De Europese Commissie heeft een openbare raadpleging gelanceerd. Regionale en lokale overheden, burgers, bedrijven en andere belanghebbenden, zoals landbouwers, vissers, bosbouwers en jagers, kunnen hun advies, mening en zorgen delen over de uitvoering van de Vogelrichtlijn (2009/147/EG) en Habitatrichtlijn (94/43/EEG). De Commissie is specifiek geïnteresseerd in hoe de administratieve lasten voor de belanghebbenden kunnen worden verminderd en hoe de doelstellingen van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn (kosten)efficiënter kunnen worden gerealiseerd.
De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn
De Vogelrichtlijn beschermt samen met de Habitatrichtlijn vogels die in Europa in het wild voorkomen. Lidstaten moeten speciale beschermingszones aanwijzen voor de vogelsoorten die worden genoemd in de bijlage I van de Vogelrichtlijn en voor andere geregeld voorkomende trekvogels. Deze speciale beschermingszones maken deel uit van het Natura 2000-netwerk.
De Habitatrichtlijn gaat verder dan de bescherming van de leefgebieden van vogels. De Habitatrichtlijn beschermt zeldzame, kwetsbare en karakteristieke dieren- en plantensoorten. Lidstaten moeten speciale beschermingszones aanwijzen voor de plant- en diersoorten en hun habitat als die zijn aangewezen in Bijlage I en II van de Habitatrichtlijn. Ook deze speciale beschermingszones maken deel uit van het Natura 2000-netwerk.
Meer informatie over Natura 2000-gebieden is te vinden op onze websitepagina.
Decentrale relevantie
Deze openbare raadpleging is bijzonder relevant voor decentrale overheden, omdat het natuurbeleid in Nederland is gedecentraliseerd. Met name provincies spelen een essentiële rol in de uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Onder de Omgevingswet dragen de provincies namelijk zorg voor het treffen van maatregelen voor Natura 2000-gebieden in overeenstemming met de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Zij zijn primair verantwoordelijk voor het vaststellen van actieve vogelbeschermingsmaatregelen in omgevingsverordeningen en provinciale ruimtelijke plannen, het verlenen van vergunningen en ontheffingen voor flora- en fauna-activiteiten en het toezicht en de handhaving van de regels in de Vogelrichtlijn binnen hun provinciegrenzen.
Daarnaast stellen provincies samen met gemeenten, waterschappen, het Rijk en andere belanghebbenden beheerplannen op voor de Natura 2000-gebieden waar zij verantwoordelijk voor zijn. Verder moeten gemeenten bij het verlenen van (omgevings- en milieu-)vergunningen en maken van bestemmingsplannen rekening houden met deze beheerplannen.
Wat wordt er met de input gedaan?
De ontvangen input wordt gebruikt voor een zogenaamde ‘stresstest’ van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze stresstest is deel van de brede strategie van de Commissie om de regelgevingslast te verminderen, zodat tegelijkertijd het concurrentievermogen van de EU wordt versterkt en economische, sociale en milieudoelstellingen worden beschermd. Reageren kan tot en met 10 augustus 2026.
De stresstest van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onderzoekt of de regels en procedures in de richtlijnen nog steeds geschikt zijn om de vastgelegde doelstellingen te verwezenlijken. Daarnaast wordt gekeken of de regels vereenvoudigd kunnen worden om de lasten en kosten voor belanghebbenden te verlagen. De input kan dus ook bijdragen aan mogelijke wijzigingen van de Richtlijnen en/of het bredere Europese natuurbeleidskader.
Reageren
Alle geïnteresseerde partijen kunnen tot en met 10 augustus 2026 hun advies geven over de uitvoering van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Reacties kunnen worden ingediend via het Have Your Say Portaal van de Europese Commissie.
Bronnen
- Europese Commissie, Have Your Say Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn – stresstest
- Europese Commissie, Stresstest van de Vogel- en Habitatrichtlijnen
- Kenniscentrum Europa Decentraal, Natura 2000