Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Vraag van de week: snelvaartontheffing

22 april 2013Vrij verkeer

Opmerking van uw webredacteur: Wilt u het antwoord lezen op de Vraag van de Week van 29 april, ga dan naar deze link: Kan onze gemeente de financiering van een cultuurhistorisch treintraject staatssteunproof maken?

Snelvaarontheffing

Ons waterschap is onder andere vaarwegbeheerder. Jaarlijks verlenen we een gelimiteerd aantal snelvaarontheffingen. Er is hiervoor een wachtlijst omdat de aanvragen de capaciteit overtreffen. Om vraag en aanbod meer met elkaar in balans te brengen, willen we nu de ontheffingafgifte beperken tot de inwoners van het beheersgebied van het waterschap. Is dat in strijd met de Europese vrij verkeersregels?

Antwoord:

Ja. In dit geval kunnen alleen personen die in het beheersgebied van het waterschap wonen gebruik maken van de korting. Dit druist in tegen de principes van het vrije verkeer.

Uit rechtspraak blijkt dat nationale maatregelen die een dergelijk woonplaatsvereiste opleggen als indirect discriminerende -en dus in principe verboden- maatregelen dienen te worden beschouwd.

Personen die op het grondgebied van een andere staat (of beheersgebied) wonen, worden op die manier immers in een minder gunstige positie gesteld dan zij die wel in het desbetreffende gebied wonen.

Er zijn echter wel uitzonderingsmogelijkheden om een dergelijke maatregel toch te rechtvaardigen.

Uitleg

De regeling kan te rechtvaardigen zijn, indien aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan:

– Zonder discriminatie toegepast;
– Rechtvaardiging op grond van dwingende redenen van algemeen belang;
– Noodzakelijk;
– Proportioneel.

Discriminatie

Er is sprake van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit als gebruik wordt gemaakt van onderscheidingscriteria die in feite tot hetzelfde resultaat leiden als discriminatie op grond van nationaliteit. Het moet gaan om onderscheidingscriteria die mogelijk hoofdzakelijk ten nadele van onderdanen van andere lidstaten werken (benadelingsvereiste).

Voor de kwalificatie van een maatregel als discriminerend is het niet noodzakelijk dat zij tot gevolg heeft dat alle eigen onderdanen worden begunstigd of dat enkel sommige groepen onderdanen van andere lidstaten (bijvoorbeeld alleen onderdanen die in een bepaalde gemeente/waterschap woonachtig zijn) worden benadeeld.

Het doet derhalve niet ter zake dat het gebruikte onderscheidingscriterium ook de in andere delen van het nationale grondgebied wonende onderdanen treft (in dit geval personen die niet in het beheersgebied van het waterschap wonen).

Rechtvaardigingsgronden

Echter, niet alle (in)direct discriminerende of belemmerende maatregelen zijn op grond van het Europees recht verboden. Een discriminerende of belemmerende maatregel is alleen verboden als daarvoor geen rechtvaardiging bestaat. Binnen het Europees recht zijn twee soorten ‘rechtvaardigingsgronden’ te onderscheiden, namelijk die genoemd zijn in het Verdrag en de zogenaamde ongeschreven rechtvaardigingsgronden (ook wel ‘rule of reason’ of ‘dwingende redenen van algemeen belang’ genoemd).

Uit de jurisprudentie van het Hof volgt dat maatregelen die een direct onderscheid maken op grond van nationaliteit alleen kunnen worden gerechtvaardigd op grond van de in het verdrag genoemde redenen.

Voor belemmerende maatregelen die geen directe of indirecte discriminatie op grond van nationaliteit behelzen (‘maatregelen zonder onderscheid’) geldt dat ook ongeschreven rechtvaardigingsgronden kunnen worden aangevoerd.

Ten aanzien van maatregelen die op indirecte wijze discrimineren (de regel om de ontheffingafgifte te beperken tot inwoners van het beheersgebied) is de jurisprudentie van het Hof niet eenduidig. Soms mogen deze wel worden getoetst aan de ongeschreven rechtvaardigingsgronden en in andere gevallen weer niet.

De rechtvaardigingsgronden genoemd in het Verdrag hebben betrekking op bescherming van de openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid. De rule of reason ziet op rechtvaardigingsgronden die door het Hof in haar jurisprudentie zijn benoemd, maar het bevat een niet-uitputtende lijst. In principe komen alle (niet economische) dwingende redenen van algemeen belang in aanmerking.

U zult dus na moeten gaan wat de achterliggende gedachte is van het beleid dat het waterschap wil voeren. Wat is de reden om de ontheffingafgifte te beperken tot personen uit het beheersgebied van het waterschap? U kunt bijvoorbeeld denken aan milieubescherming of (water)verkeersveiligheid. Om een (indirect) discriminerende maatregel Europeesrechtelijk te rechtvaardigen is een objectieve (niet economische) rechtvaardiging nodig.

Noodzakelijk en proportioneel

De vraag die daarna dan nog gesteld moet worden is of de maatregel noodzakelijk en proportioneel is. Is het nodig om de ontheffingafgifte te beperken tot inwoners van het beheersgebied? Of zijn er ook minder vergaande maatregelen om hetzelfde doel te bereiken. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een systeem van loting, of wie het eerst komt, wie het eerst maalt etc.

Wanneer u een goede rechtvaardiging en motivatie voor de regeling heeft en voldoende kunt aantonen dat er geen andere, minder vergaande maatregelen zijn, om het nagestreefde doel te bereiken, dan is de maatregel mogelijk toegestaan.

Door:

Karin van den Brand, Europa decentraal

Meer informatie:

ICER-checklist voordeelregelingen eigen inwoners
Vrij verkeer, Europa decentraal

X