Europees recht en beleid Niet gecategoriseerd

Laatste update: 21 mei 2026

Contact:


De visserijsector kent een lange traditie en vormt onderdeel van het Europees cultureel erfgoed. De EU stelt het gemeenschappelijk visserijbeleid (hierna: GVB) vast op basis van artikelen 38 tot en met 43 van VWEU. Het GVB heeft als doel om verantwoorde en duurzame visserij te bevorderen en bij te dragen aan werkgelegenheid in kustgemeenschappen en voedselzekerheid in heel Europa. De basisregels van het GVB zijn opgenomen in GVB-verordening (1380/2013).

Lidstaten zijn verantwoordelijk voor de naleving van het GVB door vissers. Toezichthouders in Nederland zijn onder meer de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Waddenunit, en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hoewel visserij voor kust- en havengemeenten van sociaal-economische en sociaal-culturele waarde is, dragen gemeenten geen formele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het GVB. Decentrale overheden zijn echter wel indirect betrokken bij het GVB via het beheer van Natura 2000-gebieden en het behartigen van visserijbelangen, en ondersteunen daarnaast de transitie naar duurzame visserij.

Oorsprong van het GVB

Het gemeenschappelijk visserijbeleid begon als onderdeel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zoals kan worden herleid uit artikel 38 lid 1 VWEU. Sindsdien is het gemeenschappelijk visserijbeleid geleidelijk los komen te staan van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en meerdere keren hervormd

Basisregels van het GVB

De GVB-verordening (1380/2013) regelt een gemeenschappelijk visserijbeleid om te zorgen dat vissen en andere levende dieren in de zee, zoals schaal- en schelpdieren, niet uitsterven in de Europese zeeën. Het GVB stelt grenzen aan de hoeveelheid vis die de vissers per soort en gebied mogen vangen door middel van quota’s. Deze zogenoemde totaal toegestane vangsten (TAC’s) worden jaarlijks vastgesteld. Vissers op zee dienen vangsten van bepaalde soorten te registreren en te zorgen dat quota’s niet worden overschreden. Daarnaast voorziet het GVB in regels die visserij verbiedt in bepaalde EU wateren of perioden om bij te dragen aan de instandhouding van verschillende soorten vissen.

Ook maatregelen die eisen stellen aan visserijschepen vormen onderdeel van het GVB. Zo moeten vissersschepen van 12 meter of langer een satellietvolgsysteem aan bord hebben. Deze apparatuur moet bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gemeld worden. Bovendien wil het GVB voorkomen dat te veel gevangen vissen door vissers worden teruggegooid. Soorten vissen waarvoor quota’s gelden dienen na vangst naar land te worden gebracht. Deze zogenoemde aanlandingsverplichting gaat verspilling tegen en draagt bij aan de bescherming van vissen door te stimuleren dat vissers selectiever zijn tijdens het vissen.

Technische maatregelen

Technische maatregelen dragen bij aan de uitvoering van het GVB door te bepalen hoe, waar en wanneer gevist mag worden. Zie bijvoorbeeld Verordening technische maatregelen (2019/1241) die onder meer het doel heeft om onbedoelde vangsten te beperken. Zo gelden er beperkingen op het gebruik van drijfnetten en staande netten zoals kieuwnetten. De technische maatregelen kunnen verschillen afhankelijk van de regionale omstandigheden.

Voor meer informatie over de Europese regels die Nederlandse vissers op zee in acht moeten nemen zie ook de webpagina van de Rijksoverheid en de webpagina van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Gemeenschappelijke marktordening (GMO)

Vissers die hun visserij- en aquacultuur producten uiteindelijk op de Europese markt willen aanbieden krijgen te maken met de gemeenschappelijke marktordening die handelsnormen vaststelt. De GMO-verordening (1379/2013) wil de doelstellingen van het GVB bevorderen, onder meer door te stimuleren dat vissers duurzamer gaan vissen. Ook heeft de GMO als doel om het concurrentievermogen van de visserij- en aquacultuursector te vergroten en bij te dragen aan een transparante en stabiele markt in de EU. Daarnaast zijn Europese consumenten door de regels over labels en etikettering op de hoogte waar vissen vandaan komen en op welke manier ze zijn verkregen.

Europees fonds

Vissers kunnen subsidie ontvangen vanuit Europese fondsen om de duurzamer te gaan vissen. Het EMFAF is een belangrijk Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur. Dit fonds heeft als doel om bij te dragen aan de uitvoering van het GVB en het maritiem beleid van de EU. De grondslag voor dit fonds is EMFAF-verordening (2021/1139).

