Europese rechtspraak

Gepubliceerd: 6 juli 2026

Door: en


Introductie

Het Hof van Justitie beantwoordde op 16 juni 2026 vragen van de Franse rechter over een navigatie-app die meldingen van gebruikers doorgeeft. Het antwoord raakt decentrale overheden die zelf onlineplatforms met bijdragen van inwoners beheren. Centraal staat de vraag wanneer zo’n platform onder de bescherming voor host-diensten uit de Richtlijn elektronische handel valt.

Zaak

Uitspraak van het Hof van Justitie op 16 juni 2026, WebGroup Czech Republic, a.s., NKL Associates s. r. o. tegen Ministre de la Culture en de Premier ministre, tussenkomende partijen Osez le féminisme!, Le mouvement du Nid, Les effronté-E-S, en Coyote System tegen Ministre de l’Intérieur et des Outre-mer, Premier ministre, Gevoegde zaken C-188/24 en C-190/24 (ECLI:EU:C:2026:492). Het arrest was ten tijde van schrijven niet beschikbaar in het Nederlands. Voor dit EUrrest is gebruikgemaakt van de Engelstalige versie.

Feiten en prejudiciële vragen

De Franse Conseil d’État legde in twee zaken zes vragen voor aan het Hof van Justitie. Voor zover decentraal relevant richt dit EUrrest zich op de derde vraag in de tweede zaak. Die zaak betrof een Franse aanbieder van een navigatie-app voor automobilisten. De app geeft meldingen van gebruikers over verkeerscontroles door aan andere gebruikers. De Franse wet verbiedt het doorgeven van meldingen over de locatie van drugs- en alcoholcontroles en van bepaalde andere politieactiviteiten.

De derde vraag komt in gewone woorden hierop neer: verbiedt het Europese recht dat Frankrijk deze app verplicht om bepaalde meldingen van gebruikers niet door te geven? De rechter wees daarbij op artikel 15 van de Richtlijn elektronische handel. Dat artikel verbiedt lidstaten om aanbieders van doorgifte-, caching- en host-diensten een algemene controleplicht op te leggen voor de informatie die zij doorgeven of opslaan.

Beantwoording van de vraag

Het Hof keek eerst voor wie die bescherming geldt. Artikel 15 beschermt alleen aanbieders die onder een van de vrijstellingen van de artikelen 12 tot en met 14 van de Richtlijn elektronische handel vallen. Voor de navigatie-app telt de vrijstelling voor host-diensten (artikel 14), in de praktijk vaak hostingdiensten genoemd. De vraag werd dus: is deze app een host-dienst?

Een host-dienst slaat informatie van gebruikers op en doet daar verder weinig mee. De rol van de aanbieder blijft technisch, automatisch en passief. Hij kent de informatie niet en heeft er geen controle over. Deze navigatie-app doet meer. De app verzamelt de meldingen van gebruikers, bewerkt ze en bepaalt met een algoritme welke melding wanneer en in welke volgorde bij andere gebruikers in beeld komt. Zo maakt de app van losse meldingen een eigen informatieproduct. Daarmee heeft de aanbieder controle over de informatie en is hij geen host-dienst.

De conclusie: de app valt niet onder de vrijstelling van artikel 14. De bescherming van artikel 15 geldt dan ook niet. Frankrijk mocht de app in dit geval dus verplichten om meldingen over drugs- en alcoholcontroles niet te tonen.

Decentrale relevantie

Steeds meer decentrale overheden beheren digitale diensten en platforms. Denk aan een meldingsapp voor de openbare ruimte, een participatieplatform of een forum waarop inwoners berichten plaatsen. De richtlijn zelf gebruikt de term hostingdienst niet. Artikel 14 spreekt van ‘host’-diensten: diensten van de informatiemaatschappij die informatie opslaan die van gebruikers afkomstig is. Een platform is zo’n host-dienst als het aan drie voorwaarden voldoet. Eén: het platform is een dienst van de informatiemaatschappij. Dat is een dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een gebruiker wordt geleverd. Twee: het platform slaat informatie op die van gebruikers komt. Drie: de aanbieder speelt een neutrale rol. Zijn rol blijft technisch, automatisch en passief, zonder kennis van of controle over de informatie.

Voldoet een platform van een decentrale overheid aan deze voorwaarden, dan telt vervolgens de rol die de overheid speelt. Ordent, filtert of rangschikt het platform de bijdragen van gebruikers, dan doet het meer dan opslaan. De overheid heeft dan controle over de informatie. De bescherming van de artikelen 14 en 15 vervalt en de overheid kan aansprakelijk worden gehouden voor de inhoud die het platform toont. Decentrale overheden beoordelen zelf of hun platform aan de voorwaarden voldoet en welke rol zij spelen. Bij gratis overheidsplatforms verdient de eerste voorwaarde daarbij extra aandacht.

Het arrest raakt ook aan inkoop en samenwerking. Een lidstaat mag alleen onder strikte voorwaarden eisen stellen aan een digitale dienst uit een andere lidstaat. Denk aan eisen over de inhoud die de dienst toont, zoals een verplichting om bepaalde meldingen of berichten te weren. Zulke eisen passen niet in een algemene, abstracte regel. Zij vragen een individueel en gemotiveerd besluit dat vooraf bij de lidstaat van vestiging en de Europese Commissie is gemeld. Decentrale overheden die platforms of apps van buitenlandse aanbieders inkopen of inzetten, houden hier rekening mee.

Nog een punt over de geldende regels. Dit arrest draait om de Richtlijn elektronische handel, omdat het geschil daaronder valt. Voor nieuwe gevallen zijn de artikelen 14 en 15 van de richtlijn vervangen door de artikelen 6 en 8 van de Digitaledienstenverordening. De regels zijn inhoudelijk vrijwel gelijk gebleven. De uitleg van het Hof in dit arrest blijft daarom ook onder de verordening van belang.

Hoe verder?

De Franse rechter past de antwoorden van het Hof nu toe op de twee zaken. Voor decentrale overheden is de les praktisch: breng de eigen digitale diensten in kaart, let op platforms met bijdragen van gebruikers en op algoritmische ordening, en beoordeel of de vrijstelling voor host-diensten nog geldt. Bij twijfel helpt afstemming met de eigen juristen en een blik op de Digitaledienstenverordening.

Meer informatie

Arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-188/24 en C-190/24
Richtlijn elektronische handel (Richtlijn 2000/31/EG) op Eur-Lex
Digitaledienstenverordening (Verordening (EU) 2022/2065) op Eur-Lex