Nieuws

Publicatie: 12 oktober 2026

Door:


De Raad bepaalde op 30 september 2026 zijn standpunt over het voorstel van de Commissie. De Commissie heeft een verordening voorgesteld om milieubeoordelingen in vergunningsprocedures te versnellen en tegelijkertijd een hoge milieustandaard te waarborgen. Deze verordening draagt met name bij aan versnelde vergunningsprocedures voor strategische sectoren. Denk bijvoorbeeld aan betaalbare huisvesting, hernieuwbare energie, datacentra, AI-fabrieken, gigafabrieken, en de decarbonisatie van zee- en binnenhavens, luchthavens en spoorwegen van het trans-Europees vervoersnetwerk.

Wat is het Omnibus VIII-pakket?

De Europese Commissie presenteerde op 10 december 2025 het Omnibus VIII-pakket om milieuwetgeving te vereenvoudigen. De maatregelen in dit pakket moeten bijdragen aan verminderde administratieve lasten voor bedrijven. Europese milieudoelstellingen worden zo op een efficiëntere, goedkopere en slimmere manier bereikt. Tegelijkertijd wordt met dit pakket de concurrentiekracht en de veerkracht van de EU opgevoerd. Het Omnibus VIII-pakket omvat zes wetgevingsvoorstellen, waaronder het bovenstaande voorstel van de Commissie tot het versnellen van milieubeoordelingen.

Wat behelst het voorstel en welk standpunt heeft de Raad?

Het voorstel van de Commissie sluit aan bij bestaande EU-milieuwetgeving die van toepassing is op milieubeoordelingen. Namelijk, de richtlijn strategische milieubeoordeling, de milieueffectbeoordelingsrichtlijn, de habitatrichtlijn, de vogelrichtlijn en de kaderrichtlijn water. Daarnaast sluit het aan bij EU-wetgeving van de afgelopen jaren, waarin ook bepalingen zijn opgenomen om vergunningsprocedures te versnellen, zoals de richtlijn hernieuwbare energie en de verordening voor een nettonulindustrie.

Het voorstel van de Commissie vult de huidige regels aan met bepalingen die strikt noodzakelijk zijn om de doelen ervan te bereiken. Het voorstel biedt een gemeenschappelijk versnellingskader voor milieubeoordelingen in alle economische sectoren en een speciale toolbox voor bepaalde strategische sectoren waarvoor mogelijk nóg snellere beoordelingen nodig zijn.

De Raad neemt ten opzichte van het voorstel van de Commissie, onder meer, de volgende drie relevante standpunten in:

Artikel 13 en 14  – Strategische sectoren en toolbox

De Raad stelt in artikel 14, lid 1, een lijst van strategische projecten vast, waarvoor de in artikel 13 genoemde toolbox en de versnelde procedures gelden, mits deze projecten bijdragen aan veerkracht en decarbonisatie of een efficiënt gebruik van hulpbronnen. Zo kunnen de toolbox en versnelde procedures van toepassing zijn op het bouwen en renoveren van woningen, evenals de infrastructuur die daarvoor nodig is, indien dergelijke projecten bijdragen aan veerkracht en decarbonisatie of een efficiënt gebruik van hulpbronnen. Voor strategische projecten onder h) en i) daarentegen, waaronder projecten voor nationale defensie en daarmee verband houdende projecten, gelden de regels uit artikel 13, ongeacht of de projecten bijdragen aan deze doelen.

De toolbox en versnelde procedures in artikel 13 kunnen tevens van toepassing zijn op strategische projecten die in toekomstige EU-wetgeving worden opgenomen, indien daarin uitdrukkelijk naar deze verordening wordt verwezen.

Artikel 3 – Centraal milieucontactpunt

De Commissie stelt in artikel 3 voor dat lidstaten centrale milieucontactpunten moeten oprichten of aanwijzen. Deze zijn volgens haar verantwoordelijk voor het faciliteren en coördineren van alle aspecten van de milieubeoordelingen in lijn met deze verordening.

Relevant voor decentrale overheden is dat de Raad flexibeler is in zijn standpunt. Een milieucontactpunt dat wordt aangewezen of opgericht hoeft niet centraal te zijn als dit niet passend is. De Raad stelt in artikel 3, lid 1 onder meer vast dat lidstaten op het passende administratieve niveau — nationaal, regionaal of lokaal — milieucontactpunten kunnen oprichten of aanwijzen voor de milieubeoordeling van projecten. Bovendien geeft de Raad in artikel 3, lid 6, aan dat meerdere milieucontactpunten aangewezen kunnen worden door een lidstaat wanneer dit noodzakelijk is om de gedecentraliseerde administratieve organisatie ervan te weerspiegelen. De lidstaat draagt ​​er dan zorg voor dat er doeltreffende coördinatiemechanismen worden opgezet om projectinitiatiefnemers te helpen het juiste milieucontactpunt te identificeren, en dat dit milieucontactpunt fungeert als het enige aanspreekpunt voor elk project.

