Nieuws

Publicatie: 22 juni 2026

Door:


Het European Migration Network (EMN) is een EU-netwerk dat informatie en analyses verzamelt over migratie- en asielbeleid in de lidstaten. In een nieuw onderzoek wordt gekeken naar hoe 22 lidstaten en observerende landen hun opvangsystemen hebben ingericht voor asielzoekers gedurende de behandeling van hun aanvraag. Daarbij wordt onder meer onderzocht in hoeverre alternatieven voor opvang in natura worden toegepast. Het rapport is ook relevant voor decentrale overheden, omdat gemeenten een belangrijke rol spelen in de opvang van asielzoekers en de huisvesting van statushouders.

Financiële toelagen binnen de opvangsystemen

Het rapport richt zich op alternatieven voor zogeheten ‘huisvesting in natura’, waarbij asielzoekers niet direct in een opvanglocatie worden geplaatst, maar bijvoorbeeld een financiële toelage of andere ondersteuning ontvangen om zelf in huisvesting te voorzien. Dit vergroot de flexibiliteit en autonomie van aanvragers en kan bijdragen aan een soepelere integratie, doordat zij eerder deelnemen aan het lokale maatschappelijke leven en lokale voorzieningen zoals onderwijs, werk, verenigingsleven en buurtactiviteiten.

Deze vormen van opvang zijn toegestaan binnen de Europese opvangregels en worden bevestigd in de herziene Opvangrichtlijn (Richtlijn (EU) 2024/1346), die onderdeel is van het bredere Europese Migratiepact. Deze richtlijn geeft lidstaten de ruimte om materiële opvang op verschillende manieren te organiseren, bijvoorbeeld in natura, via financiële vergoedingen of waardebonnen. Wel geldt altijd de voorwaarde dat een waardige levensstandaard wordt gewaarborgd, die de fysieke en mentale gezondheid van asielzoekers beschermt.

Dit vergroot de flexibiliteit en autonomie van aanvragers en kan bijdragen aan een soepelere integratie.

Uitvoering en belangrijkste bevindingen

Vijf EMN-lidstaten geven aan financiële toelagen in te zetten als alternatief voor opvang in natura. De criteria voor het ontvangen van een financiële toelage verschillen daarbij sterk. Oostenrijk en Polen hanteren structurele regelingen waarbij financiële ondersteuning voor huisvesting een vast onderdeel vormt van het nationale opvangsysteem. Asielzoekers kunnen daar bijvoorbeeld kiezen tussen verblijf in een opvanglocatie of het zelfstandig regelen van huisvesting met behulp van een toelage. Cyprus, Frankrijk en Ierland passen dergelijke regelingen vooral toe wanneer de opvangcapaciteit onder druk staat. Duitsland maakt daarnaast in uitzonderlijke gevallen gebruik van financiële ondersteuning, afhankelijk van individuele behoeften en de beoordeling door de deelstaten.

De hoogte van de toelagen verschilt per land en wordt nationaal of lokaal vastgesteld op basis van woonkosten en individuele omstandigheden. Basisvoorzieningen, zoals juridische hulp, gezondheidszorg en psychologische ondersteuning, blijven in alle systemen beschikbaar, al verschilt de organisatie daarvan. Ook de monitoring loopt uiteen: sommige landen werken met centrale registraties en periodieke controles, terwijl andere vooral vertrouwen op meldplichten van aanvragers of toezicht door lokale autoriteiten.

Nederlands beleid

Nederland biedt momenteel (nog) geen financiële toelagen aan asielzoekers om zelfstandig hun huisvesting te bekostigen. De nationale strategie blijft gebaseerd op opvang in natura; na aanmelding in Ter Apel worden asielzoekers gehuisvest in locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Hoewel de herziene Regeling verstrekking asielzoekers (Rva 2005) (ter implementatie van de Europese Richtlijn 2024/1346) de juridische ruimte biedt voor verstrekkingen in de vorm van geld of vouchers, wordt dit in de praktijk enkel als aanvullend leefgeld ingezet. Wel biedt het COA bewoners soms de mogelijkheid om buiten de opvang te verblijven met behoud van hun verstrekkingen en verzekeringen, maar deze specifieke vormen vielen buiten de reikwijdte van het EMN-onderzoek.

Decentrale relevantie

Het EMN-onderzoek is relevant voor decentrale overheden omdat het lokale opvangsysteem in Nederland onder grote druk staat. Door een tekort aan reguliere plekken (onder andere veroorzaakt door de stagnerende doorstroom van statushouders van azc’s naar gemeentelijke woningen en trage IND-procedures) moeten lokale overheden en veiligheidsregio’s steeds vaker bijspringen met crisisnoodopvang. Dit onderscheidt zich van reguliere noodopvang doordat de verantwoordelijkheid voor deze zeer kortdurende crisisopvang direct bij gemeenten ligt wanneer het COA-systeem uitgeput is.

Zo waren er in april 2026 naast de 110 reguliere azc’s al 202 noodopvanglocaties in gebruik. De Europese voorbeelden van financiële toelagen dienen als inspiratie voor gemeenten om de opvang flexibeler in te richten. Dergelijke alternatieven kunnen de druk op lokale (crisis)opvanglocaties verlichten. Daarnaast kunnen zij bijdragen aan een soepelere integratie na vergunningverlening, doordat asielzoekers al tijdens de opvangfase meer autonomie en zelfredzaamheid ontwikkelen binnen de lokale gemeenschap.

Het EMN-onderzoek is relevant voor decentrale overheden omdat het lokale opvangsysteem in Nederland onder grote druk staat.

Bronnen:

Alternatieven voor het aanbieden van huisvesting aan asielaanvragers, EMN
Directive – 2013/33 – EN – Reception Conditions Directive – EUR-Lex, Europese Unie
EMN inform examines alternatives to providing housing in-kind for applicants for international protection, EMN
Onderzoek: ‘Alternatives to providing housing in kind for applicants for international protection’ | EMN Nederland – Europees Migratienetwerk Nederland, EMN
Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 – BWBR0017959, Nederlandse overheid
Richtlijn – EU – 2024/1346 – EN – EUR-Lex, Europese Unie
Verordening – EU – 2024/1348 – EN – EUR-Lex, Europese Unie