Nieuws

Publicatie: 13 juli 2026

Door:


Het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 vormt de financiële basis voor het Europees beleid vanaf 2028. Momenteel is het dossier nog volop in beweging. In Brussel onderhandelen de lidstaten over de nieuwe meerjarenbegroting, terwijl in de lidstaten al wordt gewerkt aan de invulling van het Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP), ook in Nederland. Sophia Vermaas van KED en Jessie Post, teamleider Europa bij de VNG, houden zich dagelijks met deze ontwikkelingen bezig. In dit interview vertellen zij waar zij aan werken, waarom het MFK van groot belang is voor decentrale overheden en hoe de onderhandelingen er momenteel voor staan.

Waarom is het MFK belangrijk voor decentrale overheden?

Sophia: “Het MFK is de meerjarige begroting van de EU en bepaalt de financiële inzet van de Unie tussen 2028 en 2034. Het MFK is niet alleen een financieel instrument, maar geeft ook richting aan de strategische koers van de EU. Zo draagt het bij aan het aanpakken van uitdagingen waar decentrale overheden mee te maken hebben en biedt het mogelijkheden voor langetermijninvesteringen op onder meer het gebied van klimaat, infrastructuur, de energietransitie en vele andere maatschappelijke opgaven. In het MFK-voorstel wordt een architectuur voorgesteld met 4 pijlers. Eén van de pijlers, namelijk de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen, is heel belangrijk voor decentrale overheden met betrekking tot fondsen.

Een concreet voorbeeld hiervan is het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). In Nederland gaat het om miljarden aan investeringen, waarbij de regionale uitvoering zeer effectief is. Middelen uit het MFK bieden decentrale overheden de mogelijkheid om concrete projecten te realiseren. Zo heeft de gemeente Den Haag dankzij EFRO-financiering het project Slim Strandnet kunnen uitvoeren, dat gericht is op slim energiegebruik. Dit is extra relevant gezien de netcongestie die momenteel een grote rol speelt in Nederland. Europese middelen dragen daarmee ook bij aan het mede oplossen van nationale uitdagingen.”

Jessie: “Het MFK vormt de ruggengraat van het Europees beleid. Er zit een grote wisselwerking tussen het beleid en het geld. Dit hebben Nederlandse gemeenten ook steeds meer door. Je ziet dat in de afgelopen jaren dat Nederlandse gemeenten zich wat meer zijn gaan verdiepen in de EU en de impact van de EU op lokaal niveau. Dit bleek ook al uit het Europeaniseringsonderzoek dat de VNG, samen met IPO, gefinancierd door het Ministerie van BZK, door de Universiteit Utrecht heeft laten uitvoeren. Uit dit onderzoek bleek dat er een stijgende lijn zit in hoeverre gemeenten en provincies Europabewust en Europa actief zijn. Maar hier valt ook nog een wereld in te winnen.”

Het MFK vormt de ruggengraat van het Europees beleid

Jessie vervolgt: “Anders dan 7 jaar geleden denkt een deel van de Nederlandse gemeenten nu actief mee met de VNG in de MFK-onderhandelingen. Gemeenten beseffen steeds vaker dat ze zonder tijdig meepraten weinig invloed hebben op Europese fondsen en beleid, dat ze vervolgens alleen nog uitvoeren. Het leeft dus meer onder gemeenten, maar het blijft ook een heel technisch debat, met veel jargon. Het is super dat KED het dossier goed volgt en ook duiding geeft en analyseert wat er in Brussel gebeurt. Het MFK bepaalt immers de kaders waaruit later programma’s en fondsen volgen die direct relevant zijn voor gemeenten en regio’s. En op vrijwel alle beleidsterreinen wordt Europees beleid uitgevoerd op lokaal niveau. Daarom is het belangrijk dat gemeenten vroegtijdig betrokken zijn bij gesprekken over het nieuwe MFK”.

Hoe zijn jullie dagelijks met de ontwikkelingen rondom het MFK bezig? 

