Op 30 september 2025 trok de Raad van de Europese Unie (de Raad) conclusies over de EU-strategie voor startups en scale-ups. Met deze strategie wil de EU haar innovatiekracht versterken en duurzame groei stimuleren. Voor provincies, gemeenten en regionale ontwikkelingsmaatschappijen (hierna ROM’s) opent dit nieuwe mogelijkheden lokale innovatie-ecosystemen te versterken.
De nieuwe koers kan decentrale overheden direct raken. Innovatie ontstaat vaak juist op regionaal niveau, waar provincies, gemeenten en ROM’s ondernemerschap stimuleren en kennis en praktijk verbinden. De Europese koers biedt kansen regionale initiatieven te versterken en beter aan te sluiten op Europese programma’s en financieringsinstrumenten.
Versterking van regionale innovatie-ecosystemen
Sterke regionale innovatie-ecosystemen zijn volgens de Raad een basisvoorwaarde voor succesvolle startups en scale-ups. Universiteiten, hogescholen en ROM’s spelen hierin een centrale rol. Zij verbinden kennis, ondernemerschap en maatschappelijke toepassingen.
Ook vanuit regionaal perspectief vraagt dit om gerichte actie. Provincies, gemeenten en ROM’s hebben de capaciteit om ecosystemen te versterken door te investeren in onderzoeksfaciliteiten, innovatiecampussen en fieldlabs. Als deze initiatieven worden gekoppeld aan Europese programma’s zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), Interreg en Horizon Europe, kunnen middelen en strategieën beter op elkaar worden afgestemd. Hierdoor ontstaat meer samenhang en financiële slagkracht.
Samenwerking tussen onderwijs en ondernemerschap
Innovatie begint niet alleen in laboratoria, maar ook in het klaslokaal. De Raad pleit ervoor ondernemerschap structureel in het onderwijs te verankeren, zodat opleidingen beter aansluiten bij de praktijk en studenten bijdragen aan vernieuwing in hun regio.
Gemeenten, provincies en ROM’s hebben de mogelijkheid samen met regionale Opleidingscentra (ROC’s), hogescholen en kennisinstellingen praktijkprogramma’s op te zetten waarin studenten, onderzoekers en ondernemers samenwerken aan regionale vraagstukken.
EU-programma’s zoals Horizon Europe, Erasmus+ en ESF+ bieden hiervoor steun. Ze sluiten aan bij Nederlandse trajecten zoals Leven Lang Ontwikkelen. Door onderwijs en ondernemerschap structureel te verbinden, versterken regio’s hun innovatiekracht en benutten zij talent beter binnen de lokale economie.
Toegang tot infrastructuur en kennisdeling
Om innovatie te versnellen wil de Raad een Europees Charter of Access opzetten. Dit is een afsprakenkader dat het delen van onderzoeksfaciliteiten tussen landen en instellingen moet vereenvoudigen. Dit moet startups en scale-ups eenvoudiger toegang geven tot onderzoeks- en testfaciliteiten in heel Europa en het gebruik van bestaande infrastructuren beter spreiden.
Voor regio’s ontstaan hiermee tastbare kansen. Gemeenten, provincies en kennisregio’s kunnen hun voorzieningen openstellen en verbinden met Europese initiatieven. Investeringen in campussen, fieldlabs en innovatiehubs maken samenwerking mogelijk tussen ondernemers, onderzoekers en publieke partners.
Ook Europese fondsen als EFRO, Interreg en Horizon Europe maken cofinanciering mogelijk. Door actief gebruik te maken van deze instrumenten hebben regio’s het vermogen hun innovatiecapaciteit te vergroten en zich sterker te positioneren binnen het Europese innovatiebeleid.
Regionale hubs en netwerken
Grenzen vervagen in de Europese innovatieruimte. De Raad wil de samenwerking tussen innovatiehubs versterken om kennisuitwisseling en synergie te bevorderen. Door regionale ecosystemen beter te verbinden, kan de Unie innovatiekracht spreiden en grensoverschrijdende samenwerking stimuleren.
Actieve deelname aan Europese netwerken versterkt niet alleen het regionale ecosysteem, maar ook de gezamenlijke innovatiekracht van de EU.
