Van 13 tot en met 15 oktober 2025 stond Brussel, traditiegetrouw, in het teken van samenwerking, innovatie en regionale ontwikkeling tijdens de Europese Week van Regio’s en Steden. Met ruim tweehonderd bijeenkomsten, interactieve sessies en netwerkgelegenheden bood het evenement weer een mooie kans voor beleidsmakers, bestuurders en experts om kennis te delen en nieuwe verbindingen te leggen.
Onder het motto ‘Cohesion and Growth for the Future’ draaide de editie van 2025 om drie hoofdthema’s: duurzame groei, het versterken van regio’s zodat mensen er goed kunnen leven en werken, en steden die de toekomst bouwen. De centrale boodschap was duidelijk: de kracht van Europa ligt in haar regio’s en steden, in de diversiteit van lokale oplossingen die samen een veerkrachtig geheel vormen. Namens Kenniscentrum Europa Decentraal was Barend Tensen, teamleider en plaatsvervangend directeur-bestuurder, aanwezig.
Nederlandse aftrap
De week begon traditioneel met de netwerkreceptie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Tussen de gesprekken over nieuwe subsidiestromen en het aankomende Meerjarig Financieel Kader (MFK) klonk een terugkerend thema: hoe kunnen gemeenten en regio’s hun rol beter verankeren in de Europese besluitvorming?

Veel aanwezigen benadrukten het belang van partnerschap tussen Europese instellingen en lokale overheden. Niet alleen omdat gemeenten het dichtst bij de burger staan, maar ook omdat juist daar de uitvoering van Europese doelen werkelijkheid wordt, of stukloopt. De toon was optimistisch, maar realistisch: Europa mag niet alleen een bron van financiering zijn, het moet ook een bron van wederzijds leren worden.
Innovatie, circulaire transities en de kracht van lokale verandering
Een van de meest levendige sessies stond in het teken van regionale innovatie en circulariteit. Onder de titel “Boosting regional competitiveness through entrepreneurship, innovation and circularity” verkenden deelnemers hoe de Europese transitie naar een duurzame economie vorm krijgt in regio’s en dorpen. Simone Sasso (DG JRC, Europese Commissie) schetste de noodzaak van een meerlagige aanpak: innovatie moet niet alleen plaatsvinden in laboratoria, maar ook in boerendorpen, bedrijventerreinen en regionale netwerken. De Oostenrijkse onderzoeker Maresa Brandner benadrukte dat succesvolle transities draaien om samenwerking tussen niveaus die elkaar traditioneel weinig spreken: overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen. “Systeemverandering,” zei ze, “ontstaat pas wanneer lokale gemeenschappen het vertrouwen krijgen om te experimenteren.”
Vanuit World Resources Institute (WRI) Europe klonk een oproep tot urgentie van Stientje van Veldhoven, directeur van WRI Europe en mede-initiatiefnemer van de System Transformation Hub:
“We moeten water en landgebruik niet langer zien als afzonderlijke beleidsterreinen, maar als strategische toegangspunten voor de economie van de toekomst. En we outsourcen onze emissies nog te veel. Dat is niet houdbaar.”
De sprekers pleitten voor een ondernemerschap dat niet alleen winst, maar ook veerkracht creëert. Tijdens de interactieve discussie bleek hoe breed de interesse in deze benadering is. Van Zuid-Europese regio’s die kampen met droogte tot Noord-Europese provincies die hun afvalstromen willen hergebruiken, overal klinkt hetzelfde besef: zonder fundamenteel andere keuzes in productie, consumptie en ruimtelijke planning blijven de Europese doelstellingen buiten bereik.
Steden, onderwijs en de klimaatuitdaging
Een andere interessante sessie richtte zich op innovatie in de defensiesector en de rol van cohesiebeleid: de workshop onderzocht hoe innovatie in Europa’s defensiesector kan worden gestimuleerd door samenwerking tussen start-ups, universiteiten, onderzoekscentra en traditionele industrie. Deelnemers verkenden manieren om testbeds, accelerators en publiek-private samenwerkingsprojecten te ontwikkelen in de Baltische regio, met als doel regionale veerkracht en concurrentiekracht te versterken.
Verder was er een workshop over De U!REKA-alliantie, een samenwerkingsverband van Europese universiteiten gericht op stedelijke innovatie, presenteerde inspirerende voorbeelden uit Helsinki, Gent en Amsterdam.
Iina Oilinki, projectdirecteur Klimaat van de stad Helsinki, liet zien hoe haar stad samenwerking tussen overheid, universiteit en bedrijfsleven structureel heeft verankerd. Helsinki wacht niet op regelgeving, maar stelt zelf doelen: vrijwillige energie-efficiëntieafspraken met industrie en vastgoedsector, gefinancierd vanuit lokale innovatiebudgetten, met een opvallend actieve rol voor de gemeenteraad. Linde Vertriest, beleidsmedewerker in Gent, toonde hoe haar stad vergroening en waterbeheer slim combineert. In Gent zijn stedelijke vergroening en wateropvang geen aparte projecten meer, maar onderdeel van één adaptatiestrategie. “We moeten letterlijk ruimte maken voor water,” zei ze. “Niet alleen in de bodem, maar ook in onze manier van plannen.”

