Uitvoering Europese Kaderrichtlijn water blijkt moeilijke bestuurlijke opgave

8 juni 2015Milieu

Op 27 mei jl. heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu een bestuurlijke conferentie gehouden. Tijdens die conferentie hebben het Rijk, decentrale overheden en belangenorganisaties gesproken over de uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn water. Dit blijkt in de praktijk een moeilijke bestuurlijke opgave waarbij een strakkere regie van het Rijk nodig is.

Kaderrichtlijn Water

Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. Deze moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa op orde is en blijft. In Nederland zijn het Rijk, decentrale overheden en maatschappelijke organisaties samen verantwoordelijk voor voldoende en schoon water. Omdat er verschillende partijen betrokken zijn bij het realiseren van de doelen die onder de Kaderrichtlijn vallen, is het soms lastig om een gezamenlijke strategie te volgen.

Decentrale overheden

Op de conferentie waren diverse presentaties te zien van onder andere provincies en waterschappen. Gedeputeerde Josan Meijers van de provincie Overijssel gaf de aftrap van de conferentie namens de provincies. Zij pleitte voor realistische doelen en het stellen van prioriteiten.

De waterschappen drongen aan op een betere uitvoering van het bestaande beleid voor mest en bestrijdingsmiddelen. Hennie Roorda, lid van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen, gaf aan dat er voldoende middelen zijn om de landbouw en de tuinders tegemoet te treden zoals het nieuwe Programma Aanpak Stikstof en de Nota duurzame gewasbescherming. Daarnaast wees Roorda op het feit dat boeren aanspraak kunnen maken op het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3).

Strakke regie Rijk

Omdat verschillende belangen het vaak lastig maken om één lijn door te voeren in de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, waren alle partijen het erover eens dat het Rijk een strakkere regie moet nemen.

Verplichtingen en mogelijkheden

De Europese Kaderrichtlijn water brengt veel verplichtingen voor decentrale overheden met zich mee, maar biedt tegelijkertijd mogelijkheden voor de zuivering van de Nederlandse wateren. Omdat Nederland relatief laag gelegen is, is de waterkwaliteit voor een groot deel afhankelijk van buitenlandse stromen. Door de richtlijn moeten buurlanden ook aan bepaalde waterkwaliteitseisen voldoen, waardoor er minder vervuild water ons land in stroomt.

Door:

Jonneke Huijser en Merit van Veen, Europa decentraal

Bron:

Waterforum

Meer informatie:

Water, Milieu en Klimaat, Europa decentraal
Maatregelen waterkwaliteit, Rijkswaterstaat
De Kaderrichtlijn Water – in ieders belang, Rijkswaterstaat
Nieuws, concrete maatregelen waterkwaliteit, Vewin