Subsidie voor de NIP-test is geoorloofde staatssteun

1 mei 2017Diensten van algemeen (economisch) belang, Staatssteun

De rechtbank Den Haag heeft geoordeeld  in een zaak over subsidie voor de NIP-test dat steunmaatregelen op basis van het DAEB-vrijstellingsbesluit zijn geoorloofd. Ook decentrale overheden kunnen zich op dit vrijstellingsbesluit beroepen. In de zaak wordt bepaald dat Nederland subsidie mag blijven verlenen aan academische ziekenhuizen voor het uitvoeren van de NIP-test (Niet Invasieve Prenatale test). Gendia, een Belgisch bedrijf dat deze test onder andere aanbiedt aan Nederlandse zwangere vrouwen, heeft in kort geding gevorderd dat de subsidieverlening wordt gestaakt. De Haagse voorzieningenrechter wijst deze vordering af op basis van de staatssteunregels. Deze regels bieden ruimte voor steun die wordt verleend voor een zogenaamde dienst van algemeen economisch belang (DAEB).

Achtergrond

Het Belgische bedrijf heeft het kort geding aangespannen omdat zij meenden nadeel te ondervinden van de Nederlandse subsidieregeling. Voordat deze regeling in werking trad, lieten veel vrouwen zich in België testen voor een prijs van € 590,-. Door de subsidie kunnen zwangere vrouwen de test in Nederlandse academische ziekenhuizen laten afnemen voor € 175,-. De subsidieregeling was volgens Gendia in strijd met Europese staatssteunregels en zou daarom niet uitgevoerd mogen worden.

Wat houdt staatssteun in?

“Steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, zijn onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt” (art. 107 lid 1 VWEU). Uit dit staatssteunverbod is een aantal voorwaarden af te leiden waar aan moet worden voldaan om een maatregel als staatssteun aan te kunnen merken. Deze voorwaarden zijn cumulatief. Dat wil zeggen dat een maatregel pas staatssteun oplevert wanneer aan alle opgesomde voorwaarden is voldaan. Op grond van art. 106 lid 2 VWEU kan staatssteun echter in bepaalde situaties wel geoorloofd zijn. Volgens de voorzieningenrechter is dat in deze zaak het geval.

Diensten van Algemeen Economisch Belang

Het Altmark-arrest geeft nadere uitwerking aan art. 106 lid 2 VWEU. In dit arrest worden de criteria vormgegeven om financiering voor publieke marktdiensten uit te zonderen van het staatssteunverbod. Voldoet compensatie voor het verrichten van een DAEB wel aan de eerste drie voorwaarden van het Altmark-arrest, maar niet aan de laatste voorwaarde (aanbesteding of selectie op basis van benchmarking), dan kan van het DAEB-pakket gebruik gemaakt worden. Het zogenaamde DAEB-vrijstellingsbesluit is hier onderdeel van.

In dit geval voldoet Nederland, volgens de rechter, aan alle voorwaarden van dit vrijstellingsbesluit en heeft daarom de staatssteunregels juist toegepast.

algemeen belang NIP-test

Het algemeen belang van de NIP-test is volgens Nederland dat er voor zwangere vrouwen gelijke toegang moet zijn tot prenatale screening en dat er gelijke keuzevrijheid moet zijn tussen de twee beschikbare prenatale tests. Dit standpunt wordt tevens ondersteund door een advies van de Gezondheidsraad.

Gendia stelt dat de NIP-test niet als DAEB kan worden aangemerkt, omdat voor een DAEB alleen ruimte is als sprake is van marktfalen. Verder moet de aanwijzing als DAEB proportioneel zijn in verhouding tot het beoogde doel.

Oordeel rechtbank: DAEB vrijstellingsbesluit juist toegepast

De rechtbank stelt dat lidstaten een ruime beoordelingsvrijheid hebben om te bepalen of een dienst als DAEB aangemerkt kan worden. De toezichthoudende taak van de Commissie is beperkt tot de toets dat er geen sprake is van een kennelijke fout bij de definitie van DAEB. Een dienst kan volgens de rechter als DAEB worden aangemerkt als deze niet op een voor de Staat bevredigende wijze door de markt wordt aangeboden, bijvoorbeeld omdat de prijs te hoog is.

Gezien deze overwegingen (en de beleidsvrijheid die de Staat op dit punt heeft) heeft de Nederlands naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid kunnen beslissen de NIP-test als DAEB aan te merken. De conclusie is dat de Subsidieregeling NIPT voldoet aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit en dus verenigbaar is met de interne markt.

Decentrale relevantie

Ook decentrale overheden kunnen gebruik maken van het DAEB vrijstellingsbesluit. Wanneer er aan de voorwaarden van dit besluit wordt voldaan is het dus goed mogelijk om voorgenomen staatssteun te verlenen zonder dat daarbij de staatssteunregels worden overtreden.

Door:

Paul Zondag, Europa decentraal
In samenwerking met Sjoerdje Smedinga, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Meer info:

Staatssteun, Europa decentraal
Diensten van Algemeen Economisch Belang, Europa decentraal
DAEB pakket, Europa decentraal
Subsidieregeling NIPT, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

X