Vanuit Nederland bracht Geleyn Meijer, vicevoorzitter van de Hogeschool van Amsterdam, het perspectief van het hoger onderwijs in: onderwijsinstellingen moeten zich niet alleen richten op publicaties, maar ook op maatschappelijke uitkomsten, zoals huisvestingsvraagstukken en stedelijke innovaties. De workshop eindigde met een interactieve enquête waarin deelnemers reflecteerden op hun eigen stad-universiteitssamenwerking. De uitkomst was veelzeggend: een meerderheid vond dat universiteiten structureel betrokken moeten worden bij stedelijke klimaatplannen. Daarmee klonk een duidelijke boodschap richting Brussel: klimaatneutraliteit vraagt meer dan regelgeving en subsidies, het vraagt om lerende steden.
Sessie ‘De EU dichtbij – decentraal en doeltreffend’
Tijdens de gezamenlijke sessie ‘De EU dichtbij – decentraal en doeltreffend’ op woensdag, georganiseerd door de VNG, het Huis van Nederlandse Provincies, de Unie van Waterschappen, de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland en de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU, verschoof het gesprek naar de toekomst van het cohesiebeleid en het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (2028–2034).
De Europese Commissie werkt aan een nieuw instrumentarium met zogeheten Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP’s), waarin fondsen als EFRO en ESF+ meer samenhang moeten krijgen. In een levendig debat spraken Sharon Dijksma (voorzitter VNG en burgemeester van Utrecht), Emma Toledano Laredo (directeur DG REGIO) en Fieke Creijghton (Permanente Vertegenwoordiging van Nederland) over de vraag hoe die samenhang eruit moet zien. Dijksma benadrukte dat regionale samenwerking niet mag verdwijnen in centralistische modellen:
“Cohesiebeleid werkt alleen als regio’s zich herkennen in de doelen.”
Toledano Laredo wees erop dat de Commissie inzet op partnerschap, maar erkende dat de onderhandelingen pittig zijn. Creijghton zag een positieve trend: lidstaten zijn constructiever dan voorheen en erkennen vaker het belang van lokale betrokkenheid. Toch blijft de spanning tussen nationale sturing en decentrale flexibiliteit voelbaar; een thema dat de komende jaren belangrijk zal blijven voor decentrale overheden.
Water, klimaat en veerkracht
Vervolgens werd er ‘geschakeld’ naar de recent gepubliceerde Water Resilience Strategy van de Europese Commissie. De strategie erkent dat Europa het snelst opwarmende continent ter wereld is en dat watertekorten, overstromingen en droogte steeds vaker grensoverschrijdend optreden.
Luzette Kroon, dijkgraaf van Wetterskip Fryslân en portefeuillehouder internationaal bij de Unie van Waterschappen, hield een bevlogen betoog voor meer aandacht voor water in de Europese politiek. Innovaties bestaan al, zei ze, “maar we moeten die prachtige watertechnologieën ook durven inzetten.” Europarlementariër Sander Smit (BBB) bracht een politiek perspectief en wees op de spanning tussen klimaatambities en budgettaire realiteit. Hij vroeg zich af of het schrappen van het oormerk in het MFK verstandig is, want de financiele middelen gaan nu niet automatisch meer naar klimaatweerbaarheid.
“We willen meer flexibiliteit, maar riskeren versnippering.”
Vanuit de Europese Commissie schetste Jan Ceyssens, plaatsvervangend kabinetshoofd voor waterweerbaarheid en circulaire economie, de contouren van het toekomstige klimaatadaptatieplan (2026). Dat plan zal expliciet aandacht besteden aan verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden, iets waar Nederland, met zijn delta en polders, natuurlijk bijzondere expertise in heeft.

Weerbare democratie, weerbare overheid
Tot slot stond het thema democratische weerbaarheid centraal. Waar desinformatie, digitale dreigingen en maatschappelijke polarisatie toenemen, wil de Europese Commissie met het nieuwe EU Democracy Shield overheden helpen hun weerbaarheid te vergroten. Arthur van Dijk, commissaris van de Koning in Noord-Holland, waarschuwde voor het sluipende verlies van vertrouwen in instituties. Transparantie en goede informatievoorziening zijn volgens hem van groot belang om dat tij te keren. Rintje Oenema (Ministerie van BZK) benadrukte het belang van samenwerking tussen Europese, nationale en lokale overheden in het tegengaan van desinformatiecampagnes. Vanuit Brussel lichtte Ludovic Pierre (DG JUST) toe hoe nieuwe Europese instrumenten lidstaten kunnen ondersteunen bij het beschermen van verkiezingsprocessen en publieke waarden. Het gesprek maakte duidelijk dat weerbaarheid niet alleen een technologische, maar ook een morele dimensie heeft: hoe houden we de publieke ruimte open, eerlijk en verbonden?
Reflectie: nabijheid als Europese kracht
De Europese Week van Regio’s en Steden 2025 liet zien dat Europa geen abstract bestuursniveau is, maar een levend netwerk van steden, dorpen en regio’s. Overal waar mensen samenwerken aan klimaat, innovatie of democratie, krijgt het Europese project nieuwe betekenis. Voor Kenniscentrum Europa Decentraal was de week een waardevolle gelegenheid om te zien hoe lokale bestuurders hun weg vinden in het Europese krachtenveld, niet als uitvoerders, maar als medeontwerpers van de toekomst. De rode draad was helder: de kracht van Europa ligt niet in centralisatie, maar in nabijheid. De toekomst van Europa wordt niet in Brussel bedacht, maar in de regio’s waar Brussel naar luistert.
Volgend jaar is er weer een editie!
Heb je dit jaar de European Week of Regions and Cities gemist? Geen zorgen! Volgend jaar is er weer een nieuwe editie. Wil je op de hoogte blijven van aankondigingen en inschrijvingen? Houd dan onze website, die van HNP en VNG en die van het Comité van de Regio’s in de gaten.