Nieuws

Publicatie: 20 april 2026

Door:


De Europese Commissie presenteerde een reeks voorstellen tot de wijziging van EU-wetgeving met betrekking tot voedsel- en voederveiligheid. Het tiende ‘omnibuspakket’ volgt op de door de Commissie gepresenteerde Visie voor Landbouw en Voedsel van februari 2025 en maakt deel uit van een serie Omnibusvoorstellen met betrekking tot landbouw-gerelateerde EU-wetgeving.

Omnibuspakket voedsel en voederveiligheid

Het pakket bevat voorstellen tot wijzigingen van in ieder geval tien regulaties en twee richtlijnen en de intrekking van twee andere richtlijnen. De wetsvoorstellen laten ruimte over voor de Commissie om specifiekere wetgeving op te stellen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 VWEU.

Wijzigingen onder het omnibuspakket

Het omnibuspakket wijzigt regels voor de toelating en het gebruik van onder meer gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast bevat het nieuwe bepalingen over voedselhygiëne, dierenwelzijn, dierziekten en het gebruik van drones bij het spuiten. Voor decentrale overheden zijn vooral de aanpassingen in de Europese Verordening Gewasbeschermingsmiddelen relevant, omdat die raken aan hun verantwoordelijkheid om gezondheids- en milieurisico’s te beperken.

Volgens de Commissie gaan de wetsvoorstellen onder meer over ‘vereenvoudiging’ van de huidige regelgeving met betrekking tot het gebruik van biocontrol-middelen, pesticiden en biociden en de hierin werkzame stoffen. Hiermee worden de toelatingsprocedures voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen versneld en administratieve lasten voor ondernemingen verlaagd. Hierbij wordt gestreefd om de toegang van biocontrol-middelen – waarvan het risico op negatieve impact op gezondheid en milieu in de regel kleiner is dan dat van chemische bestrijdingsmiddelen – tot de Europese markt te versnellen. Volgens de Commissie zal de nieuwe wetgeving niet leiden tot een verslechtering van Europese gezondheids- en milieustandaarden of verhoogde veiligheidsrisico’s.

Wijziging wetgeving gewasbeschermingsmiddelen

Om de landbouwproductie te verbeteren zonder dat dit ten koste gaat van de gezondheid van Europese burgers en het milieu, heeft de Commissie in de Verordening Gewasbescherming regels en criteria vastgelegd voor zowel gewasbeschermingsmiddelen als de werkzame stoffen daarin.

Onder de huidige Europese Verordening Gewasbeschermingsmiddelen kunnen gewasbeschermingsmiddelen na indiening van een aanvraag tot gebruik hiervan voor een bepaalde periode worden goedgekeurd, in de regel 10 tot 15 jaar. Voordat deze periode verstrijkt moeten gebruikers opnieuw een goedkeuringsaanvraag indienen, waarna de veiligheidsrisico’s van het beschermingsmiddel opnieuw worden beoordeeld door middel van een wetenschappelijk onderzoek met actuele onderzoekstechnieken.

Het voorstel schrapt de vaste maximale goedkeuringstermijn voor werkzame stoffen. Daardoor kunnen goedgekeurde stoffen in principe onbeperkt op de Europese markt blijven. De laatste Europese beoordeling geldt als uitgangspunt, en lidstaten moeten zelf om herziening vragen bij nieuwe inzichten.

Ook wordt de uitfaseringstermijn verlengd, behalve bij ernstige risico’s. Biocontrolemiddelen kunnen tijdelijk worden toegelaten en procedures worden eenvoudiger. Daarnaast wordt wederzijdse erkenning tussen lidstaten versoepeld en vervalt voor professionals de plicht om gebruiksgegevens bij te houden.

Decentrale relevantie

De beoordeling of een werkzame stof in een gewasbeschermingsmiddel veilig is voor mens, dier en milieu en dus tot de markt van een lidstaat kan worden toegelaten wordt op Europees niveau beoordeeld door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en in Nederland op nationaal niveau door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).

De voorgestelde wetswijzigingen hebben naar verwachting echter ook gevolgen voor de taakuitoefening van gemeenten, waterschappen en de provincie, omdat uit EU-wetgeving de verplichting volgt om gezondheids- en milieurisico’s door het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken.

De huidige Verordening Gewasbescherming schrijft voor dat lidstaten uitvoering behoren te geven aan het voorzorgsbeginsel (artikel 1 lid 4). Deze bepaling strekt ertoe dat lidstaten voorzorgmaatregelen kunnen treffen als er onzekerheid bestaat over de risico’s van werkzame stoffen voor mens, dier of milieu.

De Richtlijn duurzaam gebruik pesticiden verplicht lidstaten daarbij om kwetsbare groepen, waaronder omwonenden, te beschermen tegen schade door bestrijdingsmiddelen. Verder moeten lidstaten de risico’s van werkzame stoffen minimaliseren in beschermde gebieden zoals omschreven in de Kaderrichtlijn Water en andere beschermde natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld aangewezen door de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn.

Deze verplichtingen kunnen dus raken aan de taakuitoefening van gemeenten, onder meer omdat bij het vaststellen van het omgevingsplan regels over de fysieke leefomgeving behoren te worden vastgesteld. Verschillende rechtbanken hebben recentelijk uitspraken gedaan ten aanzien van de taak van gemeenten om gezondheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken. Zo oordeelde de Raad van State in april 2025 dat wanneer gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt terwijl niet op voorhand is uitgesloten dat deze middelen leiden tot significante effecten op Natura 2000-gebieden en er wel aanwijzingen zijn dat deze effecten zich kunnen voordoen, gebruikers op grond van het voorzorgsbeginsel een (door de gemeente af te geven) natuurvergunning nodig hebben.

Daarbij raken verplichtingen ook aan de taakuitoefening van waterschappen en provincies, nu de waterschappen de normen van de Kaderrichtlijn Water moeten naleven en provincies onder de Omgevingswet zorgdragen voor het treffen van maatregelen voor Natura 2000-gebieden in overeenstemming met de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.

De wetsvoorstellen worden in de komende maanden behandeld door het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie in de gewone wetgevingsprocedure. In dit kader is het van belang zijn om goed in kaart te brengen hoe de verplichtingen die vanuit het Europees recht op gemeenten, waterschappen en de provincie rusten om gezondheids- en milieurisico’s te beperken zich verhouden tot de uitkomst van de wetswijzigingen.

Bronnen

Pesticiden, KED
Europees Landbouwbeleid, KED
Persbericht Europese Commissie Omnibuspakket 16 december 2025, Europese Commissie
BNC Fiche – Omnibuspakket veiligheid van voedsel en diervoeder 6 februari 2026, Rijksoverheid
Standpunt waterschappen Food and Feed Safety Omnibus van Europese Commissie 31 maart 2026, Unie van Waterschappen
Gemeentelijke handleiding Regulering bestrijdingsmiddelen maart 2026, Natuur&Milieu en Urgenda