Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Waarom is Europese jurisprudentie van belang voor de decentrale praktijk? Een interview met Chris Koedooder (Europa decentraal).

3 september 2018

In de Europese Ster en op de website van Europa decentraal verschijnen vaak berichten over de laatste Europese rechterlijke uitspraken. Waarom is het zo belangrijk om decentrale overheden te informeren over de laatste jurisprudentie? Juridisch adviseur Chris Koedooder legt in dit interview uit waarom het volgen van de laatste Europese jurisprudentie nuttig kan zijn voor alle medewerkers van de decentrale overheden, ook voor de lezers zonder juridische achtergrond.

Om te beginnen, Chris, zou je misschien kunnen uitleggen wat er precies wordt bedoeld met Europese jurisprudentie?

Met jurisprudentie bedoelen we het geheel van uitspraken die door rechters binnen een bepaalde rechtsorde worden gedaan. Met Europese jurisprudentie bedoelen we alle uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Niet iedere medewerker van een gemeente, provincie of waterschap is zich altijd bewust van het feit dat men in de dagelijkse werkzaamheden te maken heeft met EU-recht. Men weet dat decentrale overheden zich aan bepaalde Europese regels moeten houden, maar soms niet dat veel nationale regels eigenlijk ook uit Brussel komen. Bijvoorbeeld omdat het gaat om geïmplementeerde wetgeving. EU-richtlijnen laten de lidstaten bijvoorbeeld ruimte om binnen een vastgestelde termijn hun eigen wetgeving in lijn te brengen met normen die de Raad, waarin zij zelf vertegenwoordigd zijn, en het Europees Parlement samen hebben vastgesteld.

Het is goed om te weten dat het Europese Hof van Justitie eigenlijk niet de enige Europese rechter is die we hebben. EU-recht moet namelijk in alle lidstaten worden toegepast. Vanwege de voorrang van het EU-recht op nationaal recht is dus eigenlijk elke Nederlandse rechter ook in zekere mate een Europese rechter. In de meeste gevallen kan het EU-recht gewoon door de nationale rechter worden toegepast. Mocht er sprake zijn van een conflict of onduidelijkheden, dan kan de nationale rechter het Europese Hof om opheldering vragen. Dit heet een prejudiciële vraag. De nationale rechter schorst in dat geval de procedure en verzoekt het Europese Hof om een prejudiciële beslissing voordat er een einduitspraak kan worden gedaan. Om te zorgen dat het EU-recht uniform wordt toegepast, is de hoogste nationale rechter in bepaalde gevallen zelfs verplicht om een prejudiciële vraag te stellen.

Europese jurisprudentie is dus van grote invloed op de nationale rechtspraktijk en de uitspraken van het Europese Hof van Justitie hebben zodoende ook invloed op de wijze waarop decentrale overheden hun beleid kunnen voeren. Het recht vormt namelijk het kader waarbinnen dat gebeurt.

Europese uitspraken kunnen dus ook effect hebben op de wet- en regelgeving waar decentrale overheden mee te maken hebben. Kan je hier iets meer over uitleggen?

Allereerst is het van belang te realiseren dat het recht in het algemeen, en dus ook het EU-recht, niet statisch is. Het EU-recht is continu in ontwikkeling. Ook bepalingen in oudere EU-verordeningen en richtlijnen moeten door het Europese Hof van Justitie nog regelmatig worden opgehelderd. Niet alleen omdat er bepalingen worden toegevoegd, aangepast of geschrapt, maar ook omdat het Europese Hof van Justitie het EU-recht in rechtszaken uitlegt in steeds nieuwe situaties. Kennis van de voornaamste ontwikkelingen en daarmee de juiste interpretatie van het EU-recht kan van groot belang zijn bij beleidskeuzes.

Een voorbeeld daarvan is de reikwijdte van Europese Dienstenrichtlijn in de zaak Visser Vastgoed. De Dienstenrichtlijn zorgt ervoor dat dienstverleners in de EU zich onbelemmerd in een andere lidstaat kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. De eerste vraag die je altijd moet stellen, is of de Dienstenrichtlijn van toepassing is op een gegeven situatie. Gelden de in de richtlijn vervatte regels wel of niet voor het verlenen van een bepaalde vergunning? In Nederland werd lang aangenomen dat detailhandel niet onder de Dienstenrichtlijn valt. Sinds de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in Visser Vastgoed weten we da dit nu wel het geval is. Deze uitspraak verandert – of bevestigt eigenlijk – het kader waarbinnen met name gemeenten beleid kunnen voeren om te zorgen dat bepaalde detailhandel niet verdwijnt uit het stadscentrum, zoals in deze casus het geval was.

Maar dat niet alleen. Door op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in de jurisprudentie weet je als medewerker van een decentrale overheid ook of bepaalde Europese regels strikter of juist minder strikt moeten worden uitlegt. Dit kan in een concreet geval in je voordeel werken.

Een voorbeeld hiervan op een ander beleidsterrein is het begrip ‘overheidsopdracht’ in de Europese Aanbestedingsrichtlijn. In twee uitspraken, Falk Pharma en Tirkkonen, heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat er géén sprake is van een overheidsopdracht als er geen selectie van inschrijvers plaatsvindt. Dit betekent dat indien er geen selectie is, je ook niet Europees hoeft aan te besteden. Dit zet bijvoorbeeld de deur open voor het open house-model, waarbij een overeenkomst wordt aangegaan met alle aanbieders die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. In Nederland is dit model vooral in het sociaal domein erg populair. Deze uitspraken van het Europese Hof van Justitie geven decentrale overheden meer zekerheid over de rechtmatigheid van zo’n systeem van afspraken. De jurisprudentie op dit gebied kan decentrale overheden dus helpen om de ruimte binnen de Europese regels te zoeken.

Heb je nog tips voor de lezers, vooral voor de niet-juristen, hoe ze het beste op de hoogte kunnen blijven van de laatste Europese jurisprudentie?

Allereerst hoef je als medewerker van een gemeente, provincie of waterschap echt niet alle Europese jurisprudentie iedere dag door te spitten. Niet alle uitspraken uit Europa zijn namelijk direct relevant voor de decentrale praktijk. Maar er is wel een aantal websites die je als Europabewuste medewerker in de gaten kan houden om up-to-date te blijven.

Om te beginnen is er natuurlijk de website van Europa decentraal. Wij berichten in onze nieuwsbrief en op de site regelmatig over belangrijke Europese uitspraken met een decentrale component. Daarnaast publiceren wij elke maand het EUrrest, waar wij een arrest dat relevant is voor decentrale overheden duiden. De website van het Europese Hof van Justitie, CURIA, is het beste startpunt voor het vinden van uitspraken. Ook EUR-Lex bevat naast het Publicatieblad van de EU met alle EU-wetgeving de teksten van uitspraken van het Europese Hof van Justitie. Op de CURIA-website worden nieuwswaardige uitspraken daarnaast ook samengevat en toegelicht in perscommuniqués. Voor Nederlandse uitspraken – met of zonder Europese component – is rechtspraak.nl de voornaamste bron. Ook de aldaar maandelijks gepubliceerde Nieuwsbrief Rechtspraak Europa, waar belangrijke uitspraken op onderwerp worden verzameld, is onmisbaar. Als je deze bronnen regelmatig raadpleegt, dan blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van Europese jurisprudentie.

 

Chris Koedooder is juridisch adviseur bij kenniscentrum Europa decentraal. Hij houdt zich vooral bezig met Europese aanbestedingen, de Dienstenrichtlijn, Regionaal Beleid en Structuurfondsen en Brexit.

 

Door:

Hester Leerdam, Europa decentraal

Meer informatie:

EUrrest, Europa decentraal
Rechtspraak over de toepassing van de Europese Dienstenrichtlijn: Een handleiding voor decentrale overheden, factsheet Europa decentraal
Uitspraak EU-Hof: zonder selectie geen sprake van aanbestedingsplichtige overheidsopdracht, nieuwsbericht Europa decentraal

X