Jessie: “In mijn team zitten de EU-lobbyisten van de VNG. Naast mijn rol als teamleider, ben ik ook coördinator van de MFK-lobby van de VNG. Het MFK-dossier speelt in Den Haag en in Brussel. Op zich geldt dit voor alle Europese lobbydossiers, we kijken als teamaltijd eerst hoe we kunnen meedenken in de Nederlandse standpuntbepaling. Ook bij het MFK-dossiers zitten we primair in Den Haag aan tafel bij de ministeries. Daarnaast kijken we welke punten we aanvullend via onze eigen kanalen in Brussel moeten belobbyen.”

“Bij het MFK ligt er nu een extra focus op Den Haag, omdat de nieuw voorgestelde Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPPs) op Rijksniveau moeten worden ingevuld. Daar gebeurt al veel en zit dus ook veel tijd in. We lezen daarnaast ook met de ministeries mee in met de onderhandelingen in de NRPP-raadswerkgroep in Brussel. We hebben vroegtijdig aangegeven wat wij belangrijk vinden in het NRPP en geborgd dat dat werd meegenomen in de instructieteksten. Dat is voor een deel opgepakt in de Nederlandse inzet. Inmiddels zijn we in een fase dat er al veel zaken zijn vastgeklikt en dat de focus wat meer verschuift naar het Europees Parlement voor ons. Het helpt ons namelijk als er vanuit het Europees Parlement extra waarborgen voor lokale betrokkenheid worden ingebouwd of als er oormerken komen voor fondsen die voor gemeenten belangrijk zijn. We kijken dus of we via Brussel nog zaken extra goed kunnen regelen, zodat Nederland zich daar vervolgens ook aan moet houden. Dat is eigenlijk een soort vangnet. Daarnaast zijn we actief in het Comité van de Regio’s en binnen de Europese koepel Council of European Municipalities and Regions. Mijn team ondersteunt ook gemeentelijke bestuurders die in deze gremia actief zijn. Dat zijn ook belangrijke kanalen om onze boodschappen onder de aandacht te brengen. Het Comité van de Regio’s werkt bovendien nauw samen met het Europees Parlement; in de MFK-onderhandelingen zitten ze erg op één lijn.”

Sophia: “Er is momenteel veel gaande rondom het MFK. Lidstaten richten zich nu volledig op de onderhandeling van de verschillende pijlers, de omvang van het budget, en het eigen middelen besluit. Sommige delen gaan wat sneller dan anderen. Zo lijkt een akkoord op het Europees Concurrentiefonds binnen bereik, terwijl het nog langer kan gaan duren voor de NRPP’s. Dit komt ook door de politieke gevoeligheden die eraan vastzitten.

Er komt veel informatie op ons af, maar die is gelukkig goed te vinden via de websites van Europese instellingen en bronnen zoals Politico, een Europese website die de voortgang van de onderhandelingen volgt. Via dagelijkse updates houd ik de stand van zaken bij en kan ik die duiden. KED richt zich daarbij op Europese ontwikkelingen en gebruikt deze bronnen om het MFK zo begrijpelijk mogelijk te maken voor onze lezers.”

De NRPP’s gaan veel betekenen voor de toekomstige uitvoering van Europese fondsen. Wat zijn deze plannen en waarom zijn ze zo belangrijk?

Sophia: “Onder de NRPP’s worden 14 bestaande Europese investeringsfondsen, waaronder het EFRO-fonds maar ook het Europees Sociaal Fonds, gebundeld. Lidstaten zijn zelf verantwoordelijk om een plan om te stellen, wat ze in samenwerking moeten doen met decentrale overheden, op basis van het partnerschapsbeginsel. In deze plannen staan straks precies waar Nederland prioriteit aan geeft en hoe het beschikbare budget wordt verdeeld over de voormalige fondsen. De NRPP’s zijn dus ook bepalend voor de uitvoering van Europees beleid op gebied van economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw, visserij en maritiem beleid en welvaart en veiligheid.”