In Nederland wordt van het EMFAF gebruik gemaakt om subsidies te verlenen aan de visserij- en aquacultuursector. Subsidies kunnen bijvoorbeeld aanpassingen van schepen of netten mogelijk maken om ongewenste vangsten terug te dringen. Subsidies kunnen ook bijdragen aan technologische innovaties. Denk aan systemen die vangstregistratie eenvoudiger maken. In het Programma EMFAF (2021-2027) staat welke projecten en investeringen Nederland wil subsidiëren op basis van EMFAF en nationale financiering. Zie ook de EU-fondsenwijzer van KED voor informatie over EMFAF.

Let wel op: bij subsidieverlening aan de visserij- of aquacultuursector kan er mogelijk sprake zijn van staatssteun. Zie daarvoor ook onze webpagina die de Europese regels voor staatssteun in de visserijsector toelicht.

Controle en handhaving

De EU voorziet in een visserijcontrolesysteem met diverse maatregelen om ervoor te zorgen dat de Europese visserijregels correct worden nageleefd door vissers. Denk hierbij aan de eerder genoemde technische maatregelen of de registratie van vangsten. Andere maatregelen zijn bijvoorbeeld controles op locatie door toezichthouders of vissers een vergunning hebben of anderzijds voldoen aan de Europese voorschriften.

Lees meer over controle en handhaving in de volgende EU-verordeningen:

De EU zet ook steeds meer in op innovatieve technologieën voor controle. Zo bevat Controleverordening (2023/2842) verordening aangescherpte verplichtingen met betrekking tot de traceerbaarheid van vis en visproducten. Dit houdt in dat vissers informatie over bijvoorbeeld de herkomst van hun visserij- en aquacultuurproducten digitaal moeten registreren.

Het is de verantwoordelijkheid van lidstaten om het de GVB te handhaven. Nederland dient inspectie- en handhavingsmaatregelen te treffen om de inbreuken van vissers vast te stellen en de nodige sancties op te leggen. Nederland is al eerder op de vingers getikt door de Commissie door dit na te laten. Voor meer informatie over controle en handhaving in Nederland zie ook de webpagina van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Decentrale relevantie

Kust- en havengemeenten dragen in de praktijk vooral de impact van het GVB zonder dat gemeenten een formele verantwoordelijkheid hebben voor de naleving. Visserijketens en gemeenschappen die al generaties lang in die gemeenten geconcentreerd zijn, krijgen te maken met Europese regels. Denk aan de effecten van het verloop van visafslagen na quotareducties, werkloosheid na saneringsregelingen, logistieke druk door de aanlandplicht, afvalverwerking via Fishing for Litter. Vandaar dat meerdere gemeenten en provincies samenkomen in het Bestuurlijk Platform Visserij om op te komen voor de belangen van visserijgemeenschappen bij het Rijk. Denk aan maatregelen op het gebied van onderwijs en educatie om dit cultureel erfgoed te behouden en de visserijsector van de toekomst te bevorderen, zoals benoemd in het Visserij Ontwikkel Plan.

Decentrale overheden moeten bij het steunen van visserijgemeenschappen rekening houden met verplichtingen uit de relevante staatssteunregels. Als een provincie of gemeente een visafslag, haveninfrastructuur of visserijbedrijf ondersteunt, gelden specifieke kaders: de Groepsvrijstellingsverordening visserij (EU 2022/2473) en de de-minimisverordening visserij (EU 717/2014). Wel komen deze concrete verplichtingen voort uit het staatssteunrecht, niet uit het GVB. 

De relevantie van het GVB voor decentrale overheden is dus indirect, via aanpalende dossiers. Waar decentrale overheden wel met het Europees visserijbeleid te maken krijgen, loopt dat via andere Europese regimes. Zo is visserij is een belangrijk thema voor overheden die betrokken zijn bij het opstellen van beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. Een vraag die bijvoorbeeld speelt is of visserij geheel of gedeeltelijk verboden moet worden in beschermde gebieden vanwege de negatieve gevolgen die bepaalde vistechnieken kunnen hebben op de zeebodem en bijvangst. Bovendien zijn decentrale overheden vaak betrokken bij het beheer van havens waar ze indirect in aanraking komen met het GVB. Zie bijvoorbeeld de Havenontvangstvoorzieningen (Richtlijn 2019/883) die regelt dat havenbeheerders voorzieningen treffen voor scheepsafval, inclusief visnetten en vangstafval.