WRR-rapport: ‘EU moet meer ruimte bieden voor variatie in Europees integratieproces’

De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) heeft op 4 september een rapport uitgebracht, waarin meer autonomie en variatie voor lidstaten van de Europese Unie wordt betoogd op het gebied van beleidsinhoud, besluitvorming en lidmaatschap binnen de Europese Unie (EU). Volgens de WRR zouden de belangen van de lidstaten hierdoor beter gediend kunnen worden en zou de cohesie van de EU worden versterkt.

Convergentie versus divergentie

Europese integratie is volgens de WRR lange tijd een vanzelfsprekend doel geweest binnen de EU, maar die vanzelfsprekendheid is verdwenen. In plaats van integratie zijn de lidstaten zich meer gaan toeleggen op het beschermen van hun eigen belangen en identiteit. Variatie op de norm is bovendien steeds geaccepteerder, zoals het niet meedoen aan de euro of opt-outs zoeken op bepaalde maatregelen. Daardoor wordt verdere integratie tegenwoordig vooral gedreven door de strijd tegen nieuwe problemen in plaats van visie. In het rapport wijst de WRR in dit kader op een historische tweestrijd tussen het idee van een geïntegreerd, uniform en federaal Europa enerzijds en een autonoom en niet-geïntegreerd Europa van natiestaten anderzijds. De WRR pleit er echter voor om variatiemogelijkheden en autonomie niet te zien als een verzwakking van integratie, maar als een middel dat spanningen kan wegnemen en instituties beter kan verbinden.

Beleidsinhoudelijke variatiemogelijkheden

In het rapport spreekt de WRR zich als eerste uit voor meer beleidsinhoudelijke vrijheid voor lidstaten. De WRR merkt echter ook op dat lidstaten in veel gevallen al beleidsinhoudelijke autonomie betreffende de interne markt hebben. Hierbij constateert de WRR dat de EU-wetgever vaak beperkt is tot het maken van minimumvereisten of zichzelf daartoe beperkt, waardoor lidstaten op dit gebied al veel zelf kunnen beslissen. Desondanks stelt de WRR voor om meer te gaan werken met richtlijnen. Daaraan mogen lidstaten namelijk zelf invulling geven. Dit in tegenstelling tot verordeningen, die rechtstreeks toepasbaar zijn binnen de rechtsordes van de lidstaten. Zo worden de variatiemogelijkheden vergroot, aldus de WRR.

Variatiemogelijkheden betreffende besluitvorming

Ook op het gebied van besluitvorming pleit de WRR voor verandering. Het rapport identificeert de huidige dominante vorm van besluitvorming, namelijk communautaire besluitvorming waarbij zowel de lidstaten als de EU-instellingen betrokken zijn, als een samenwerkingsvorm waarbij integratie en uniformiteit de voorkeur krijgen als oplossingen. Dit heeft er echter toe geleid dat veel burgers het gevoel kregen dat ze geen controle meer hadden over het besluitvormingsproces. Politieke bewegingen die zich willen terugtrekken uit de EU kregen de afgelopen jaren dan ook meer steun dan vroeger. Om deze spanning deels weg te nemen, stelt de WRR aan dat intergouvernementele besluitvorming (dat wil zeggen: door de lidstaten), waar EU-instellingen niet aan te pas komen, of flexibele besluitvorming, waarbij lidstaten zelf kunnen beslissen bij welke vormen van verdere integratie, zoals defensie of asielbeleid, ze willen meedoen, een grotere plek moet worden toegekend.

Variatiemogelijkheden betreffende lidmaatschap

Ook met betrekking tot het EU-lidmaatschap pleit de WRR voor een ander perspectief. Zij ziet variatie in lidmaatschap, dus bijvoorbeeld lidmaatschap van de Europese Vrijhandelsassociatie (waar IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein deel van uitmaken) of het hebben van opt-outs, niet als iets dat af doet aan het Europese integratieproject. In plaats daarvan vraagt de WRR zich af hoe het beter kan worden benut voor een betere dynamiek binnen de EU.  De WRR merkt op dat binnen de EU variatie qua lidmaatschap vaak als onwenselijk wordt gezien en enkel als laatste alternatief op volledig lidmaatschap wordt toegepast. De WRR pleit er echter voor om lidmaatschappelijke variatie niet als laatste middel toe te passen. In plaats daarvan zou lidmaatschappelijke variatie vanaf het begin al een optie moeten zijn, indien de verschillen tussen lidstaten simpelweg te groot zijn.

Bron:

Europese variaties, rapport Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

Door:

Maxim Vennegoor en Chris Koedooder, Europa decentraal

Meer informatie:

Gedifferentieerde integratie: verschillende routes in de EU-samenwerking, Adviesraad Internationale Vraagstukken

Witboek over de toekomst van Europa, Europese Commissie

Keuzes voor Europa, Economisch Statistische Berichten