Commissie tegen Spanje (autosnelweg A-6)

HvJ-EU, 22 april 2010. Zaak C-423/07. In deze zaak gaat het om de procedures bij het geven van een concessieopdracht. Volgens het Hof bestaat er in de procedurele eisen voor de aankondiging van een aanbesteding geen verschil tussen een concessieovereenkomst voor openbare werken en een overeenkomst met dezelfde kenmerken als overheidsopdracht voor de uitvoering van werken, met uitzondering van de te leveren tegenprestatie van de aanbestedende dienst.

De zaak

Het ging om de gunning van een concessie voor de aanleg, het onderhoud en de exploitatie van twee trajecten op de autosnelweg A-6 in Spanje. De autosnelweg is één van de belangrijkste en meest gebruikte verkeersaders van Spanje. Hij verbindt de stad Madrid met de stad La Coruña en is de hoofdweg die het centrum met het noorden en het noordwesten van Spanje verbindt.

Fileproblemen

De twee trajecten van de autosnelweg waren al lang gekenmerkt door zeer druk verkeer en door ernstige fileproblemen. Sinds 1968 werd het traject met tol van de autosnelweg A-6 op basis van een concessie geëxploiteerd door de vennootschap Ibérica de Autopistas SA. Deze concessie was verleend tot 29 januari 2018.

Hof

Het Hof oordeelde dat Spanje de verplichtingen uit Richtlijn 93/37/EEG niet was nagekomen bij de gunning van een concessie van de aanleg van een aantal specifiek genoemde delen van de snelweg (r.o. 83). Deze delen van de snelweg waren niet opgenomen in het bestek van de in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte aankondiging. Ze werden later wel in het kader van dezelfde concessie gegund aan Ibérica de Autopistas SA. Het Hof acht dit in strijd met de richtlijn en ook met de beginselen van non-discriminatie en gelijke behandeling.

X