Voor Nederlandse regio’s, vooral in grensgebieden zoals Zuid-Limburg, Twente en Brabant, biedt dit nieuwe kansen. Zij kunnen bestaande structuren verder ontwikkelen en zichtbaarder worden binnen Europese netwerken. Deelname aan initiatieven als Startup Europe, de European Startup Nations Alliance (ESNA) en EUREKA vergroot de toegang tot internationale partners, investeerders en kennisstromen.
Talent, vaardigheden en diversiteit
Voor decentrale overheden betekent dit bovenal dat investeringen in scholing, loopbaanontwikkeling en kennisuitwisseling een regionale focus moeten hebben. Provincies, gemeenten en kennisinstellingen hebben de bekwaamheid samen programma’s te ontwikkelen die de aansluiting verbeteren tussen onderwijs, arbeidsmarkt en ondernemerschap.
Europese fondsen zoals ESF+ en Horizon Europe kunnen deze initiatieven ondersteunen, zolang zij bijdragen aan vaardigheden die relevant zijn voor innovatie en regionale groei. Door gericht te investeren in talent en diversiteit versterken regio’s hun concurrentiekracht en borgen zij duurzame innovatie op lokaal niveau.
Financiering en toegang tot kapitaal
Toegang tot kapitaal blijft bepalend voor economische groei. De Raad onderstreept dat voldoende toegang tot financiering essentieel is voor het succes van Europese startups en scale-ups. Met een Europees Scaleup Fund en een centraal financieringsplatform wil de Unie de stap van innovatie naar markttoepassing versnellen en de kloof tussen onderzoek, ontwikkeling en commerciële groei verkleinen.
Voor decentrale overheden liggen hier duidelijke kansen. Provincies, gemeenten en ROM’s hebben de mogelijkheid hun investeringsinstrumenten te koppelen aan Europese fondsen zoals InvestEU, het Europees Innovatie- en Technologie-instituut (EIT) en de Europese Innovatieraad (EIC).
Via cofinanciering en samenwerking met private partijen versterken regio’s ondernemerschap in een vroeg stadium. Een samenhangend financieel ecosysteem op regionaal niveau helpt om innovatie duurzaam te verankeren in de lokale economie en aansluiting te vinden bij het bredere Europese kapitaalnetwerk.
Beleidsmatige impact en experimenteerruimte
Innovatie vraagt om samenhang tussen Europees, nationaal en regionaal beleid. Die afstemming is volgens de Raad essentieel om vernieuwing effectief te stimuleren. Tegelijk pleit de Raad voor ruimte om lokaal te experimenteren, onder meer via zogenoemde regulatory sandboxes waarin nieuwe technologieën en regelgeving in de praktijk kunnen worden getest.
Op deze manier ontstaat een lerend beleidskader waarin lokale innovatie-ervaringen de Europese aanpak versterken.
Voor decentrale overheden biedt dit ruimte om innovatiebeleid te koppelen aan lokale experimenten op het gebied van digitalisering, energie, stedelijke ontwikkeling en mobiliteit. Gemeenten en provincies beschikken over de mogelijkheid beleid en uitvoering beter te integreren en innovatieve werkwijzen te ontwikkelen die later kunnen worden opgeschaald of gedeeld binnen Europese netwerken.
Conclusie: van Europese koers naar regionale impact
De Raadsconclusies markeren een duidelijke koers: innovatie, ondernemerschap en kennisdeling worden structurele pijlers van het Europese industrie- en groeibeleid. Voor decentrale overheden biedt dit nieuwe kansen om regionale innovatie te versterken en nauwer te verbinden met Europese programma’s.
Door te investeren in kennisecosystemen, onderwijs, ondernemerschap, infrastructuur, talentontwikkeling en toegang tot kapitaal kunnen provincies, gemeenten en ROM’s een sleutelrol spelen in de uitvoering van de Europese strategie.
De kernuitdaging blijft om lokale initiatieven actief te verbinden met Europese kaders. Zo profiteren regionale innovaties niet alleen van Europese middelen, maar leveren ze ook zichtbaar resultaat op in de eigen provincie, stad of regio.
Bronnen
- The importance of research and innovation for the EU Startup and Scaleup Strategy – De Raad van de Europese Unie
- Raad steunt onderzoek en innovatie voor start-ups en scale-ups – De Raad van de Europese Unie