Editie 2025 van het Scorebord Staatssteun laat zien dat de lidstaten, terwijl de totale uitgaven terugvielen van 203,35 miljard euro (2023) naar 168,23 miljard euro (2024), meer middelen hebben uitgetrokken voor belangrijke EU-prioriteiten zoals milieubescherming, energie, O&O&I en regionale ontwikkeling. Crisissteunmaatregelen in verband met Oekraïne en de COVID-19-pandemie werden verder afgebouwd.
Achtergrond
Het jaarlijks gepubliceerde scoreboard biedt een uitgebreid overzicht van de uitgaven voor staatssteun in de Europese Unie, gebaseerd op de door de lidstaten aangeleverde rapportages. De Europese Commissie is op grond van artikel 6 van Verordening (EG) nr.794/2004 verplicht om een overzicht van de staatssteun in de lidstaten te publiceren. Met het Scoreboard biedt de EC een transparante en openbaar toegankelijke bron van informatie over de situatie op het gebied van staatssteun in de lidstaten en over het toezicht daarop.
Rapportage 2025 over de staatssteunuitgaven in 2024
In 2024 werd door de lidstaten gezamenlijk ongeveer 168 miljard euro aan staatssteunuitgaven gedaan, wat neerkomt op 0,94% van het gezamenlijk BNP. Daarmee was er sprake van een afname ten opzichte van de uitgaven in 2023 (203 miljard euro). De EU-lidstaten gaven 90% van hun staatssteun in 2024 uit aan EU-prioriteiten zoals milieubescherming, energie, onderzoek, innovatie en ontwikkeling (O&O&I) en regionale ontwikkeling. De overige 10% betrof crisis-gerelateerde steunmaatregelen in verband met de Russische invasie in Oekraïne en de COVID-19-pandemie.
Het State Aid Scoreboard 2025 geeft de volgende inzichten in de uitgaven die werden gedaan in 2024:
- Milieubescherming en energiebesparing blijven de belangrijkste doelstellingen. Hieraan werd 68,82 miljard euro, ofwel 45% van de totale staatssteun uitgegeven. Daarvan ging 30,45 miljard euro naar inspanningen voor decarbonisatie. De steun voor energieproductie en modernisering van de energie-infrastructuur bedroeg 27,31 miljard euro.
- Erwerd 3,84 miljard euro uitgegeven aan de verschuiving van crisisgerelateerde noodmaatregelen naar duurzame investeringen om de transitie naar een klimaatneutrale economie te versnellen (in het kader van het tijdelijke crisis- en transitiekader “TCTF”). De nadruk lag daarbij op de uitrol van hernieuwbare energie, het koolstofvrij maken van de industrie en investeringen in strategische sectoren zoals halfgeleiders.
- Staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) bedroeg 14,16 miljard euro; steun voor regionale ontwikkeling bedroeg 13,42 miljard euro.
- 4,59 miljard euro aan staatssteun ging naar de uitrol van breedband en daarmee naar de ondersteuning van digitale groei in de EU.
- De steun voor landbouw, bosbouw en plattelandsgebieden bedroeg 10,43 miljard euro, verder ging 212,87 miljoen euro naar de visserij- en aquacultuursector.
- In 69% van alle gevallen ging het om steunmaatregelen gedaan in het kader van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Aangevuld met de maatregelen gedaan onder de Landbouwvrijstellingsverordening (LVV) en de Visserijvrijstellingsverordening (VVV) kwam dit percentage uit op 87%. In totaal gaat het echter maar om 36% van de totale staatssteunuitgaven, omdat de groepsvrijstellingsverordeningen gericht zijn op kleinere steunmaatregelen.
- De totale uitgaven aan crisis-gerelateerde maatregelen daalden naar 16,33 miljard euro, een daling van 67% ten opzichte van het jaar ervoor. De gegeven steun richtte zich voornamelijk op het aanpakken van de gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne.
Bron
Persbericht, Europese Commissie
Meer informatie
- State Aid Scoreboard 2025, Europese Commissie
- Scoreboard State Aid data (2000-2024), Europese Commissie
- DG-Competition, Europese Commissie