Wegvervoer wet- en regelgeving

De PSO Verordening en de de-minimisvrijstelling zijn van toepassing op staatssteun aan wegvervoer. Het nieuwe vrijstellingsbesluit DAEB is niet van toepassing op vervoer of vervoersinfrastructuur. De volgende algemene staatssteunregels gelden:

– Art. 93 VWEU, steun coördinatie openbaar vervoer of openbare diensten;
Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV);
Richtsnoeren milieusteun, met uitzondering van vervoersinfrastructuur;
Richtsnoeren redding- en herstructureringssteun;
Kaderregeling staatssteun O&O&I.

1. PSO Verordening

Bij staatssteun aan openbaar personenvervoer over de weg, moeten decentrale overheden kijken of deze steun onder de PSO Verordening kan vallen. De verordening geldt sinds december 2009 en vervangt Verordening 1191/69 en Verordening 1107/70.

Reikwijdte

De verordening is van toepassing op nationaal en internationaal openbaar personenvervoer per spoor en over de weg.

Voorwaarden

Openbaar personenvervoer zijn personenvervoersdiensten van algemeen economisch belang, die permanent en non-discriminatoir aan het publiek worden aangeboden. De verordening stelt voorwaarden waaronder steun verleend kan worden aan uitvoerders van openbare dienstverplichtingen, zoals openbare vervoersbedrijven. Steun hoofdzakelijk bedoeld voor toerisme of de instandhouding van historisch erfgoed is uitgesloten van de verordening.

Rapportage

Steun onder de PSO Verordening hoeft niet aan de Commissie gemeld of kennisgegeven te worden, maar moet worden gerapporteerd aan de Commissie.

2. De-minimisvrijstelling

Vervoerssteun onder de € 100.000,= valt onder de De-minimisvrijstellingsverordening, normaliter ligt de norm op € 200.000,=. Onder de-minimis leest u aan welke voorwaarden hiervoor moet worden voldaan.

Geen melding, kennisgeving of rapportage

De-minimissteun hoeft niet te worden gemeld, ter kennis gegeven of gerapporteerd te worden bij de Commissie.