Jessie: “Zoals Sophia al zei, is er een nieuwe voorgestelde architectuur van vier pijlers. Eén belangrijk pijler daarbinnen is het NRPP. Daar gaan veel van de traditionele fondsen die belangrijk zijn voor gemeenten onder vallen. Het Europese Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, maar ook landbouw- en plattelandsontwikkeling fondsen, waaronder LEADER, komen er straks onder te vallen. Ook AMIF, een fonds dat sommige gemeenten gebruiken om integratie van statushouders mede mee te financieren, gaat er onder vallen. Dat komt straks allemaal samen in één grote nationale envelop. We zijn nu samen met de ministeries dat eerste Nationaal en Regionaal PartnerschapsPlan aan het bouwen. De woorden regionaal en partnerschap zijn daarin heel belangrijk voor ons. Eigenlijk zit in de titel namelijk al besloten dat je dit samen moet doen met alle medeoverheden.”

Eigenlijk zit in de titel namelijk al besloten dat je dit samen moet doen met alle medeoverheden.

Welke rol speelt de VNG in de totstandkoming van de NRPP’s?

Jessie: “Medeoverheden kijken erg kritisch terug op het Herstel- en Veerkrachtplan, oftewel het coronaherstelfonds. Dat fonds kende een vergelijkbare systematiek als het nu voorgestelde NRPP. Nederland had daarin ook een bepalende rol in het besteden van de Europese middelen. Daarbij zijn wij als medeoverheden slecht geconsulteerd. Je zag daardoor wel dat er in de uitvoering onvoldoende aansluiting was met de lokale praktijk en lokale behoeften – in andere landen is het beschikbare geld veel efficiënter besteed.”

“Met die ervaring in ons achterhoofd is de VNG heel proactief en vroegtijdig in contact getreden met het Rijk. We hebben gezegd: laten we het nu anders doen en vanaf het begin in partnerschap samenwerken. Sinds december zitten we daarom in een interdepartementale werkgroep, samen met het IPO en de Unie van Waterschappen. In die werkgroep geven we gezamenlijk vorm aan het plan. Dat is een ambtelijke werkgroep, maar inmiddels is er ook overleg op directeurenniveau waar onze directeur Pieter Jeroense aan deelneemt.”

Jessie voegt toe: “Op dit moment zijn we bezig met de vraag hoe we zorgen voor breed gedragen politiek mandaat, ook op bestuurlijk niveau. Voorafgaand aan dat er besluitvorming over middelenverdeling plaatsvindt in de ministerraad, zoeken we naar een moment waarop medeoverheden kunnen instemmen of juist aandachtspunten kunnen meegeven. Dat is een uitdaging, omdat wij vanzelfsprekend geen onderdeel uitmaken van de ministerraad. Daarom werken we gaandeweg met elkaar uit hoe we die gelijkwaardige samenwerking kunnen organiseren.

Je bent voortdurend samen een puzzel aan het leggen, terwijl er steeds nieuwe informatie beschikbaar komt. Ook de Europese Commissie is nog zoekende: zij heeft in juli 2025 de voorstellen gepubliceerd, maar krijgt vanuit de lidstaten voortdurend vragen over hoe onderdelen van de verordeningen precies moeten worden uitgewerkt. Omdat alles zo in beweging is, is het extra belangrijk om in elke stap te bewaken dat de betrokkenheid van medeoverheden goed is geregeld en ervoor te zorgen dat het uiteindelijke plan goed aansluit bij lokale en regionale behoeften en agenda’s. Bij iedere stap moet je, ondanks de welwillendheid van alle betrokkenen, scherp blijven. Je merkt namelijk dat we elkaar als medeoverheden en rijksoverheid soms nog onvoldoende kennen. Daarom is het ook belangrijk om steeds opnieuw uit te leggen hoe en waarom we dit samen moeten vormgeven.”

