Nieuws

Publicatie: 2 november 2026

Door:


Met Visie 2040 zet de Commissie de koers uit om de visserij- en aquacultuursector duurzamer, weerbaarder en concurrerender te maken. Zij nodigt decentrale overheden uit om de lange termijnvisie voor Visie 2040 te vertalen naar de lokale realiteit met adequate financiering en een ‘bottom-up benadering’. Op lokaal en regionaal niveau kunnen overheden bijvoorbeeld bijdragen aan de energietransitie van de vloot, de financiële ondersteuning van kleinschalige vissers en de ontwikkeling van vaardigheden van vissers voor de toekomst.

Waar gaat de Visie 2040 over?

De visie van de Commissie neemt onder andere maatregelen op die bijdragen aan:

1. Gezonde ecosystemen en visbestanden

De visie voor 2040 is dat de vloot in evenwicht opereert met de beschikbare vismogelijkheden en dat deze zich aanpast aan veranderende ecosystemen, in lijn met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Gedegen wetenschap, effectieve controle en sterke handhaving moeten bijdragen aan het duurzame beheer van visbestanden.

Deze visie noemt dat de Commissie en de lidstaten blijven werken aan gezonde visbestanden door:

  • het gebruik van een op ecosystemen gebaseerde aanpak voor visserijbeheer
  • herstelstrategieën te implementeren
  • en illegale visserijpraktijken te bestrijden.

Lidstaten zijn verantwoordelijk voor de naleving van het Europees gemeenschappelijk visserijbeleid (hierna: GVB) door vissers en aquacultuurproducenten. Toezichthouders in Nederland zijn onder meer de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Waddenunit, en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Decentrale overheden zijn betrokken bij de uitvoering van het GVB via aanpalende dossiers zoals het beheer van Natura 2000-gebieden en het behartigen van visserijbelangen. Daarnaast ondersteunen zij de duurzame transitie van de visserijsector.

2. Ondersteuning van kleinschalige vissers

De visie voor 2040 is dat de visserij- en aquacultuursectoren floreren dankzij levensvatbare en veerkrachtige bedrijfsmodellen. Het voldoen aan de investeringsbehoeften van de visserij- en aquacultuursector vereist een combinatie van particulier kapitaal, nationale budgetten en EU-financiering.  Publieke financiering blijft belangrijk, vooral voor investeringen die zonder overheidssteun niet van de grond komen, zoals de modernisering van schepen en innovatie. Door publieke middelen strategisch in te zetten, onder meer via financiële instrumenten en technische ondersteuning, kan de Commissie ook particuliere investeringen en publiek-private samenwerkingen stimuleren.

Decentrale overheden kunnen bijdragen aan de investeringsbehoeften van de visserij- en aquacultuursector. De Commissie moedigt overheden expliciet aan om te zorgen voor adequate financiering van kleinschalige kustvisserij. Te denken valt aan toegankelijke subsidies en technische bijstand voor kleinschalige ondernemers, jonge starters en het mkb.

3. De energietransitie van de visserij- en aquacultuursector, en een gemoderniseerde vloot

De visie voor 2040 is dat de visserij- en aquacultuursectoren aanzienlijke vooruitgang boeken met de energietransitie. De vloot moet bestaan uit nieuwere, moderne en energiezuinige schepen.

De visie gaat gepaard met een routekaart voor de energietransitie in de visserij- en aquacultuursectoren. Deze is te vinden in Annex II. De routekaart neemt de volgende strategische acties op:

  • Snelle resultaten behalen op het gebied van energie-efficiëntie en reductie van broeikasgasemissies door middel van technologie, alternatieve schone brandstoffen en vaardigheden
  • Onderzoek, innovatie en demonstratieprojecten intensiveren
  • Een faciliterend regelgevingskader creëren
  • De governance en financiering van de energietransitie ontwikkelen
  • Actie ondernemen op het gebied van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en industriële capaciteit
  • De energietransitie in synergie brengen met de groei van de duurzame aquacultuur
  • Het ontwikkelen van markt- en financiële voorwaarden voor de transitie
  • Het opschalen van de brandstofinfrastructuur en de industriële capaciteit
  • Het opschalen van de ontwikkeling van vaardigheden in lijn met de transitie

Gecoördineerde actie op alle bestuursniveaus is nodig om effectief de voorwaarden te scheppen voor de transitie van de visserij- en aquacultuursector. De routekaart noemt daarbij financiering, regelgeving, governance en innovatie. De Commissie nodigt overheden expliciet uit om de transitie te vertalen naar de lokale realiteit. Zij kunnen strategieën voor de energietransitie van de vloot met een bottom-up benadering opnemen in hun nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP’s) en, waar nodig, via gemeenschapsgeleide lokale ontwikkeling.

Bovendien raakt de visie aan relevante thema’s voor decentrale overheden. Met de transitie van de visserij- en aquacultuursector wordt ingezet op hernieuwbare energie en alternatieve brandstoffen. Dit vraagt ook om de nodige energie-infrastructuur en infrastructuur voor industriële capaciteit. Provincies en gemeenten zijn betrokken bij ruimtelijke ordening en de vergunningsverlening van industriële productie en decarbonisatieprojecten.

4. Beleidskader voor aquacultuur

De visie voor 2040 is dat aquacultuur een strategische en volledig geïntegreerde pijler is van het duurzame voedselsysteem van de EU.  Zo dient de Commissie uiterlijk eind 2027 een voorstel tot een duidelijk, vereenvoudigd en coherent beleidskader voor aquacultuur in. Dit instrument biedt zekerheid voor bedrijven en moedigt investeringen aan. Dit moet onder meer bijdragen aan flexibele vergunningsprocedures, zonder milieunormen te verlagen.

De Commissie nodigt overheden expliciet uit om de duurzame groei van de aquacultuursector te vertalen naar lokale realiteit. Dit vraagt onder meer om de integratie van aquacultuurspecifieke maatregelen in nationale klimaatadaptatieplannen, waaronder adaptieve ruimtelijke planning en vergunningverlening, milieumonitoring en de bevordering van veerkrachtige en klimaatbestendige soorten en stammen.

5. Beroepsbevolking van de toekomst

De visie voor 2040 is dat een voldoende aantal jonge professionals zich aangetrokken voelen tot de visserij-, aquacultuur- en verwerkingssectoren vanwege de toegenomen winstgevendheid en betere arbeidsomstandigheden. De Commissie verwijst naar de studie ‘Vissers van de toekomst’. Volgens die studie moet de toekomstige generatie vissers onder meer traditionele kennis combineren met digitale vaardigheden, innovatie en verantwoord beheer van de zee. De ontwikkeling van relevante vaardigheden moet hieraan bijdragen.

De Commissie nodigt lokale actiegroepen voor de visserij expliciet uit om lokaal aangepaste projecten en de ontwikkeling van blauwe vaardigheden te ondersteunen. Decentrale overheden kunnen ook nadenken over projecten op lokaal niveau die bijdragen aan de vaardigheden van de toekomstige generatie vissers. Dit draagt tevens bij aan de regionale economie en werkgelegenheid.

Bronnen

Meer informatie: