Wat kan Connecting Europe Facility (CEF) Transport betekenen voor decentrale overheden?

november 2017

Onze Afdeling Vervoer verkent momenteel de mogelijkheden voor gebruik van het Europese CEF Transport programma. In hoeverre kan dit programma voor onze praktijk relevant zijn? Zijn er ook Nederlandse voorbeelden van CEF financiering voor transport projecten?

Antwoord in het kort:

Het Programma CEF Transport maakt onderdeel uit van het Europese subsidieprogramma Connecting Europe Facility (CEF). Het is een financieringsfaciliteit ten behoeve van het realiseren van een Europees netwerk voor transport. Enkel decentrale overheden die zich binnen het Trans European Transport Network (TEN-T) netwerk bevinden, kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op gelden uit de CEF Transport. Daarnaast gaat het doorgaans om financieringsmogelijkheden voor grote (transport) projecten. Mede hierdoor zijn de decentrale toepassingsmogelijkheden van CEF transport begrensd. Ter illustratie: in 2016 hebben 15 projecten met Nederlandse deelname samen bijna € 97 miljoen aan CEF subsidie ontvangen. Momenteel is er een call opengesteld voor indiening van CEF Transportprojecten, waarin het mogelijk is om tot 2 april 2018 aanvragen voor Europese transportprojectfinanciering in te dienen.

Connecting Europe Facility (CEF)

Met Verordening 1316/2013 is CEF ingesteld; de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen. CEF is een instrument om investeringen in de prioritaire vervoers-, energie-, en telecommunicatie-infrastructuur te ondersteunen in de periode 2014-2020. CEF Transport is hier een apart onderdeel van, dat specifiek projecten ondersteunt die duurzaam, geïntegreerd en efficiënt vervoer realiseren. Zo stimuleert CEF Transport het oplossen van knelpunten in de Europese transportinfrastructuur door snellere verbindingen tussen lidstaten te realiseren. Het totaal beschikbare bedrag voor CEF Transport van € 26,2 miljard in de periode 2014-2020 dient onder meer als steun in de rug voor regionale en nationale overheden bij de financiering van transportprojecten.

Trans European Transport Network (TEN-T)

Onderdeel van CEF is het Trans European Transport Network (TEN-T). Het TEN-T-netwerk bestaat uit 2 onderdelen: het zogenaamde ‘kernnetwerk’ (core network) en het zogenaamde ‘uitgebreide netwerk’ (comprehensive network). Daarnaast zijn er zogenaamde corridors (verkeersverbindingen) aangewezen. Deze corridors zijn onderdeel van het Europese kernnetwerk wat is gericht op een adequate afhandeling van de transnationale vervoersstromen van vracht en passagiers binnen Europa. Het voorziet in verbindingen tussen de Europese hoofdsteden, de belangrijkste economische centra, vliegvelden en havens. De corridors moeten gaan zorgen voor een gecoördineerde realisatie van het kernnetwerk.

Drie van de negen corridors van het netwerk lopen eveneens door Nederland. Het betreft:

  1. Rotterdam – Genua (Rijn-Alpen)
  2. Noordzee – Oostzee
  3. Noordzee – Middellandse Zee

Het aanvragen van subsidie uit CEF Transport is alleen mogelijk voor projecten die zich binnen het Europese TEN-T netwerk bevinden. Decentrale overheden die financiering aanvragenmoeten dus eerst nagaan of betreffende projecten ook fysiek binnen dit netwerk vallen. Het TEN-T-netwerk is vastgelegd op en in te zien via kaarten en in lijsten in de bijlagen van de TEN-T-richtsnoeren.

Huidige openstelling call

De Europese Commissie heeft momenteel de ‘Blending call’ voor het onderdeel Connecting Europe Facility (CEF) Transport opengesteld. Het doel van deze ‘Blending call’ is om de invloed van particuliere betrokkenheid en kapitaal in de uiteindelijke oplevering van CEF-transportprojecten te maximaliseren. Zowel overheden als bedrijven kunnen zich voor deze call inschrijven. Tot uiterlijk 2 april 2018 is er de mogelijkheid om aanvragen voor transportprojectfinanciering binnen de voorwaarden van CEF Transport in te dienen. Tegelijkertijd is het streven de doelstelling van het overkoepelende CEF-programma te behalen en om de gewenste projecten op juist het TEN-T kernnetwerk (binnen de corridors) te voltooien.

Deze CEF blending call kent een aantal strikte voorwaarden waaronder o.a.:

Voorbeelden van Nederlandse CEF projecten

Op meerdere manieren hebben verschillende Nederlandse regio’s in 2016 profijt gehad van de CEF Transport financiering. Zo heeft de provincie Limburg bijvoorbeeld een bijdrage van € 24 miljoen gekregen voor de verbetering van de spoorverbinding tussen Heerlen en Aken. Een ander voorbeeld zijn de havens van Zeeland Seaports en Gent, die samen een studie gaan doen naar de verbetering van de spoorverbinding Gent-Terneuzen. Zij kregen hiervoor een bijdrage van € 650.000. De uitkomst van deze driejarige studie zal een belangrijk instrument worden bij het nemen van verdere investeringsbesluiten door betrokken overheden aangaande de noodzakelijk te verrichten werken ter verdere verbetering van het spoor.

Rol Rijksdienst voor ondernemend Nederland

RVO.nl geeft informatie over de mogelijkheden en de specifieke eisen van de diverse calls van de Connecting Europe Facility (CEF). RVO biedt actuele informatie via de website, organiseert (netwerk)bijeenkomsten en geeft desgewenst één-op-één adviezen aan potentiële aanvragers. Daarnaast kunt u ook bij de VNG (zie ook hun subsidiewijzer), het IPO en de HNP terecht voor vragen.

Meer aandacht voor lokale verbindingen

Het  Comité van de Regio’s heeft onlangs een rapport uitgebracht waarin zij aandacht vraagt voor lokale vervoersverbindingen. Veruit de meeste EU-middelen (95 %) gaan naar de belangrijkste corridors van het trans-Europese vervoersnetwerk  Kleinere grensoverschrijdende vervoersprojecten komen vaak niet voor Europese of nationale financiering in aanmerking.

In het rapport van het CvdR wordt bepleit dat ook kleinere grensoverschrijdende infrastructuurprojecten even hoog op de Europese agenda zouden moeten staan als grotere projecten. Er zouden meer publieke en particuliere investeringen moeten worden aangetrokken om zo te zorgen voor adequate vervoersverbindingen tussen beide kanten van de grens en in aansluiting met de grotere Europese netwerken. Zo wordt er geadviseerd om te starten met het beter tussen betrokken partijen afstemmen van  grensoverschrijdend openbaar vervoer. Een eerste stap daarbij is het beter afstemmen van de dienstregelingen over de grens. Een tweede stap is het realiseren van grensoverschrijdende OV-concessies. Een goed voorbeeld van dit laatste is de sprinter Arnhem-Düsseldorf die in het voorjaar van 2017 is gaan rijden. Reizigers uit Emmerich kunnen nu weer met de trein naar Arnhem. Omrijden, via Nijmegen bijvoorbeeld, is niet langer nodig. Dit scheelt tijd en geld.

Andere subsidiemogelijkheden

Ook op regionaal en lokaal niveau zijn er diverse subsidieregelingen, die betrekking hebben op verkeer en vervoer, bekend. Daarnaast bieden diverse andere Europese financieringsregelingen dan het CEF de mogelijkheid bieden om subsidie aan te vragen voor projecten op het gebied van verkeer en vervoer. De insteek voor financiering van verkeer- en vervoersprojecten binnen deze regelingen is echter zeer divers. Europese regelingen die op dit moment of in de nabije toekomst mogelijk interessant zijn voor financiering van verkeer en vervoersprojecten zijn bijvoorbeeld LIFE, INTERREG, URBACT III en Horizon 2020. Zie voor meer informatie ook RVO en VNG subsidiewijzer bijv.

Door:

Paul Zondag, Europa decentraal

Meer informatie:

Subsidies vervoer, Europa decentraal
Dossier structuurfondsen en regionaal beleid, Europa decentraal
Europese Subsidiewijzer 2014-2020, Vereniging Nederlandse Gemeenten
2017 CEF Transport Blending Call, Europese Commissie
CEF Transport, Rijksdienst voor ondernemend Nederland