We hebben al snel geconcludeerd dat we op dit complexe dossier als medeoverheden heel goed samen op moeten trekken

Jessie onderstreept de nauwe samenwerking met het IPO en UvW. “We hebben al snel geconcludeerd dat we op dit complexe dossier als medeoverheden heel goed samen op moeten trekken. De samenwerking gaat heel goed, omdat we juist op randvoorwaarden, zoals uitvoerbaarheid van het plan en voorspelbaarheid van fondsen, erg op een lijn zitten. We hebben soms wel verschillende ideeën over hoe uiteindelijk de middelen moeten worden verdeeld, maar dat is pas voor de volgende fase. En ook dan blijven we elkaar goed vinden en informeren.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat complexe discussies rondom het MFK duidelijk en behapbaar worden voor decentrale overheden? En hoe vullen KED en de VNG elkaar aan in deze discussies en ontwikkelingen?

Sophia: “Als aanvulling op wat de VNG doet binnen het MFK-dossier is een belangrijk onderdeel van mijn werk om ervoor te zorgen dat alle complexe termen en ontwikkelingen begrijpelijk worden gemaakt. Ik leg daarbij uit wat belangrijke begrippen betekenen, hoe het MFK in elkaar zit en hoe de Europese besluitvorming werkt. Begrippen zoals het NRPP zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend. Door uit te leggen wat deze concepten betekenen kunnen decentrale overheden beter volgens wat er gebeurt, en wanneer zij concreet input kunnen leveren. Een belangrijk onderdeel van mijn werk is daarnaast om steeds opnieuw het onderscheid te maken tussen dossiers binnen het MFK die wel of niet relevant zijn voor decentrale overheden.”

Dat is niet altijd eenvoudig, zegt Sophia. “Juist omdat, zoals Jessie aangaf, steeds meer onderdelen de decentrale praktijk raken. Tegelijkertijd zijn er ook onderdelen die minder relevant zijn. Zo gaat pijler 4 vooral over de administratieve lasten van de EU, dit is voor individuele decentrale overheden minder relevant en kan dus buiten beschouwing blijven. Op die manier probeer ik een duidelijk en overzichtelijk verhaal te maken, ondanks de voortdurende stroom aan nieuwe informatie. “

Jessie: “De VNG heeft haar inzet zo georganiseerd dat gemeenten zich in deze fase niet dagelijks met het dossier hoeven bezig te houden maar wel goed op de hoogte kunnen blijven. Daarvoor is onder meer een gemeentelijke klankbordgroep MFK opgericht. Na een open oproep aan gemeenten is een groep van ongeveer dertig actieve gemeenten gevormd. Maandelijks bespreekt de VNG met de leden van de klankbordgroep over de ontwikkelingen in Brussel en Den Haag, waarna gemeenten hun signalen uit de praktijk delen en actief meedenken over de lobbystrategie. Leden brengen waardevolle kennis en ervaring mee vanuit hun gemeente, Europese netwerken of werkzaamheden in Brussel namens hun gemeente. Op die manier bundelen we onze kennis en netwerken.”

Jessie benadrukt hierin ook de ervaring van gemeenten met Europese fondsen. “Zij kunnen aangeven hoe projecten in de praktijk worden gebruikt en voorbeelden aandragen die onze lobby versterken. Die praktijkervaring is voor ons van grote waarde. Deze samenwerking zorgt er bovendien voor dat er draagvlak ontstaat voor de inzet van de VNG. Formeel gebeurt dat via de bestuurlijke commissies en het VNG-bestuur, maar juist voor de dagelijkse werkzaamheden is deze ambtelijke klankbordgroep heel waardevol.”

Gemeenten kunnen aangeven hoe projecten in de praktijk worden gebruikt en voorbeelden aandragen die onze lobby versterken

“Daarnaast hebben we ook een bestuurlijke portefeuillehouder voor het MFK, Ellen van Selm, burgemeester van Purmerend, die lid is van de VNG-commissie Europa en Internationaal. Zij maakt ook deel uit van de Nederlandse delegatie naar het Comité van de Regio’s. Vanuit die rol voert zij gesprekken over de MFK-ontwikkelingen en VNG-inzet, zowel in Brussel als in Den Haag.”

