Nieuws

Publicatie: 28 april 2026

Door: en


Het Europees Parlement wil dat het EU-budget (het meerjarig financieel kader, MFK) voor de periode 2028–2034 flink wordt verhoogd. Het MFK bepaalt voor meerdere jaren hoeveel de EU maximaal mag uitgeven per beleidsterrein en vormt daarmee de basis voor de jaarlijkse begrotingen. In plaats van het budgetsvoorstel van de Europese Commissie uit juli vorig jaar pleit het Parlement voor een budget dat ongeveer 10% hoger ligt. Dat komt neer op maximaal 1,27% van het gezamenlijke bruto nationaal inkomen (BNI) van alle EU-lidstaten, oftewel het deel van de totale Europese economie dat de EU jaarlijks mag uitgeven. Daarbij vallen de kosten voor het terugbetalen van de gezamenlijke coronaschulden via het NextGenerationEU-programma buiten het MFK. Die uitgaven vormen dus een extra lastenpost naast het reguliere EU-budget. 

Geen overbodige luxe 

Volgens het Parlement is die extra 10% geen luxe, maar noodzakelijk. De EU moet niet alleen bestaande verplichtingen nakomen en inspelen op de verwachtingen van burgers, maar ook nieuwe uitdagingen het hoofd bieden. Denk hierbij aan economische en sociale druk in lidstaten, de oorlog in Europa, de groeiende concurrentiekloof met andere grootmachten en de toenemende klimaat- en biodiversiteitscrises.  

In het voorgestelde MFK worden veel EU-fondsen gebundeld en via nationale en regionale partnerschapsplannen verdeeld. Lidstaten krijgen daarmee meer invloed op de besteding van middelen. Europarlementariërs waarschuwen dat deze verschuiving naar nationale plannen de gezamenlijke EU-aanpak van regionale ontwikkeling en cohesie kan verzwakken. 

Tegelijkertijd benadrukt het Parlement dat een groter en flexibeler budget gepaard moet gaan met voldoende transparantie en controle, zodat het publieke vertrouwen in de EU behouden blijft. Zeker gezien de keuzes die nu worden gemaakt door zullen werken in de middelen die uiteindelijk op lokaal niveau beschikbaar zijn. 

Het Parlement wil onder meer extra investeringen  in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (CAP), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het cohesiebeleid (structuur- en cohesiefondsen) en programma’s zoals Horizon Europe en Erasmus+. Ook uitgaven op het gebied van innovatie, onderwijs en regionale ontwikkeling maken deel uit van deze bredere investeringsagenda. Een overzicht van de door de EP voorgestelde aanvullingen (in lopende prijzen) is hier te vinden. 

Decentrale relevantie 

Dat betekent dat de totstandkoming van het uiteindelijke EU-budget direct invloed kan hebben op regio’s en gemeenten. Als het voorgestelde budget wordt aangenomen, kan dat leiden tot meer financiële ruimte op lokaal en regionaal niveau. Daar sluit ook de Nederlandse inzet bij aan: in een Kamerbrief van 28 maart 2025 benadrukt het kabinet dat EU-fondsen, waar mogelijk, in partnerschap met regionale en lokale overheden moeten worden uitgevoerd.  

Stappenplan 

De vaststelling van het MFK verloopt via een meerjarig besluitvormingsproces. De Europese Commissie doet een voorstel, waarna het Europees Parlement met een meerderheid instemt. Vervolgens moet de Raad van de Europese Unie het voorstel unaniem goedkeuren. Het gaat daarmee om een onderhandelingsproces. Het parlement heeft inmiddels ingestemd met een amendement, en het is nog de vraag of de Raad zich achter het voorstel van het Parlement zal scharen. Daarna kunnen decentrale overheden via de nationale en regionale partnerschapsplannen gebruikmaken van middelen uit deze fondsen. 

Bronnen 

Cohesiefondsen: De plannen van de Commissie uitgelegd – Europa decentraal, Europa Decentraal  
EU long-term budget: MEPs want a 10% increase to support EU priorities, Europees Parlement 
KED – Nieuws – Ontwerpadvies MFK 2028-2034: waarborg de centrale rol van regio’s en steden, Europa Decentraal  

Meer informatie  
Kamerbrief Nederlandse inzet onderhandelingen MFK 2028, Rijksoverheid