Staatssteun: drieluik wijzigingen AGVV (deel III): steun voor regionale luchthavens en zee- en binnenhavens

3 april 2018Staatssteun

De Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) is in de zomer van 2017 op een aantal punten gewijzigd. Deze wijzigingen bieden uitgebreidere mogelijkheden voor kennisgevingen die decentrale overheden doen onder toepassing van de AGVV. In de Europese Ster wordt in de vorm van een drieluik nader ingegaan op de wijzigingen van de AGVV en wordt de decentrale relevantie geduid. In dit derde en laatste deel van het drieluik wordt nader ingegaan op de nieuwe steuncategorieën regionale luchthavens en steun voor zee- en binnenhavens.

Van drieluik tot factsheet

Het drieluik is bedoeld voor decentrale overheden die gebruik (willen) maken van de AGVV en graag meer informatie willen verkrijgen over de recente wijzigingen in de AGVV. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de AGVV, zal een zogeheten kennisgevingsprocedure moeten worden doorlopen. De delen van het drieluik zullen uiteindelijk worden samengevoegd tot één factsheet.

  • In het eerste deel van het drieluik zijn de wijzigingen ten aanzien van de algemene toepassingsvoorwaarden uit de AGVV op een rijtje gezet;
  • In het tweede deel is aandacht besteed aan de verruimde bestaande steuncategorieën;
  • In het derde deel komen de nieuwe steuncategorieën (regionale luchthavens en steun voor zee- en binnenhavens) aan bod.

Meer informatie over de toepassing van de AGVV en staatssteun leest u in het webdossier van Europa decentraal.

Deel III: Nieuwe staatssteuncategorieën

In de gewijzigde AGVV zijn twee nieuwe steuncategorieën toegevoegd. Het toepassingsgebied van de AGVV (artikel 1 lid 1 AGVV) is uitgebreid met steun voor regionale luchthavens en steun voor havens (zee- en binnenhavens).

Steun voor regionale luchthavens

In de gewijzigde AGVV is een nieuw artikel (artikel 56bis) toegevoegd dat toeziet op steun voor regionale luchthavens. De steun kan worden verleend als investerings- of exploitatiesteun, waaraan het nieuw toegevoegde artikel 56bis enkele voorwaarden stelt. Ook zijn in de gewijzigde AGVV een tiental nieuwe definities toegevoegd ten behoeve van steun voor regionale luchthavens.

Definities regionale luchthaven

In de gewijzigde AGVV is ‘regionale luchthaven’ gedefinieerd als een luchthaven met een gemiddelde jaarlijkse passagiersstroom van maximaal drie miljoen passagiers (artikel 2 lid 153). Een luchthaven wordt in de gewijzigde AGVV omschreven als een entiteit of groep entiteiten die de economische activiteit verricht van het verlenen van luchthavendiensten aan luchtvaartmaatschappijen (artikel 2 lid 146). De jaarlijkse passagiersstroom wordt bepaald op basis van de stromen inkomende en uitgaande passagiers gedurende twee boekjaren voorafgaand aan het jaar waarin de steun wordt verleend (artikel 2 lid 148).

Geen steun voor verplaatsing of ombouw bestaande luchthavens

Lid 4 van artikel 56bis bepaalt dat steun op basis van dit artikel niet mag worden toegekend voor de verplaatsing van bestaande luchthavens of de aanleg van een nieuwe passagiersluchthaven, en ook niet voor de ombouw van een bestaand vliegveld tot een passagiersluchthaven.

Geen steun voor vrachtstroom van meer dan 200.000 ton

Lid 10 van artikel 56bis bepaalt dat steun op basis van dit artikel niet mag worden toegekend aan luchthavens die een gemiddelde jaarlijkse vrachtstroom van meer dan 200.000 ton hebben in de twee boekjaren voorafgaand aan het jaar waarin de steun wordt toegekend. Tevens mag de steun er niet toe leiden dat de luchthaven de jaarlijkse gemiddelde vrachtstroom kan uitbreiden tot meer dan 200.000 ton binnen de twee boekjaren die volgen na de toekenning van de steun.

Investeringssteun

Investeringssteun mag worden verleend voor kosten voor de luchthaveninfrastructuur, met inbegrip van planningskosten (artikel 56bis lid 12). De steunintensiteit hangt af van de passagiersstroom van de luchthaven (artikel 56bis lid 13). Investeringssteun mag niet worden toegekend aan luchthavens met een gemiddelde jaarlijkse passagiersstroom van meer dan drie miljoen passagiers in de twee boekjaren voorafgaand aan het jaar waarin de steun daadwerkelijk wordt toegekend (artikel 56bis lid 9). Het bedrag van de investeringssteun is niet hoger dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst van de investering.

Voor investeringssteun geldt daarnaast een afstandscriterium. De steun mag niet worden toegekend aan een luchthaven die is gelegen binnen een afstand van 100 kilometer of een reistijd van 60 minuten met de auto, bus, trein, of hogesnelheidstrein van een bestaande luchthaven waaruit geregelde luchtdiensten worden verricht (artikel 56bis lid 6). Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn voor luchthaven Groningen Airport Eelde. Dit afstandscriterium geldt echter niet voor luchthavens met en jaarlijkse passagiersstroom van maximaal 200.000 passagiers in de afgelopen twee boekjaren (artikel 56bis lid 7).

Exploitatiesteun

Exploitatiesteun mag niet worden toegekend aan luchthavens met een gemiddelde jaarlijkse passagiersstroom van meer dan 200.000 passagiers in de twee boekjaren voorafgaand aan het jaar waarin de steun daadwerkelijk wordt verleend (artikel 56bis lid 15). Ook mag exploitatiesteun niet worden verleend voor een kalenderjaar waarin de jaarlijkse passagiersstroom van de luchthaven 200.000 passagiers bedraagt (artikel 56bis lid 17). Tenslotte mag de exploitatiesteun niet afhankelijk worden gesteld van het afsluiten van regelingen met bepaalde luchtvaartmaatschappijen over luchthavengelden, marketingvergoedingen of andere financiële aspecten van de activiteiten van de luchtvaartmaatschappij op de betrokken luchthaven (artikel 56bis lid 18).

Steun voor zeehavens en binnenhavens

Anders dan bij luchthavens is de capaciteit van zee- of binnenhaven niet relevant. Wel is er bij deze categorieën sprake van maximale steunbedragen en steunintensiteiten.

Definities zeehaven en binnenhaven

In de gewijzigde AGVV wordt een zeehaven gedefinieerd als een haven die voornamelijk dient voor de ontvangst van zeeschepen (artikel 2 lid 155). Een binnenhaven wordt omschreven als een haven niet zijnde een zeehaven die dient voor de ontvangst van binnenvaartschepen (artikel 2 lid 156). Binnenvaartschepen worden omschreven als schepen die uitsluitend of hoofdzakelijk varen op binnenwateren of op wateren binnen of nauw grenzend aan beschutte wateren (artikel 2 lid 164).

In aanmerking komende kosten zee en binnenhavens

Het type in aanmerking komende kosten bij steun voor zee- en binnenhavens zijn aan elkaar gelijk. Deze zijn de kosten van investeringen ten behoeve van de bouw, vervanging of modernisering van de haven- en toegangsinfrastructuur en baggerwerkzaamheden. Kosten die verband houden met niet-vervoergerelateerde activiteiten (zoals kantoren of winkels) zijn geen in aanmerking komende kosten. Dit geldt evenzeer voor havensuprastructuren zoals terminals en kranen (artikel 56 (qua)ter lid 2).

Verschil steunintensiteit en maximale steunbedragen

Voor zeehavens is de maximale steunintensiteit in beginsel afhankelijk van de hoogte van in aanmerking komende kosten en het type in aanmerking komende kosten. Zo kan er voor investeringen ten behoeve van de bouw, vervanging of modernisering van de toegangsinfrastructuur en voor baggerwerkzaamheden 100% steun worden verleend terwijl er voor haveninfrastructuur een onderscheid in percentages wordt gemaakt afhankelijk van de hoogte van de in aanmerking komende kosten (artikel 56 ter lid 5). Voor binnenhavens wordt dit onderscheid overigens niet gemaakt en mag de steunintensiteit 100% zijn ongeacht de type activiteiten die worden gesubsidieerd met een maximum van € 40 miljoen per project (artikel 56 quater lid 5).

Zowel voor binnenhavens als voor zeehavens geldt dat er ruimere mogelijkheden zijn wanneer het project onderdeel uitmaakt van een kernnetwerkcorridor (TEN-T netwerken). Daarnaast dient het steunbedrag niet hoger te zijn dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst van de investering. Bedragen die lager liggen € 5 miljoen bij zeehavens en € 2 miljoen bij binnenhavens zijn van dit vereiste uitgesloten mits de steunintensiteit onder de 80% blijft.

Overige voorwaarden

Wanneer de ontvanger van de steun een derde partij inschakelt om de activiteiten te verrichten, dan dient dit op een concurrerende, transparante, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke basis plaats te vinden. Tot slot is het van belang om te weten dat de gesteunde haveninfrastructuur op gelijke en niet-discriminerende wijze tegen marktvoorwaarden aan belangstellende gebruikers beschikbaar wordt gesteld.

Door:

Pauline A’Campo en Paul Zondag, Europa decentraal

Meer informatie:

Staatssteun, Europa decentraal
Algemene groepsvrijstellingsverordening, Europa decentraal
Algemene voorwaarden, Europa decentraal

X