“Kortom, we doen ons best om de achterban van de VNG goed mee te nemen in de ontwikkelingen rondom het MFK. Tegelijkertijd is het voor de VNG ook heel waardevol wat KED doet. Het nauwgezet volgen van Europese instellingen kost veel tijd, terwijl wij tegelijkertijd ook intensief betrokken zijn bij alles wat zich in Nederland afspeelt. Daarom ervaar ik het werk van KED als een belangrijke aanvulling en als een goed voorbeeld van hoe we de werkzaamheden en expertises elkaar aanvullen.”

Zien jullie spanning tussen Europese prioriteiten en nationale behoeften?

Jessie: “Voorafgaand aan de Europese Raad van 18 en 19 juni is de eerste Negotation Box (red. onderhandelingsbox) gepresenteerd. Daarin deed het voorzitterschap van de Raad van de EU voor het eerst een tegen voorstel met cijfers over de omvang van het MFK en de verdeling van de middelen over de verschillende pijlers. De Nederlands rijksoverheid heeft daar zeer negatief op gereageerd. Minister Eelco Heinen noemde het voorstel zelfs een ‘no-go box’. Volgens het kabinet is het voorgestelde budget te groot en liggen de prioriteiten verkeerd. Het voorstel gaat uit van een aanzienlijk hoger budget dan de Europese Commissie oorspronkelijk had voorgesteld.”

“Daar zit voor ons wel een spanning. De inzet van het Rijk is sterk of zelfs primair gericht op een kleinere Nederlandse afdracht. Als gemeenten hebben wij vanaf het begin juist benadrukt dat ook Nederlandse regio’s en gemeenten veel halen uit Europese fondsen. Deze zijn essentieel voor investeringen in onder meer de groene, sociale en digitale transities. Daarom vinden wij het cruciaal dat er ook voldoende (cohesie)middelen beschikbaar blijven voor Nederland. Zeven jaar geleden was de inzet van het rijk dezelfde en toen kregen we sterk de indruk dat het de Nederlandse onderhandelingspositie op allerlei inhoudelijke dossiers bemoeilijkte. In gesprek met EU-instellingen kregen Nederlandse gemeentelijke en provinciale bestuurders soms geen goede inhoudelijke stok tussen de deur omdat Nederlandse rijksoverheid de deur al dicht had gedaan.”

Voor ons is het cruciaal dat cohesiebeleid beschikbaar blijft voor alle regio’s

“Met betrekking tot het cohesiebeleid zitten we dit keer beter op één lijn met de rijksoverheid. Al vóór de MFK-voorstellen lukte het om samen met het IPO en de rijksoverheid, een gezamenlijk visiedocument op te stellen over de toekomst van het cohesiebeleid. Dat vormt nu nog steeds de basis voor onze gesprekken met het Rijk. Voor ons is het cruciaal dat cohesiebeleid beschikbaar blijft voor alle regio’s, zodat ook Nederland van deze middelen gebruik kan blijven maken – dat is gelukkig ook geland in de visiepaper. In het algemeen zijn we veel beter met elkaar in gesprek als rijk en decentrale overheden dan zeven jaar geleden en is er meer ruimte om de verschillen bespreekbaar te maken.”

Sophia: “Zoals Jessie aangeeft neemt Nederland een terughoudende budgettaire positie in, maar dat is ook in vergelijking met de inzet van het Europees Parlement en het Comité van de Regio’s. Beide instellingen pleiten voor meer budget dan is voorgesteld door de Commissie, o.a. op het sociale domein. Het Comité is verder sinds het uitkomen van de voorstellen een warm pleitbezorger van het stevig waarborgen van de rol van regio’s in gemeenten in de NRPP’s, in lijn met hun focus en bevoegdheden.”

Nederland is overigens niet de enige lidstaat die een dergelijke positie in neemt, zegt Sophia. “Er bestaan op Europees niveau twee kampen, enerzijds een groep landen die pleit voor een korting op hun afdracht op het budget en een kleiner MFK, en anderzijds landen die pleiten voor een groter budget. Het Nederlandse kabinet ziet overigens wel graag meer ruimte voor beleidsterreinen zoals defensie, innovatie, concurrentiekracht en migratie. Nederland wil hiermee een iets gebalanceerder budget ten opzichte van het voorstel van de Commissie en de Negotiation box, waarbij besparingen gevonden moeten worden in de pijler van Nationale en Regionale partnerschapsplannen, zoals ze dat ook stellen in de recente Kamerbrief.”

Jessie: “Ook de VNG vindt het belangrijk dat de EU zich richt op concurrerender worden. Daar hebben gemeenten en hun partners ook direct belang bij, evenals alle inwoners. Zeker steden en regio’s zijn ook belangrijke partners in het concurrerender maken van Europa – dus we volgen ook pijler 2, het Europees Concurrentievermogen fonds, met belangstelling. Maar meer budget voor het Europees Concurrentiefonds mag niet ten koste gaan van het NRPP, waarin al flink gekort is, waardoor huidige fondsen al erg onder druk staan terwijl ze van onverminderd groot belang zijn.”

Wanneer is de inzet van de VNG en KED in de totstandkoming van de NRPP’s/ontwikkelingen rondom het MFK voltooid?

Sophia: “Voor mij verandert het werk zodra het MFK is vastgesteld en, hopelijk vanaf 2028, daadwerkelijk van start gaat. Op dat moment zijn de onderhandelingen en de totstandkoming van het MFK afgerond en verschuift mijn focus van het volgen van de onderhandelingen naar de uitvoering. Dan ligt de nadruk niet langer op het signaleren van ontwikkelingen in het MFK-onderhandelingsproces, maar op het informeren over wat de nieuwe afspraken concreet betekenen en hoe deze in de praktijk worden uitgevoerd. Dat betekent niet dat het MFK volledig uit beeld verdwijnt, want uiteindelijk vloeit veel Europees beleid eruit voort zoals eerder gesteld. Wel zal de berichtgeving over het MFK zelf afnemen. Het is dan geen actueel onderhandelingsdossier meer en de aandacht verschuift naar de uitvoering en naar concrete beleidsvoorstellen die uit het MFK voortkomen.”

Dat betekent niet dat het MFK volledig uit beeld verdwijnt, want uiteindelijk vloeit veel Europees beleid eruit voort zoals eerder gesteld.

Jessie: “Voor mij geldt in principe dezelfde tijdslijn. De reële verwachting is dat de onderhandelingen nog tot eind 2027 doorlopen. Vanuit de Europese Raad zijn er wel geluiden dat men dit jaar al tot een akkoord wil komen, maar de mensen die zich hier dagelijks mee bezighouden achten deze kans klein. Daarom gaan we er vooralsnog vanuit dat de onderhandelingen nog wel even bezig zijn.”

De aandacht verschuift daarna dan ook bij de VNG  naar de implementatie, volgens Jessie. “In algemene zin geldt voor mijn team dat wij betrokken zijn tot het moment waarop wetgeving over gaat in de implementatiefase. We zorgen dan voor een warme overdracht naar onze inhoudelijke beleidscollega’s. Voor het NRPP moet dit nog worden uitgedacht. Omdat dit een nieuw instrument is, is het nog niet duidelijk hoe de verantwoordelijkheden binnen de VNG na de onderhandelingsfase worden belegd. Mogelijk blijven wij betrokken bij de monitoring van het nationale plan, maar het kan ook dat deze taak uiteindelijk bij een ander teamkomt te liggen.  Hoe we de overgang van dit Europese onderhandelingstraject naar de nationale uitvoering organiseren, moeten we nog uitwerken.”

Ze lacht: “Soms denk ik, wat ga ik na 2027 eigenlijk doen?. Naast de coördinatie van het MFK houd ik me ook met veel andere onderwerpen bezig, maar op dit moment neemt het MFK zo’n groot deel van mijn werk in beslag dat het lastig voor te stellen is dat dat straks minder wordt. Tegelijkertijd maak ik me daar geen zorgen over, want er dienen zich altijd weer nieuwe Europese ontwikkelingen aan.”