Wat te doen met de EU-begroting na 2020?

Tijdens een publieke hoorzitting, georganiseerd door de budgetcommissie van het Europees Parlement, werd gesproken over de sterke en zwakke kanten van de Europese begroting. De sessie is onderdeel van de voorbereiding op het nieuwe meerjarig financieel kader na 2020. Eurocommissaris Günther Oettinger, verantwoordelijk voor de begroting, schoof aan om een toelichting te geven.

Geen lange termijn strategie

Een belangrijk obstakel, en afwijkend van voorgaande periodes, is het gebrek aan een lange termijn strategie. De Europa 2020 strategie, en daarvoor de Lissabon strategie, gaven richting aan de Europese begroting. Op dit moment worden de discussies over de toekomst van Europa, o.b.v. het in maart 2017 gepresenteerde witboek, volop gevoerd. Het is echter nog onduidelijk welk scenario, en richting, wordt gekozen. Volgens Jan Olbrycht, EP rapporteur inzake begroting, zorgt dat ervoor dat de begroting en de discussies hierover in deze periode meer dan ooit een instrument zijn om breder EU-beleid te beïnvloeden.

Europese Rekenkamer

Tijdens de hoorzitting sprak Mihails Kozlovs, lid van de Europese Rekenkamer, over het briefing paper dat zij hebben opgesteld over de hervorming van het EU budget. “De begroting is gebaseerd op compromissen en ligt voor zeven jaar vast, het geheel is daarom wellicht te rigide.” Kozlovs benadrukt dat bij het plannen van deze nieuwe periode, de EU nog maar net op cruising speed van het huidige programma is. “Het is moeilijk om vooruit te blikken, terwijl de begroting voor zeven jaar vastligt.” Kozlovs merkt tevens op dat er sprake is van een groeiende disproportie tussen de Europese wensen en middelen.

Cohesie heeft ontwikkelingsfunctie

Volgens professor Ákos Kengyel, van Corvinus Universiteit in Boedapest, gaat het bij cohesiebeleid niet enkel over herverdeling van de welvaart tussen Europese regio’s. Cohesiebeleid heeft juist een sterk ontwikkelingscomponent. EU-investeringsbeleid zorgt voor stabiliteit, ontwikkeling en wederzijdse voordelen. Hij pleit er daarom voor dat structuur- en investeringsfondsen een strategische overweging zijn in het komende budget.

Brexit momentum

De onduidelijkheid die er bestaat rondom brexit vormt uiteraard een uitdaging en is van invloed op de toekomst van de Europese begroting. Margit Schratzenstaller, van het Oostenrijks instituut voor economisch onderzoek, benadrukt dat dit brexit-momentum juist ook gebruikt kan worden om een daadwerkelijk hervorming af te dwingen. De structuur van het EU-budget wordt nu opengebroken, en kan dus echt aangepast worden.

Commissaris Oettinger

Commissaris voor begrotings- en personeelszaken Günther Oettinger werkt samen met Commissaris voor regionaal beleid Corina Crețu aan een reflectiepaper over het post 2020 budget. Deze wordt woensdag 28 juni gepresenteerd. Hierin staan een aantal opties ter modernisering van de Europese begroting, denk hierbij aan wijzigingen betreffende zowel het gemeenschappelijk landbouwbeleid als Europese fondsen. Dit reflectiepaper wordt gebruikt om de huidige situatie te analyseren. Volgens Oettinger moet er ‘nieuw’ geld beschikbaar komen, vereenvoudiging is hierbij een belangrijk thema.

Vermindering in budget

“Snijden in traditionele gebieden is onvermijdelijk,” aldus Oettinger. Op het gebied van structuurfondsen, landbouwfondsen, Horizon2020 en de Connecting Europe facility wordt streng gekeken naar de efficiëntie. Er moet duidelijk aangetoond worden wat de Europese toegevoegde waarde van deze programma’s is.

Landbouwbeleid

“Een radicale hervorming van het GLB is vereist, dit is de enige manier om middelen te vinden die nodig zijn ter financiering van nieuwe prioriteiten en wensen,” zo stelt Oettinger. De Commissaris sprak daarnaast over de mogelijkheid om de aanvraag van EU fondsen te koppelen aan landen specifieke aanbevelingen die gemaakt worden in het kader van het Europees semester, of aan structurele hervormingen. Oettinger onderstreept in dit alles het algemeen belang van solidariteit tussen lidstaten.

Tijdlijn

De consequenties van brexit zijn op dit moment nog onvoldoende duidelijk, het grootste probleem ontstaat bij het budget voor 2019. Het voorstel voor het meerjarig financieel kader post-2020 wordt in het voorjaar van 2018 gepresenteerd. Oettinger roept het Europees Parlement nadrukkelijk op om het voorstel, zodra het er is, snel te behandelen in afstemming met de Raad van Ministers. Er mag geen tijd verspild worden, door EP verkiezingen in 2019 en een nieuwe Commissie kan het proces anders te lang stil liggen. Er moet een akkoord bereikt zijn rond mei 2019, het EP en de Raad hebben dus een jaar om het voorstel te behandelen.

Door:

Ilse Buijs, Huis van de Nederlandse Provincies