zondagen per jaar open zijn. Wij hebben begrepen dat de Winkeltijdenwet mogelijk in strijd is met het Europees recht en wij om die reden de winkels vaker open mogen stellen. Klopt dat?

Versie mei 2011

Antwoord

Nee. De Raad van State heeft bepaald dat de Winkeltijdenwet niet in strijd is met het Europees recht.

Uitleg

De Raad van State heeft zich in maart 2011 uitgesproken over de vraag of de Winkeltijdenwet in strijd is met het Europees recht. De Raad van State heeft gekeken naar mogelijke strijd met het vrij verkeer van goederen en diensten en het beginsel van vrijheid van vestiging.

Winkeltijdenwet

In de Winkeltijdenwet staat dat de gemeenteraad maximaal 12 dagen per kalenderjaar mag aanwijzen om op zondag een winkel voor publiek te openen. Een gemeente mag de winkels meer dan 12 zondagen per jaar openen wanneer er sprake is van toerisme in (een deel van) die gemeente. Het toerisme moet dan wel (bijna) volledig buiten de verkoopactiviteiten liggen die door de vrijstelling mogelijk worden gemaakt.

Strijd met vrij verkeer van goederen?

De regeling in de Winkeltijdenwet heeft betrekking op de verkoop van goederen. De Raad van State heeft daarom eerst gekeken of de regeling mogelijk in strijd is met art. 34 VWEU betreffende het vrij verkeer van goederen. De Raad verwijst daarbij naar de zaken Keck en Mithouard (C-267/91, C268/91). Hierin stelde het Europese Hof wat niet kan worden beschouwd als ‘een maatregel die de handel – tussen de lidstaten al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel – kan belemmeren’.

Nationale bepalingen

Het gaat dan om de toepassing van nationale bepalingen die bepaalde verkoopmodaliteiten aan banden leggen of verbieden op producten uit andere lidstaten. Voorwaarde is dat die bepalingen dan van toepassing zijn op alle marktdeelnemers die op het nationale grondgebied activiteiten ontplooien en dat zij zowel rechtens als feitelijk dezelfde invloed hebben op de verhandeling van nationale producten en op die van andere lidstaten.

Verkoopmodaliteiten

Uit verschillende arresten van het Hof is af te leiden dat winkeltijdenwetgeving, ook indien ze betrekking heeft op zondagssluiting, onder het begrip ‘verkoopmodaliteiten’ in de zin van het arrest Keck valt. De Raad van State is van mening dat de Nederlandse Winkeltijdenwet voldoet aan alle eisen die in het arrest Keck gesteld worden en daarmee dus buiten de werkingssfeer van art. 34 VWEU valt.

Strijd met vrij verkeer van diensten?

Indien een nationale maatregel zowel het vrije verkeer van goederen als de vrijheid van dienstverrichting beperkt, wordt het de maatregel in beginsel slechts aan één van deze twee vrijheden getoetst. In deze zaak is de vrijheid van diensten ondergeschikt aan de vrijheid van goederen waardoor de Raad van State slechts toetst aan het vrij verkeer van goederen.

Strijd met het beginsel van vrijheid van vestiging?

De Raad van State gaat ook in op het beginsel van vrijheid van vestiging (art. 49 VWEU). De Raad stelt dat er indirecte beperkingen zijn. Als deze indirecte beperking al een belemmering vormt voor de vrijheid van vestiging, kunnen dergelijke bepalingen gerechtvaardigd worden door dwingende redenen van algemeen belang. Zij moeten dan zonder discriminatie op grond van nationaliteit worden toegepast. Voorwaarde daarbij is dat zij geschikt zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen en niet verder gaan dan nodig is om het doel te bereiken.

Gerechtvaardigd doel

Het Europese Hof heeft herhaaldelijk in uitspraken gesteld dat een nationale regeling die de winkeltijden regelt een doel nastreeft dat gerechtvaardigd is. In de nationale regelingen die de openstelling van winkels op zondag beperken, komen bepaalde keuzen tot uiting die verband houden met nationale of regionale sociaal-culturele eigenheden. De Winkeltijdenwet beoogt de winkelopeningstijden te reguleren met het oog op de zondagsrust, de belangen van kleine ondernemers, de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde. Daarmee is de regeling in de Winkeltijdenwet volgens de Raad van State gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang.

Conclusie

De regeling in de Winkeltijdenwet valt niet binnen de werkingssfeer van het vrij verkeer van goederen en diensten. Voor zover de regeling al een belemmering zou vormen voor het beginsel van vrijheid van vestiging kan zij gerechtvaardigd worden op grond van een dwingende reden voor algemeen belang.

Meer informatie:

Vrij verkeer, Europa decentraal
Uitspraak Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, 2 maart 2011, 201003855/1/H2
Arrest Keck en Mithouard
Arrest Stoke-on-Tent

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG