Zijn kinderopvangactiviteiten door onze gemeente mogelijk, gelet op de mededingingsregels?

mei 2013

Onze gemeente biedt via een instelling voor sociaal en cultureel werk een aantal peuterspeelzaalactiviteiten aan. Wij willen ook dat deze instelling naschoolse opvangactiviteiten gaat aanbieden. Is dit mogelijk, gelet op met de Europese mededingingsregels?

Antwoord

De Europese Commissie en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) beschouwen kinderopvangactiviteiten als economische activiteiten. Onzeker is of peuterspeelzaalactiviteiten als economische activiteiten moeten worden bestempeld. Wat betreft peuterspeelzaalactiviteiten stelt de NMa vast dat wanneer een specifieke partij, die zich met peuterspeelzaalwerk bezighoudt, (financieel) wordt bevoordeeld ten opzichte van andere partijen, er sprake kan zijn van een beperking van de mededinging op de aanbepaalde kinderopvangmarkt.

Schending VWEU en Mededingingswet

In dat geval kan er een schending zijn van art. 102 VWEU en art. 24 Mededingingswet (Mw) – misbruik maken van een economische machtspositie – of van art. 101 VWEU en art. 6 Mw – kartelverbod, verboden prijsafspraken.

Staatssteun en aanbesteding

Er moet ook rekening gehouden worden met de staatssteun- en aanbestedingsregels. Wanneer aangetoond kan worden dat de markt duidelijk niet voorziet in de behoeften van kinderopvang en/of peuterspeelzaalwerk als een publiek belang, kunnen deze diensten door de overheid financieel gecompenseerd worden wanneer zij als dienst van algemeen (economisch) belang (DAEB) gekwalificeerd worden.

Uitblijven particulier initiatief

Er moet in dat geval sprake zijn van het uitblijven van particulier initiatief op de relevante geografische markt, dat wil zeggen de af te bakenen markt waarop aanbieders actief zijn. Gezien de marktwerking ten opzichte van kinderopvangactiviteiten in Nederland, lijkt dit niet mogelijk.

Kinderopvangactiviteiten

Kinderopvang wordt beschouwd als een economische activiteit. Dit heeft de NMa vastgesteld in een rapport en in een persbericht. Een instelling voor kinderopvang, ongeacht haar rechtsvorm, kan daarom als een onderneming worden gekwalificeerd. Verder is de kinderopvangmarkt in Nederland sinds 2005 geliberaliseerd (zie Wet Kinderopvang). Vastgesteld moet worden of de kinderopvangmarkt een puur lokale markt is of toch een Europese markt is. Echter een vervalsing van mededinging binnen de Nederlandse grenzen kan niet worden uitgesloten.

Peuterspeelzaalactiviteiten

Er is geen eenduidig antwoord op de vraag of peuterspeelzalen ook als een onderneming kunnen worden gekwalificeerd. Ten opzichte van peuterspeelzaalactiviteiten is er vaak een vermenging van peuterspeelzaalactiviteiten, die als niet economisch kunnen gelden en kinderopvangactiviteiten waarop wel degelijk marktwerking van toepassing is.

In een marktonderzoek van de NMa komt naar voren dat de keuze hoe van gemeenten om peuterspeelzaalwerk bij één partij te beleggen marktverstorend werkt, aangezien deze aanbieder hierdoor over goede faciliteiten kan beschikken die ook ingezet kunnen worden voor kinderopvang. Nieuwe marktspelers hebben in dat geval geen gelijke kansen om zich te ontplooien op de markt voor kinderopvang.

Markt voor peuterspeelzaalwerk

Het NMa rapport spreekt over een markt voor peuterspeelzaalwerk (zie p. 61 Rapport ‘Contracturen, prijzen en openingstijden in dagopvang en buitenschoolse opvang’, Regioplan, september 2009). Onder het stelsel waarin een organisatie alleen peuterspeelzaalwerk aanbiedt (geheel of vrijwel geheel gefinancierd door de gemeente) zou nog kunnen worden volgehouden dat er geen sprake is van een onderneming. Waar ook andere aanbieders op een erkende economische markt als de kinderopvang opereren en ook peuterspeelzaalwerk aanbieden, lijkt dit standpunt niet meer vol te houden. In Nederland is er namelijk een groot aanbod van kinderopvang door marktpartijen.

Dienst van algemeen economisch belang

Kinderopvang (eventueel in samenhang met peuterspeelzaalwerk) kan als DAEB gezien worden, wanneer er sprake is van onvoldoende aanbod in de regio voor kinderopvang. In dat geval wordt er een publieke dienst gewaarborgd en kan financiering, mits gericht op compensatie van de werkelijk gemaakte kosten, plaatsvinden zonder dat er sprake is van staatssteun.

Gezien de marktwerking in de kinderdagverblijfsector lijkt een DAEB echter niet het meest voor de handliggende instrument in Nederland. De markt moet namelijk echt ontoereikend zijn ten aanzien van het aanbieden van diensten van algemeen belang als een decentrale overheid wil overgaan tot het compenseren van kinderdagverblijfondernemingen.

Meer informatie:

‘1001 en vragen over staatssteun’, B.Hessel, I.Jozepa
DAEB en mededinging, Diensten van Algemeen Belang

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X