Artikel 8  – Beschermde soorten

De Commissie stelt in artikel 8 voor dat het incidenteel doden of verstoren van beschermde vogels en andere soorten als gevolg van projectactiviteiten niet als opzettelijk wordt beschouwd in de zin van de vogel- en habitatrichtlijn, mits passende en evenredige verzachtende maatregelen zijn opgenomen en rekening is gehouden met de beste beschikbare technologieën om dergelijke schade te voorkomen.

In deze bepaling gaat het specifiek om de incidentele schade die beschermde soorten lijden door de uitvoering van plannen of de bouw, exploitatie of buitengebruikstelling van projecten. De Raad voegt aan dit toepassingsgebied nog brandpreventiewerkzaamheden, bosbeheerwerkzaamheden of terugkerende onderhoudsactiviteiten voor infrastructuurprojecten of waterlopen, toe, ongeacht of deze binnen de werkingssfeer van de milieueffectbeoordelingsrichtlijn vallen. Daarnaast verwijst de Raad in artikel 8 niet alleen naar beschermde vogels en andere soorten onder de vogel- en habitatrichtlijn, maar ook naar hun eieren en nesten, en naar beschermde planten onder artikel 13, lid 1, onder a, van de habitatrichtlijn. Met deze toevoegingen breidt de Raad het toepassingsgebied van artikel 8 dus uit.

Wat betreft de verzachtende maatregelen voegt de Raad extra waarborgen toe om negatieve effecten voor beschermde soorten te voorkomen. Om te verzekeren dat verzachtende maatregelen passend en evenredig zijn, wordt de status van instandhouding van de betrokken soorten in ogenschouw genomen én of de maatregelen ervoor zorgen dat aanzienlijke nadelige gevolgen voor de populaties van de betrokken soorten op lokaal, regionaal en, indien relevant, nationaal of EU-niveau worden vermeden. Voor lidstaten houdt dit tevens de verplichting in om de effectiviteit van de maatregelen te monitoren en waar nodig extra maatregelen te treffen.

Voor meer informatie over andere relevante standpunten, zie ook de website van de Raad. Zo zijn de door de Commissie voorgestelde termijnen in artikel 7 bijvoorbeeld verlengd door de Raad. Daarnaast is artikel 6 over substantiële uitsluiting gewijzigd. Ten slotte, stroomlijnt de Raad in de tekst zoveel mogelijk sectorale vergunningsbepalingen.

Wat zijn de volgende stappen?

Het Europees Parlement moet zijn standpunt over het voorstel van de Commissie nog bepalen. Zodra het Parlement zijn standpunt heeft bepaald kunnen de onderhandelingen met de Raad van start gaan om tot een voorlopig akkoord te komen.

Gemeenten en provincies kunnen zich nu al voorbereiden op de verordening tot het versnellen van milieubeoordelingen. Bekijk het voorstel van de Commissie en de andere relevante standpunten van de Raad. Breng in kaart wat de mogelijke gevolgen van de verordening zijn voor de huidige toepassing van milieueffectrapportages in vergunningsprocedures onder Nederlandse wetgeving. Zie voor meer informatie daarover het position paper van de Commissie mer over de inhoud en gevolgen van de milieu-omnibus op het gebied van milieueffectrapportage. Zie ook de op 4 september 2026 gepubliceerde Kamerbrief en het onderzoek van Arcadis in de Quickscan EU-Milieuomnibus in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarbij is met name hoofdstuk 3.7 relevant. Let wel: deze publicaties zijn verschenen voordat de Raad zijn standpunt bepaalde. Er waren bijvoorbeeld opmerkingen in deze publicaties over de negatieve gevolgen van artikel 5 “Wijzigingen in projecten” in het voorstel van de Commissie, en de Raad heeft nu de tekst in artikel 5 verwijderd. Ook waren er zorgen bij de Commissie mer over krappe termijnen, en de Raad heeft nu de termijnen verlengd ten opzichte van het voorstel. Het is nu afwachten op het standpunt van het Parlement.

Wat betreft het standpunt van de Raad kunnen gemeenten en provincies bijvoorbeeld inventariseren welke strategische sectoren onder de versnelde procedures en toolbox in artikel 13 vallen. Bedenk ook hoe de regels voor beschermde soorten onder artikel 8 kunnen worden toegepast bij projecten, plannen, werkzaamheden en terugkerende onderhoudsactiviteiten. Ga tot slot in gesprek over hoe milieucontactpunten in lijn met artikel 3 in Nederland kunnen worden georganiseerd.

Bronnen

Meer informatie